Skip to content

Concert

Ik sta in een concertzaaltje. Er zijn glas-in-loodramen met afbeeldingen van naakte Afrikanen en witte dames. Ik luister naar een obscure band met een selecte groep hippe figuren, die dolblij zijn dat ze een obscure band kennen. Het shirt van de zanger zorgt ervoor dat ik verlang naar houthakken onder een besneeuwde berg bij een meer en een huisje in het bos. Dat hoort erbij. Mijn generatie verlangt naar die pure zaken; natuur en ambacht. Mijn generatie is een verloren generatie, net als iedere andere generatie. Patronen. Ik ben niet uniek en volg geprepareerde wegen. Dat maakt pijnlijk duidelijk dat ik geen genie ben. Ik dein mee op de golven. Ik benijd idealisten. Ik haat cynisme, maar het is mijn ziekte.

Raadsel

Binnenste buiten wassen en strijken. Zo staat op mijn sjaal.

Lopende band

Hoewel deze woorden nu via het internet tot u komen (tenzij u die ene obscure drukkerij heeft gevonden die onze werken, tegen beter weten en het politiek-sociale klimaat in, toch drukt en verspreidt onder gevallen Oost-Duitse intellectuelen – in welk geval: hulde!), ben ik bepaald geen dikke vrienden met elektronica. Ik beschouw de elektronica zo ongeveer als Facebook: je zou er eigenlijk prima zonder kunnen, maar soms is het gewoon handig. Leuk is het echter zelden, en zie daar de analogie met Facebook.

Nu klinkt het wellicht alsof ik afwijzend sta tegenover de elektronica, maar dat is absoluut onwaar. Ik ben omringd door elektronica en gebruik het ook regelmatig. Toch heb ik er geen fascinatie voor. Dat is ergens een beetje vreemd, want hoe anders is dat met die andere vorm van techniek: de mechanica. Mechanica is (in dit geval) de techniek van de olie- en luchtdruk, van de zuigers en cilinders, van warmtespiralen, nokkenassen en kogellagers, van frezen en boren en van boutjes en moertjes. Ik ben mateloos onder de indruk van grote machines die zuchtend en sissend enorme krachten ontwikkelen en, bijvoorbeeld, drijvende klompen staal in beweging kunnen zetten, een tunnel onder een fucking zee boren of stukken boom aan gort kunnen malen. Dus ja: Discovery Channel begrijpt mij. Ik wil zwetende motoren en ratelende kettingen zien. Ik wil begrijpen hoe je met zwaar materieel goud delft in de blubber. En ik wil graag aanschouwen hoe alle onderdelen, van klein tot groot, hun eigen en essentiële functie vervullen en in de ronkende machine tot een prachtige harmonie van olie, metaal en gecontroleerde explosies worden.

Vergeleken met al dit moois is de elektronica dood. Uiteraard, je kunt er prachtige dingen mee doen en maken, dat bewijst elk denkbaar besturingssysteem van elke mogelijke ontwikkelaar. Maar het blijft klinisch en afstandelijk. Een druk op een touchscreen is gevoelloos; er lijkt geen fysieke verbinding te bestaan tussen jou en dat-wat-zich-achter-glas-bevindt. Met mechanische apparaten daarentegen kun je een band opbouwen. Ik voel een soort connectie met mijn koffiemolen, met een door mij veelgebruikte auto en met mijn fiets. Een onderhoudsbeurt aan mijn fiets onderneem ik dan ook met oprechte zorgzaamheid, koffie maal ik met zachte hand en een wandeling op een autosloop is een emotionele achtbaan. En dat heb ik gewoon niet met mijn telefoon, laptop of ov-chipkaart.

Natuurlijk, dit is niet nieuw. Ik probeer hier slechts stuntelig een gevoel uit te drukken dat al eerder uitvoerig en innemend werd beschreven. Dus bij deze een tip voor gelijkgezinden: Zen en de kunst van het motoronderhoud.

De Met Man en Muys Survivalguide: How to make proper nasi?

U kent het wel: wat zullen we vandaag weer eens eten? Het goede antwoord is altijd ‘nasi’, want dat is lekker, makkelijk en inheems, dus: tof. Maar, zo hoort men regelmatig morrelen en klagen, hoe maken we goede nasi? Daarop besloot de redactie tot een grondig maar volstrekt onhaalbaar onderzoek en legde haar oor te luister op Neerlands marinebasis; al eeuwen goed voor varend oorlogstuig en de beste blauwe hap. Dus pakt uw spatel stevig vast en kook mee!

