Terwijl het asfalt onder de tamelijk slappe bandjes van de zwaarbeladen redactionele auto doorschiet, klinkt binnenin de wagen een vrolijk samenzang. De voltallige redactie is op weg naar België om daar de Dag van de Arbeid te vieren. Anders dan in Nederland wordt deze dag in België namelijk met uitbundige en collectieve luiheid gevierd. Wat gezien de naam ironisch is, maar overduidelijk ook Belgisch. “Is het nog ver?”, vraagt één van de twee lifters aan boord van de auto, “ik moet namelijk plassen. Ik heb prostatitis, ziet u.” De redactie lacht hartelijk en zingt opgewekt verder. “Stopt u ook te Gent?”, informeert de tweede lifter. “Ik mag hopen van niet. Dan zouden we wel heel erg verdwaald zijn,” grinnikt Joop vanachter het stuur. “Ha, stel je voor!”, zegt Thomas vlak voordat hij zijn telefoon opneemt.

Joop, Thomas, Claudio, een lifter
Na een stop in Gent gaat de reis verder. Al vloekend en navigerend op borden voor het vaarverkeer wordt uiteindelijk de juiste weg naar de feestlocatie voor deze dag gevonden: Mechelen. Daar aangekomen neemt Claudio zijn net iets te hippe stadsplattegrond in de hand en leidt de redactie naar het hart van de stad. Luid “Wo ist der Party? Do ist der Party” bulderend wandelen Claudio, Thomas, Joop en een lifter door de straten van Mechelen. Tot grote teleurstelling van de redactie blijken er op de Grote Markt helemaal geen feesttenten, sta-tafels en hossende bierserveersters te staan. “Niet getreurd”, zegt Claudio op zijn plattegrond kijkend, “er zijn meer mogelijkheden voor goedbedoelde en beschonken handtastelijkheden!” “Dat zei mijn vrouw vannacht ook al”, reageert Thomas. “Kunnen we ergens plassen?” vraagt de lifter. Claudio steekt zijn vuist in de lucht en schreeuwt: “Volg mij, addergebroed!” De redactie volgt ootmoedig de door Claudio ingezette richting.

Thomas en Joop feesten. Claudio vermoedt iets.
De route voert langs begijnhoven, kathedralen, sigarenverkopers, groene wateren, vinylwinkels, de kruidtuin, bierbrouwerijen, parkeergarages, kaktronen en afgesloten straten. Terwijl Thomas een telefoontje pleegt, constateren Claudio, Joop en de lifter verbijsterd dat er in heel Mechelen geen enkel feest te vinden is. “Hoe is dat mogelijk?”, vraagt Joop zich radeloos en hardop af. Hij herneemt zich en vervolgt: “Laten we een wafel halen. Dat is mijn motto.” Daarna gaat de zoektocht verder, maar waar er ook gezocht wordt, nergens is er enig spoor van een viering. Ten einde raad strijken de redactie en de lifter neer op een terras, bestellen Mechelse bieren en klinken verongelijkt de glazen. “Wat een desillusie”, meldt Thomas, “we gaan nog eens naar België. Poe.” Claudio knikt instemmend: “Een tragedie bij daglicht.” Hij neemt de flyer op die op tafel ligt en bestudeert deze. “Wacht eens…”, vervolgt hij na een korte pauze, “hier staat dat de Dag van de Arbeid op 1 mei is. Dat was gisteren!” “Niemand vertelt ons ooit iets”, reageert Joop gelaten.

“Handig, zo’n openbaar toilet!”
Het is inmiddels donker en later geworden. De redactie staat lachend in de Befferstraat. De lifter zit ondertussen in een Dixi te plassen. Als hij naar buiten komt en het viertal weer in beweging komt, stoot Thomas Joop aan: “Maar met Mechelen is niks mis.” “Fraaie alliteratie”, knikt Joop. Claudio neuriet een deel van het Belgisch volkslied.