16
mei 13

Untitled

Lekker


13
mei 13

Dries

Onze eerste en trouwste lezers kunnen zich de vroegere versie van Met Man en Muys misschien nog herinneren. Op de wekelijkse edities die we destijds uitbrachten verscheen in de linker kolom steevast een update over Dries Roelvink. Met de introductie van Met Man en Muys 2.0 is Dries’ vaste plekje echter komen te vervallen. Om te bewijzen dat we Dries niet vergeten zijn, en om aan uw verzengende smeekbedes eindelijk een eind te maken, willen we u bij deze graag het laatste nieuws over Dries brengen. Met de groetjes van de Redactie.

Dries begint basilicumplantage, maar nog steeds niet gelukkig
Wie dacht of hoopte dat we alle kanten van Dries Roelvink inmiddels wel gezien zouden hebben, heeft het mis. Dinsdag maakte Dries namelijk bekend een basilicumplantage te gaan beginnen in het noorden van Italië. “Ik houd heel erg van lekker eten, en basilicum is daarbij onmisbaar. Bovendien schijnt de zon vaker in Italië,” lacht Roelvink. Uniek is dat je bij Basilica della Dries, zoals de plantage gaat heten, een rondleiding kunt krijgen om de groeiende basilicum met eigen ogen te bekijken. “En wie wil dat nou niet zien?”, aldus Dries.


11
mei 13

Huizenmarkt

Al zolang Met Man en Muys bestaat, is het crisis. Of er tussen die twee een oorzakelijk verband te vinden is, blijft voorlopig speculeren. Opvallend is het in elk geval wel. Toch hebben wij van Met Man en Muys altijd onze verantwoordelijkheid genomen en steeds weer gepoogd ons land in de ongenadigste stormen en op de hoogste der zilte baren naar kalmere wateren te loodsen. Hoewel onze economische adviezen niet altijd zichtbaar in de Tweede Kamer behandeld worden, koesteren wij de stille hoop dat de geest van onze gedachten voortleeft. Vandaag spreken we, binnen datzelfde macro-economische kader, met Willem van Reeuwijk, freelance economisch adviseur.

“De huizenmarkt zit in het slop,” begint Van Reeuwijk. “Nog nooit wisselden zo weinig huizen van eigenaar. En dat terwijl er juist een recordaantal mensen wil verhuizen. Die vreemde tegenstelling heb ik geprobeerd op te lossen,” zegt Van Reeuwijk met zichtbaar genoegen. Hij staat op, loopt richting één van de drie whiteboards die er in deze ruimte staan en tekent een drie huizen en drie bijbehorende harkmannetjes. “Deze drie poppetjes willen verhuizen. Alleen, geen van deze drie kan weg omdat hij of zij (één harkmannetje blijkt een vrouwtje) het geld uit de verkoop van zijn of haar huis nodig heeft om het nieuwe huis te kopen. Pas als één iemand de gok waagt en gaat kopen, komt de rest in beweging. Maar tot zover niets nieuws.” Ik schud bluffend van ‘nee’ en kuch ook iets instemmends. Van Reeuwijk gaat weer zitten. “Mijn idee probeert zo’n eerste initiatiefnemer te omzeilen. En wel door iedereen tegelijkertijd in beweging te brengen. Wil je nog koffie?”

Als Van Reeuwijk hemzelf en mij een flauwe bak koffie met overjarige koffiecreamer (“2009 was een goed creamer-jaar, haha”) heeft voorgezet, vervolgt hij zijn verhaal: “In de kern komt het hierop neer: we gaan collectief anti-kraak wonen.” Ik ontwaar een triomfantelijke twinkeling in zijn ogen. “Dat betekent dat letterlijk iedereen op hetzelfde moment zijn of haar huis verliest, en kan kiezen: wandel ik naar een ander huis, of anti-kraak ik mijn voormalige woning. Zo is de keuze vrij en brengen we toch het grote aanbod in harmonie met de grote vraag. En bovendien werkt dit geheel kosteloos. Daar wordt iedere Nederlander blij van.” Op de vraag wat er gebeurt met het huis als toekomstinvestering blijft het even stil. Dan zegt Van Reeuwijk: “Daarover zal mijn volgende advies gaan. Komt u over een paar maanden nog eens terug.”