  • Breng water in een pan aan de kook. Gooi de rijst hierbij. Laat koken tot het geheel gaar is: doorgaans is dit bij de derde keer overkoken.
  • Snij, knip, scheur of separeer vlees van een willekeurig dier, liefst dood. Roerbak op hoog vuur en voeg nasi- of bamigroenten toe. Het maakt eigenlijk geen zak uit wat voor groenten. Als het groen en gewassen is, kan het erbij.
  • Aanbakken.
  • Het geheim van een echt goede nasi schuilt ‘m in de nasikruiden. Kies dan ook een goedkope mix uit de supermarkt. Het zelf samenstellen van zo’n mix is een onwijs tijdrovend gekloot en in feite alleen weggelegd voor Javanen die verder toch niets anders te doen hebben. Bovendien is hun nasi doorgaans niet te bikken.
  • Roer de aangelengde mix door de rijst-met-groenten. Zet het vuur hoog en bak de nasi een beetje aan.
  • Tot dusver mag de nasi volledig mislukt zijn. Want zelfs als uw maaksel op dit punt onherkenbaar smaakt en gruwelijk geurt, is er nog helemaal niets aan de hand. De nu volgende stap maakt elke bovenstaande actie namelijk volledig overbodig. Dus: maak de pindasaus.
  • Vries de nasi in. De pindasaus in een apart bakje in de diepvries plaatsen.
  • Warm de bevroren nasi en pindasaus op.
  • Schep op een bord en eet!

Nederlandse logica

Oja. Je hond laten kakken op de stoep omdat het in het grasveldje ernaast niet mag.

Ogenblik

Ik word vrij vaak om een ogenblik geduld gevraagd. Dat gebeurt in de trein, bij een pinautomaat, wanneer ik een helpdesk bel of als iemand schoenen in de juiste maat uit het magazijn gaat halen. Ik ben een geduldig mens en wacht altijd zonder morren. Maar het is mij wel opgevallen dat een ‘ogenblik’ nogal ruim te interpreteren is. De ogenblikken duren namelijk van enkele seconden tot ruim 5 minuten. En daarom valt ‘een ogenblikje’ eigenlijk altijd tegen: het lijkt wel consequent iets langer dan verwacht. Nu kan ik dat prima uitstaan, maar soms is meer duidelijkheid wel prettig. Vandaar hier mijn bij voorbaat kansloze poging om dat te regelen.

Zou het immers niet handig zijn om ‘ogenblik’ te reserveren voor een vaststaande tijdseenheid? Een ogenblik duurt dan bijvoorbeeld 30 seconden tot één minuut. Twee ogenblikjes wordt dan alles tussen één en twee minuten. Een moment is twee tot twee en een halve minuut, een tel alles tot 10 seconden, twee tellen duurt maximaal 30 seconden, enzovoort. Het zou een hoop verwachtingsvol-maar-tevergeefs wachten schelen, vermoed ik.

Maar, zo hoor ik u denken, is het hele punt van een ogenblik nou niet juist dat je het gebruikt omdat je niet weet hoe lang iets zal duren of geduurd heeft? Goed punt. Ik ga even een ogenblik in een hoekje zitten balen. Bedankt.

Vermaakpaal

Onlangs stond ik in het hart van Amsterdam op de tram te wachten. Ik was namelijk op weg naar Thomas, om daar naar zijn nieuwe tosti-recept te kijken. Met een ruw idee van waar ik heen moest, wachtte ik geduldig tot de juiste tram kwam voorrijden. Bij de halte stond ogenschijnlijk ter informatie een bord dat de actuele vertrektijden van de verschillende trams aangaf. Aangezien ik al iets langer stond te wachten, deed ik een beroep op het informatiebord om te zien wanneer mijn tram zou arriveren. En al gauw werd mij duidelijk dat het bord zuiver en alleen vermaak is. Want, zo zag ik, het bord wisselde elke 30 seconden en gaf op z’n best een schets van welke tramlijnen er überhaupt rijden in heel Amsterdam. Geen van de trams die voor mijn neus verscheen was daarvoor al aangekondigd op het bord. En toen ging het mij dagen dat dit bord er alleen maar staat om de aandacht van het wachten af te leiden.

Tot enkele jaren geleden hanteerde men op station Utrecht Centraal ook zo’n tactiek. Daar hing een gigantisch bord dat eveneens als een valklok de actuele vertrektijden aangaf. Hoewel enige functionaliteit dit bord niet ontzegd kon worden, was het voornaamste doel mensen zolang te boeien en in spanning te laten wachten, dat er uiteindelijk geen seconde meer te verliezen was en men als een waanzinnige hollend naar de trein moest.

