05
mei 13

Jubileumhagelslag

In 2012 bestond Albert Heijn precies 125 jaar. Althans, de supermarktketen. Dat moest gevierd worden en daarom bracht de (voor insiders) Appie jubileumedities uit van op zichzelf al klassieke producten van de Zaanse grutter. Denk aan de chocoladerepen, en… nouja, chocolade dus. In het schap trof ik ook een jubileumvariant van de bekende Albert Heijn-hagelslag. Deze zat in een speciaal voor het 125-jarig bestaan ontworpen pak, voorzien van allerlei leuke maar triviale weetjes en foto’s uit de tijd van kinderarbeid en machinale geestdoding. Toch bleef het niet alleen bij de verpakking: tussen de hagelslaghagels zaten nu ook witte chocolade figuurtjes in de vorm van, jawel, Zaanse huisjes. En bovendien waren ze nog groen ook.

Dus dat moest ik hebben. Voor lol aan de ontbijttafel wil ik best extra betalen. Vol verwachting en goede moed ben ik toen mijn boterhammen consequent gaan beleggen met jubileumhagelslag, in de hoop dat ik uiteindelijk een feestelijk broodje naar binnen kon schuiven. Wat ik toen echter nog niet wist, was dat ik ruim 3 boterhammen moest wachten voordat het eerste Zaanse huisje eindelijk tussen de hagels uit het pak viel. De vreugde was echter van korte duur: het bleef bij dat ene huisje en de hele snee brood moest het daar maar mee doen. Pas bij boterham nummer 5 zou er weer (maar slechts) één huisje naar buiten rollen. Wat een desillusie. En dat bleek de rest van het pak ook. Ik kon niet vermoeden dat het aantal weergegeven huisjes op de verpakking (15) al een vermenigvuldiging was van het aantal huisjes dat daadwerkelijk in het pak zat. De beschrijving zou eigenlijk moeten zijn, volledig in Albert Heijn-stijl: ‘Heerlijk op brood, met lekker veel bruine hageltjes’. Inderdaad smakelijk, maar niet helemaal waarom ik dit pak mét figuurtjes had gekocht.

Gelukkig is het inmiddels alweer gedaan met de jubileumvarianten. En het kon nog wel eens 25 jaar duren voordat iets soortgelijks weer in de schappen ligt. Dat is fijn, want nu kan ik weer mooi rechtstreeks voor de pretentieloze standaard hagels gaan.


24
apr 13

BVN

Vorige week had ik het genoegen een paar dagen en nachten in het buitenland te verblijven. Na vele uren wandelen door de gerieflijke straten van de betreffende stad (Frankfurt), keerden mijn wederhelft en ikzelf terug naar onze hotelkamer. Daar besloten we de televisie eens aan te zetten, op zoek naar interessants uit het fascinerende televisielandschap van Duitsland.

Het werd BVN.

Eenieder die wel eens in het buitenland beschikking heeft gehad over een televisietoestel, weet dat BVN de Nederlandse omroep voor Nederlanders (en blijkbaar ook Vlamingen) in het buitenland is. Ik zou niet direct willen impliceren dat het daarmee een vakantiezender is, maar ik zou tegen zo’n bewering ook geen bezwaar maken. De programmering laat ons wat dat betreft ook in het ongewisse: het is een merkwaardige melange van van alles. Zo begint de avond nog traditioneel met het nieuws, gevolgd door Nieuwsuur. Dat doet de Nederlander in den vreemde goed: de noodzakelijke update van de stand van de wereld en daarna een prettige scheut onderzoeksjournalistiek. En Twan Huys is natuurlijk een baas.

Daarna nam de avond echter een heel andere wending. Na Nieuwsuur kregen we namelijk Flikken Maastricht voorgeschoteld, de Nederlandse poging tot het maken van een detective. Het decor van de serie is Maastricht, een stad waar niemand te verstaan is, behalve de hoofdrolspelers van deze serie. Die spreken zonder uitzondering of gêne met een harde g. Dat wordt door het matige acteerwerk en vrij zwakke plot gelukkig nooit al te storend.