09
mei 13

Koek

Mengen, kloppen, roeren,
Rusten, kijken, warmen,
Gieten, zakken, draaien,
Bakken, keren, zieden.

Met of zonder n.


07
mei 13

Dag van de Arbeid

Terwijl het asfalt onder de tamelijk slappe bandjes van de zwaarbeladen redactionele auto doorschiet, klinkt binnenin de wagen een vrolijk samenzang. De voltallige redactie is op weg naar België om daar de Dag van de Arbeid te vieren. Anders dan in Nederland wordt deze dag in België namelijk met uitbundige en collectieve luiheid gevierd. Wat gezien de naam ironisch is, maar overduidelijk ook Belgisch. “Is het nog ver?”, vraagt één van de twee lifters aan boord van de auto, “ik moet namelijk plassen. Ik heb prostatitis, ziet u.” De redactie lacht hartelijk en zingt opgewekt verder. “Stopt u ook te Gent?”, informeert de tweede lifter. “Ik mag hopen van niet. Dan zouden we wel heel erg verdwaald zijn,” grinnikt Joop vanachter het stuur. “Ha, stel je voor!”, zegt Thomas vlak voordat hij zijn telefoon opneemt.

Joop, Thomas, Claudio, een lifter

Joop, Thomas, Claudio, een lifter

Na een stop in Gent gaat de reis verder. Al vloekend en navigerend op borden voor het vaarverkeer wordt uiteindelijk de juiste weg naar de feestlocatie voor deze dag gevonden: Mechelen. Daar aangekomen neemt Claudio zijn net iets te hippe stadsplattegrond in de hand en leidt de redactie naar het hart van de stad. Luid “Wo ist der Party? Do ist der Party” bulderend wandelen Claudio, Thomas, Joop en een lifter door de straten van Mechelen. Tot grote teleurstelling van de redactie blijken er op de Grote Markt helemaal geen feesttenten, sta-tafels en hossende bierserveersters te staan. “Niet getreurd”, zegt Claudio op zijn plattegrond kijkend, “er zijn meer mogelijkheden voor goedbedoelde en beschonken handtastelijkheden!” “Dat zei mijn vrouw vannacht ook al”, reageert Thomas. “Kunnen we ergens plassen?” vraagt de lifter. Claudio steekt zijn vuist in de lucht en schreeuwt: “Volg mij, addergebroed!” De redactie volgt ootmoedig de door Claudio ingezette richting.

Thomas en Joop feesten. Claudio vermoedt iets.

Thomas en Joop feesten. Claudio vermoedt iets.

De route voert langs begijnhoven, kathedralen, sigarenverkopers, groene wateren, vinylwinkels, de kruidtuin, bierbrouwerijen, parkeergarages, kaktronen en afgesloten straten. Terwijl Thomas een telefoontje pleegt, constateren Claudio, Joop en de lifter verbijsterd dat er in heel Mechelen geen enkel feest te vinden is. “Hoe is dat mogelijk?”, vraagt Joop zich radeloos en hardop af. Hij herneemt zich en vervolgt: “Laten we een wafel halen. Dat is mijn motto.” Daarna gaat de zoektocht verder, maar waar er ook gezocht wordt, nergens is er enig spoor van een viering. Ten einde raad strijken de redactie en de lifter neer op een terras, bestellen Mechelse bieren en klinken verongelijkt de glazen. “Wat een desillusie”, meldt Thomas, “we gaan nog eens naar België. Poe.” Claudio knikt instemmend: “Een tragedie bij daglicht.” Hij neemt de flyer op die op tafel ligt en bestudeert deze. “Wacht eens…”, vervolgt hij na een korte pauze, “hier staat dat de Dag van de Arbeid op 1 mei is. Dat was gisteren!” “Niemand vertelt ons ooit iets”, reageert Joop gelaten.