Een prima manier dus om mensen het gevoel te geven dat ze nauwelijks hoeven te wachten op de trein. Dat vond ook het GVB, alleen gaven zij er nog een surrealistische draai aan: letterlijk niets wat op het bord verschijnt, correspondeert met de werkelijkheid. Dat heb je normaal gesproken niet in de gaten, maar als je substantieel langer bij de halte vertoeft, valt opeens het kwartje. Schrijnend waren de hoopvolle blikken die medewachtenden, tegen beter weten in, op het bord wierpen. Elke 30 seconden werd de ene willekeurige term vervangen door de andere, en geen ervan was toevallig juist. De ironie van het woord ‘informatiebord’.

Het recept zag er overigens goed uit. Ik ben benieuwd hoe het zou smaken.

Tips om aan het eind van de maand meer geld over te houden

  • Koop minder.

Teambuilding Met Man en Muys 2013 – Claudio

20130823-IMG_2365

De redactie, inclusief lifters.

Maandag:
Al weken heb ik uitgekeken naar de biervakantie die Joop en ik aan het plannen waren. Helaas had Thomas de dag voor vertrek besloten toch naar Noorwegen te gaan. Wij wilden hem ompraten, maar toen Thomas al Joop’s geperforeerde pingpongballetjes weer gedicht had, hij dreigde om mijn hemd te wassen (en daarmee maanden aan zorgvuldige geuropbouw teniet te doen), en al twee minuten zijn adem aan het inhouden was, zijn we toch overstag gegaan. Joop was vooral chagrijnig, maar ik laat me niet zomaar verslaan en heb bier ingeslagen en overgeschonken in een verpakking waarvan ik zeker weet dat Thomas er nooit bij in de buurt komt; flesjes mondwater.
Ik sta in Noorwegen en kijk om mij heen. Thomas staat op vissen te springen en Joop zit gehurkt met zijn buikloop te kampen. Ik neem een grote slok van mijn La Trappe Quadrupel, veeg wat druppels van mijn kleren (afkomstig van Joop of Thomas, ik ben niet meer in staat te onderscheiden wie) en bedenk me dat natuur best ok is als je dronken bent.

Dinsdag:
Lopen gaat lastig met de kleine veertig kilo bier in mijn rugzak. Gelukkig lopen we maar een kilometer en wordt het gewicht in mijn rugzak steeds een beetje minder. Na een busreis waarin ik een beetje van mijn roes af heb kunnen slapen, bevind ik mij opeens op een berg. Na een aantal zaken waar ik me niet veel meer van herinner (ik zie nog vlammen voor me en ruik de weeïge geur van compost en de Twentse keuken), besluit ik mijn blaas te gaan legen in een beekje. Terwijl ik daar sta, met mijn piemel in mijn hand en een mondwaterflesje Hoegaarden Wit aan mijn lippen, zie ik dat Joop zich een paar meter stroomafwaarts staat te wassen in het beekje waarin ik momenteel urineer. Ik lach, waarbij een klein beetje braaksel meekomt, en geniet van mijn omgeving.

De redactie, in verschillende stadia van verval.

De redactie, in verschillende stadia van verval.

Woensdag:
Ik ben voor het ontbijt al begonnen met drinken van Delirium Tremens. Ik heb verder niet zoveel meer meegekregen.

Donderdag:
Wederom wakker geworden in een plas van mijn eigen spuug. Terwijl ik de tent in een zakje duw, te katerig om hem eerst schoon te maken, vraagt Thomas hoe mijn tent toch iedere dag zo nat komt. Ik brom iets over een lek en bestrijd de hoofdpijn met een paar slokken Karmeliet Tripel. Onderweg zijn we nog even gestopt bij een meertje. Daar heb ik zowaar een paar bergnimfen zien badderen. Ik heb geprobeerd om foto’s te maken, maar kon onder invloed niet meer scherp stellen. Ik geloof niet dat ze mij gezien hebben. Thomas had een erg mooie broek aan vandaag.

Vrijdag:
Vandaag hebben we een stukje gevaren op een boot. Thomas was zeeziek geworden, maar ik heb me goed weten te houden; ik ben al een week gewend aan de deining. Eenmaal weer aan land zet ik mijn tent op en ga rustig in het gras liggen met een Guinnessje. Ik begin dat nomadisch bestaan steeds meer te waarderen.