Als de welwillende reiziger die serie uitgezeten heeft, wacht hem helaas nog geen bevrijding van de last van het Nederlanderschap. BVN zond hierna namelijk het jubileumconcert van Ronnie Tober uit. Mocht die naam u niets zeggen, dan raad ik u van harte aan dat zo te houden. Maar laat ik het zo omschrijven: dat iemand iets lang doet, wil niet zeggen dat hij of zij het ook goed kan. Ronnie Tober is daarvan het overtuigende bewijs. Hij vierde zijn 50-jarig jubileum voor de camera’s van MAX, in een zaal met ongeveer dertig deinende ouderen, stuk voor stuk ogenschijnlijk enthousiast over het beroerde playbackwerk van Tober. En dan te bedenken dat BVN staat voor ‘Het Beste van Vlaanderen en Nederland’. Zum kotzen.

Na een goed half uur tussen Duitse zenders geschakeld te hebben, keerde ik weer terug naar BVN. Daar verschenen nu de hangende gezichten van Pauw en Witteman. Dat was een verademing, hoewel de uitheemse Nederlander dan natuurlijk liever Eva Jinek ziet. Begrijpelijk, maar qua inhoud doen Pauw en Witteman amper onder voor Jinek, en dat is al heel wat na de geestdodende anderhalf uur BVN die hieraan vooraf ging. Hierna heb ik de televisie uitgezet en ben verontrust en gedesillusioneerd gaan slapen.

Of BVN een vakantiezender is of niet, blijft dus lastig te beoordelen. In elk geval slagen ze er wel in je het gevoel te geven voorlopig nog niet naar huis te willen.


20
apr 13

Koningsliedkritiek II: The Sequel

Zoals waarschijnlijk eenieder van u al weet is gisteren officieel het voltooide koningslied van John Ewbank gepresenteerd en, waarschijnlijk zoals eenieder van u, heb ik het ook geluisterd. Verder is er, zoals eenieder van u al weet, een verontrustende hoeveelheid kritiek op gekomen. Zoals tot slot eenieder van u al weet, heb ik enkele weken geleden al een stuk geschreven over de kritiek die er kwam naar aanleiding van de eerste versie van het lied, die toen werd gepresenteerd in De Wereld Draait Door. Daar sta ik nog steeds achter. Mocht u het vergeten zijn; leest het nog even na. Klik.

Op het moment van schrijven is het gisterenavond. Ik heb zojuist een bescheiden tijd doorgebracht op Facebook. Mijn nieuwsfeed (zoals dat volgens mij heet, zo niet; verbeter mij!) stroomt over met mensen die aan het zeuren zijn over het gewraakte nummer. Ik vraag mij erg af waarom. Zoals uitgelegd in mijn vorige stuk (wederom; klik) voldoet het nummer aan alle criteria die ik kan bedenken voor een lied met deze functie. Het is makkelijk meezingbaar, het ligt gemakkelijk in het gehoor, het is herkenbaar en goed te onthouden. Toegegeven, het is erg goedkoop, over-the-top emotioneel, maar wat verwacht u van een nummer geschreven voor een volk om haar koning toe te zingen? Heeft u wel eens een willekeurig volkslied gehoord?