"Handig, zo'n openbaar toilet!"

“Handig, zo’n openbaar toilet!”

Het is inmiddels donker en later geworden. De redactie staat lachend in de Befferstraat. De lifter zit ondertussen in een Dixi te plassen. Als hij naar buiten komt en het viertal weer in beweging komt, stoot Thomas Joop aan: “Maar met Mechelen is niks mis.” “Fraaie alliteratie”, knikt Joop. Claudio neuriet een deel van het Belgisch volkslied.


05
mei 13

Jubileumhagelslag

In 2012 bestond Albert Heijn precies 125 jaar. Althans, de supermarktketen. Dat moest gevierd worden en daarom bracht de (voor insiders) Appie jubileumedities uit van op zichzelf al klassieke producten van de Zaanse grutter. Denk aan de chocoladerepen, en… nouja, chocolade dus. In het schap trof ik ook een jubileumvariant van de bekende Albert Heijn-hagelslag. Deze zat in een speciaal voor het 125-jarig bestaan ontworpen pak, voorzien van allerlei leuke maar triviale weetjes en foto’s uit de tijd van kinderarbeid en machinale geestdoding. Toch bleef het niet alleen bij de verpakking: tussen de hagelslaghagels zaten nu ook witte chocolade figuurtjes in de vorm van, jawel, Zaanse huisjes. En bovendien waren ze nog groen ook.

Dus dat moest ik hebben. Voor lol aan de ontbijttafel wil ik best extra betalen. Vol verwachting en goede moed ben ik toen mijn boterhammen consequent gaan beleggen met jubileumhagelslag, in de hoop dat ik uiteindelijk een feestelijk broodje naar binnen kon schuiven. Wat ik toen echter nog niet wist, was dat ik ruim 3 boterhammen moest wachten voordat het eerste Zaanse huisje eindelijk tussen de hagels uit het pak viel. De vreugde was echter van korte duur: het bleef bij dat ene huisje en de hele snee brood moest het daar maar mee doen. Pas bij boterham nummer 5 zou er weer (maar slechts) één huisje naar buiten rollen. Wat een desillusie. En dat bleek de rest van het pak ook. Ik kon niet vermoeden dat het aantal weergegeven huisjes op de verpakking (15) al een vermenigvuldiging was van het aantal huisjes dat daadwerkelijk in het pak zat. De beschrijving zou eigenlijk moeten zijn, volledig in Albert Heijn-stijl: ‘Heerlijk op brood, met lekker veel bruine hageltjes’. Inderdaad smakelijk, maar niet helemaal waarom ik dit pak mét figuurtjes had gekocht.

Gelukkig is het inmiddels alweer gedaan met de jubileumvarianten. En het kon nog wel eens 25 jaar duren voordat iets soortgelijks weer in de schappen ligt. Dat is fijn, want nu kan ik weer mooi rechtstreeks voor de pretentieloze standaard hagels gaan.


26
apr 13

Wij zijn een weekje met vakantie.

Beste, lieve, trouwe lezer,

Tot volgende week. Daahaag.

De Redactie


24
apr 13

BVN

Vorige week had ik het genoegen een paar dagen en nachten in het buitenland te verblijven. Na vele uren wandelen door de gerieflijke straten van de betreffende stad (Frankfurt), keerden mijn wederhelft en ikzelf terug naar onze hotelkamer. Daar besloten we de televisie eens aan te zetten, op zoek naar interessants uit het fascinerende televisielandschap van Duitsland.

Het werd BVN.

Eenieder die wel eens in het buitenland beschikking heeft gehad over een televisietoestel, weet dat BVN de Nederlandse omroep voor Nederlanders (en blijkbaar ook Vlamingen) in het buitenland is. Ik zou niet direct willen impliceren dat het daarmee een vakantiezender is, maar ik zou tegen zo’n bewering ook geen bezwaar maken. De programmering laat ons wat dat betreft ook in het ongewisse: het is een merkwaardige melange van van alles. Zo begint de avond nog traditioneel met het nieuws, gevolgd door Nieuwsuur. Dat doet de Nederlander in den vreemde goed: de noodzakelijke update van de stand van de wereld en daarna een prettige scheut onderzoeksjournalistiek. En Twan Huys is natuurlijk een baas.