Zaterdag:
Lekker gelopen vandaag. Mijn bier is bijna op, maar ik heb het voor vertrek in de waterzak van mijn rugtas gegoten, waardoor ik tijdens het wandelen via een rietje van een lekkere Zatte van Brouwerij ‘t Ij kan genieten. Thomas probeert me een aantal keer aan de kant te duwen, terwijl hij me voorbij rent, maar ik haal hem ook zo af en toe in als hij uitgeput op de grond is gevallen, zijn broek zo ver is afgezakt dat dat het lopen tegenwerkt, of hij met zijn arm vastzit achter een rotsblok. Terwijl ik ‘s avonds het laatste beetje bier in mijn mond laat lopen, zie ik er nu al tegenop om morgen met een legendarische kater te moeten vliegen. Dat zijn echter zorgen voor Nuchtere Claudio, bedenk ik me, terwijl Dronken Claudio langzaam, maar vredig, bewustzijn verliest.

Teambuilding Met Man en Muys 2013 – Joop

20130822-IMG_2019

Maandag:
Hoewel Claudio en ik ons eerder dit jaar voorgenomen hadden uitgebreid op biervakantie te gaan, liggen we nu toch echt te kutten in een tent in Noorwegen. Vanaf onze idyllische locatie, tussen halfdode bosjes op het terrein van een wegenbouwbedrijf, kijken we toe hoe Thomas een soort dans maakt om zijn tent. Het blijkt dat hij woest al zijn haringen aan het vertrappen is, omdat ze dan “nog ergens goed voor zijn, verdomme!” Claudio en ik lachen om het feit dat Thomas haringen met uitjes heeft meegenomen, maar het is slechts een schrale troost: een verloren biervakantie is niet goed te maken. Maar, zo besluiten we optimistisch, je kunt het wel wreken. Verder vooral diarree gehad.

20130820-IMG_1833Dinsdag:
De wandeling vandaag was kort, hooguit een kilometer, maar dankzij een kleine technische misser hebben we er wel ruim 4 uur over gedaan. Na een busrit staan we nu bovenop een berg, die bedekt is met een soort vochtig mos. Claudio en mij werd verzocht ergens anders te gaan staan; blijkbaar kan ons reisgezelschap minder goed tegen windjes dan wijzelf. Terwijl Thomas onze broodnodige lampenolie aan het gebruiken is om een artificieel vreugdevuur te maken (wat zou impliceren dat er enige vreugde in zijn leven is, wat ik momenteel betwijfel), ga ik mij nu even wassen in het beekje. Dat is een paar centimeters warm, maar wel prettig voor het gemoed. En de ballen, want goed zaad is koel.

Woensdag:
Alweer wandelen. De route voerde langs een asfaltweg. Gletsjer hier, rivier daar, maar weinig dat echt de moeite waard was. Vooral veel doodgewone kilometers met stijgingspercentage. Het instant-eten uit zak leek even een lichtpuntje, maar was helaas een domper. Nu regen, meer diarree en chocolademelk voor 5 euro per kop in een soort enorme bergsauna. Thomas is opgewekt en geniet, Claudio heeft een natte tent en een bedroefd hoofd. Het lijkt in niets meer op een biervakantie.

Donderdag:Soppen.
Het weer was goed vandaag. De uitbundige zonneschijn zorgde ervoor dat Thomas’ thermosondergoed niet langer in een verhullende broek gestoken diende te worden en dat maakte de rest van de wandelaars merkbaar ongemakkelijk. Verder zagen we meren, sneeuw en stapels stenen. Behoorlijk veel stenen zelfs. Onderweg samen met Thomas even gebadderd in, wederom, fris water. Over het feit dat we elkaar hoogst erotisch en intiem inzeepten werd gelukkig niet al te moeilijk gedaan. Claudio heeft nog foto’s, geloof ik. De tenten hebben we neergezet op een eilandje in de rivier. Een mooie locatie, maar wel zompig. Dat zal Claudio’s tent niet fijn vinden, want die heeft al moeite met Claudio’s kwijlerige maar opwindende dromen. Thomas en ik hebben hem zojuist nog aangeraden daar eens een boek over te schrijven. Ik zou het tenminste wel willen lezen, vlak voor het slapengaan.

Vrijdag:
We hebben onze tent opgepakt, op een boot gezet, van de boot gehaald en weer opgezet. Ik begin te begrijpen waarom mensen sedentair zijn geworden.

Zaterdag:
Vanochtend wakker geworden met de geur van zelfonderschatting, wandelsokken en knakworsten. Bepaald geen fris begin van de dag. Een dozijn Nutsen kon daar weinig aan veranderen. Wel een geinige klim gedaan vandaag. Thomas en Claudio deden een wedstrijdje naar de top, maar verloren allebei. Verder lekker geplast tegen een rots en bedacht hoeveel manieren er zijn om vegetarische groentelasagne te maken zonder groente. Nu slapen, morgen naar huis.

Claudio slaapt.