Daarna nam de avond echter een heel andere wending. Na Nieuwsuur kregen we namelijk Flikken Maastricht voorgeschoteld, de Nederlandse poging tot het maken van een detective. Het decor van de serie is Maastricht, een stad waar niemand te verstaan is, behalve de hoofdrolspelers van deze serie. Die spreken zonder uitzondering of gêne met een harde g. Dat wordt door het matige acteerwerk en vrij zwakke plot gelukkig nooit al te storend.

Als de welwillende reiziger die serie uitgezeten heeft, wacht hem helaas nog geen bevrijding van de last van het Nederlanderschap. BVN zond hierna namelijk het jubileumconcert van Ronnie Tober uit. Mocht die naam u niets zeggen, dan raad ik u van harte aan dat zo te houden. Maar laat ik het zo omschrijven: dat iemand iets lang doet, wil niet zeggen dat hij of zij het ook goed kan. Ronnie Tober is daarvan het overtuigende bewijs. Hij vierde zijn 50-jarig jubileum voor de camera’s van MAX, in een zaal met ongeveer dertig deinende ouderen, stuk voor stuk ogenschijnlijk enthousiast over het beroerde playbackwerk van Tober. En dan te bedenken dat BVN staat voor ‘Het Beste van Vlaanderen en Nederland’. Zum kotzen.

Na een goed half uur tussen Duitse zenders geschakeld te hebben, keerde ik weer terug naar BVN. Daar verschenen nu de hangende gezichten van Pauw en Witteman. Dat was een verademing, hoewel de uitheemse Nederlander dan natuurlijk liever Eva Jinek ziet. Begrijpelijk, maar qua inhoud doen Pauw en Witteman amper onder voor Jinek, en dat is al heel wat na de geestdodende anderhalf uur BVN die hieraan vooraf ging. Hierna heb ik de televisie uitgezet en ben verontrust en gedesillusioneerd gaan slapen.

Of BVN een vakantiezender is of niet, blijft dus lastig te beoordelen. In elk geval slagen ze er wel in je het gevoel te geven voorlopig nog niet naar huis te willen.


22
apr 13

Untitled


20
apr 13

Koningsliedkritiek II: The Sequel

Zoals waarschijnlijk eenieder van u al weet is gisteren officieel het voltooide koningslied van John Ewbank gepresenteerd en, waarschijnlijk zoals eenieder van u, heb ik het ook geluisterd. Verder is er, zoals eenieder van u al weet, een verontrustende hoeveelheid kritiek op gekomen. Zoals tot slot eenieder van u al weet, heb ik enkele weken geleden al een stuk geschreven over de kritiek die er kwam naar aanleiding van de eerste versie van het lied, die toen werd gepresenteerd in De Wereld Draait Door. Daar sta ik nog steeds achter. Mocht u het vergeten zijn; leest het nog even na. Klik.

Op het moment van schrijven is het gisterenavond. Ik heb zojuist een bescheiden tijd doorgebracht op Facebook. Mijn nieuwsfeed (zoals dat volgens mij heet, zo niet; verbeter mij!) stroomt over met mensen die aan het zeuren zijn over het gewraakte nummer. Ik vraag mij erg af waarom. Zoals uitgelegd in mijn vorige stuk (wederom; klik) voldoet het nummer aan alle criteria die ik kan bedenken voor een lied met deze functie. Het is makkelijk meezingbaar, het ligt gemakkelijk in het gehoor, het is herkenbaar en goed te onthouden. Toegegeven, het is erg goedkoop, over-the-top emotioneel, maar wat verwacht u van een nummer geschreven voor een volk om haar koning toe te zingen? Heeft u wel eens een willekeurig volkslied gehoord?

De situatie doet mij erg denken aan een paar maanden terug, toen er een internet-gebeuren was omtrent een liedje wat een meisje van 13 samen met haar vriendinnetjes had opgenomen. Dit internet-gebeuren bereide zich uit tot een echte-wereld-gebeuren en voor je het wist hoorde je iedereen op de radio, televisie en in de krant klagen over het liedje ‘Friday’ van Rebecca Black. Ik las in de Volkskrant, wat zich nota bene een kwaliteitskrant mag noemen, over hoe vals het meisje wel niet zong, waar niets van waar was. In tegendeel, alle valsheid was rechtgetrokken door middel van Auto-Tune, waardoor haar stem een lelijk vlak en gesynthetiseerd geluid kreeg. De schrijver van het betreffende Volkskrant-stuk wist blijkbaar, net als het grootste gedeelte van u, niet wat vals in muzikale context betekend, namelijk wanneer een toon een hogere of lagere frequentie heeft dan wenselijk is in relatie met andere klinkende of geklonken tonen. Het betekend dus níet schel, geknepen, dissonant, of gewoon lelijk, waarvoor de term onder leken meestal wordt gebruikt.

En dat is precies mijn probleem. Mensen winden zich op over zaken waar zij te weinig verstand van hebben om terecht boos over te zijn of een waardevolle mening over te hebben. Ik ben zelf professioneel muzikant en mag mijzelf, wat mij betreft, best een kritische luisteraar noemen en ik kan u vertellen dat er veel lelijkere, stompzinnigere dingen zijn dan die waar u zich zo boos over maakt. Als ik Rebecca Black hoor vraag ik mij af waarom dit mensen zo schoffeert en muziek van artiesten als Justin Bieber, Esmée Denters en dergelijke niet. Die laatste categorie is beter geproduceerd, dat geef ik toe, maar muzikaal echt niet hoogstaander. Dezelfde verbazing heb ik bij het koningslied tegenover de muziek van Nick en Simon, Jeroen van de Boom of een willekeurig songfestival-lied. Waarom roept de eerste zoveel afkeer op, terwijl Jeroen van der Boom zoveel verwerpelijkere klanken heeft geproduceerd?

Ik denk dat er een hoog gehalte napraterij is bij de kritiek. Het is makkelijk en vermakelijk om je boos te maken over iets waar de rest van Nederland (of de wereld) zich ook boos over maakt. Het is fijn zo af en toe eens flink te foeteren, en muziek is iets waar schijnbaar iedereen een mening over mag hebben en wanneer iedereen het met je eens is, kan je je helemáál risicoloos uitleven.

Ik zou het fijn vinden als iedereen voortaan even kan nadenken over waarom hij/zij wat vindt alvorens zijn/haar mening wereldkundig te maken. Ik probeer zelf zoveel mogelijk te leven naar het principe van ‘het maakt me geen drol uit.’ Heeft iets geen directe invloed op mij? Dan maakt het me geen drol uit. Heeft iets wel invloed op mij, maar een beperkte uitwerking? Dan maakt het me ook geen drol uit. Wordt er iemand geholpen, terwijl het mijn beurt was? Krijgt een bankmanager een exorbitant hoge bonus, zonder duidelijke tegenprestatie? Wordt mijn witte handdoek roze omdat ik hem gewassen heb met een rood shirt? Het maakt me allemaal geen drol uit. Ik heb op een bepaalt punt een beslissing genomen, om mij niet meer op te winden over dingen waar ik niets aan kan veranderen en dat bevalt me sindsdien erg goed. Ik kan iedereen aanraden hetzelfde te doen en zich niet meer druk te maken over de kleine dingen die je dag verpesten.

Tot slot wil ik nog even kwijt dat bovenstaande alleen betrekking heeft op de muziek van de genoemde nummers, niet de tekst. Ik ben muzikant en geen tekstschrijver en heb geen verstand van songteksten. Hierover onthoud ik mij dus van commentaar.