De situatie doet mij erg denken aan een paar maanden terug, toen er een internet-gebeuren was omtrent een liedje wat een meisje van 13 samen met haar vriendinnetjes had opgenomen. Dit internet-gebeuren bereide zich uit tot een echte-wereld-gebeuren en voor je het wist hoorde je iedereen op de radio, televisie en in de krant klagen over het liedje ‘Friday’ van Rebecca Black. Ik las in de Volkskrant, wat zich nota bene een kwaliteitskrant mag noemen, over hoe vals het meisje wel niet zong, waar niets van waar was. In tegendeel, alle valsheid was rechtgetrokken door middel van Auto-Tune, waardoor haar stem een lelijk vlak en gesynthetiseerd geluid kreeg. De schrijver van het betreffende Volkskrant-stuk wist blijkbaar, net als het grootste gedeelte van u, niet wat vals in muzikale context betekend, namelijk wanneer een toon een hogere of lagere frequentie heeft dan wenselijk is in relatie met andere klinkende of geklonken tonen. Het betekend dus níet schel, geknepen, dissonant, of gewoon lelijk, waarvoor de term onder leken meestal wordt gebruikt.

En dat is precies mijn probleem. Mensen winden zich op over zaken waar zij te weinig verstand van hebben om terecht boos over te zijn of een waardevolle mening over te hebben. Ik ben zelf professioneel muzikant en mag mijzelf, wat mij betreft, best een kritische luisteraar noemen en ik kan u vertellen dat er veel lelijkere, stompzinnigere dingen zijn dan die waar u zich zo boos over maakt. Als ik Rebecca Black hoor vraag ik mij af waarom dit mensen zo schoffeert en muziek van artiesten als Justin Bieber, Esmée Denters en dergelijke niet. Die laatste categorie is beter geproduceerd, dat geef ik toe, maar muzikaal echt niet hoogstaander. Dezelfde verbazing heb ik bij het koningslied tegenover de muziek van Nick en Simon, Jeroen van de Boom of een willekeurig songfestival-lied. Waarom roept de eerste zoveel afkeer op, terwijl Jeroen van der Boom zoveel verwerpelijkere klanken heeft geproduceerd?

Ik denk dat er een hoog gehalte napraterij is bij de kritiek. Het is makkelijk en vermakelijk om je boos te maken over iets waar de rest van Nederland (of de wereld) zich ook boos over maakt. Het is fijn zo af en toe eens flink te foeteren, en muziek is iets waar schijnbaar iedereen een mening over mag hebben en wanneer iedereen het met je eens is, kan je je helemáál risicoloos uitleven.

Ik zou het fijn vinden als iedereen voortaan even kan nadenken over waarom hij/zij wat vindt alvorens zijn/haar mening wereldkundig te maken. Ik probeer zelf zoveel mogelijk te leven naar het principe van ‘het maakt me geen drol uit.’ Heeft iets geen directe invloed op mij? Dan maakt het me geen drol uit. Heeft iets wel invloed op mij, maar een beperkte uitwerking? Dan maakt het me ook geen drol uit. Wordt er iemand geholpen, terwijl het mijn beurt was? Krijgt een bankmanager een exorbitant hoge bonus, zonder duidelijke tegenprestatie? Wordt mijn witte handdoek roze omdat ik hem gewassen heb met een rood shirt? Het maakt me allemaal geen drol uit. Ik heb op een bepaalt punt een beslissing genomen, om mij niet meer op te winden over dingen waar ik niets aan kan veranderen en dat bevalt me sindsdien erg goed. Ik kan iedereen aanraden hetzelfde te doen en zich niet meer druk te maken over de kleine dingen die je dag verpesten.

Tot slot wil ik nog even kwijt dat bovenstaande alleen betrekking heeft op de muziek van de genoemde nummers, niet de tekst. Ik ben muzikant en geen tekstschrijver en heb geen verstand van songteksten. Hierover onthoud ik mij dus van commentaar.


12
apr 13

Kameel

In de categorie ‘Is dit serieus nieuws? Echt? Nee joh, rot op!’: de kameel van de Franse president Hollande is opgegeten. De kameel was een cadeautje van de bevolking van Mali als dank voor de militaire hulp die Frankrijk de afgelopen maanden heeft geboden. Hollande was er zo blij mee dat hij het beest achterliet bij een Malinese familie aan de rand van de Sahara. Zij hebben het dier vervolgens verorberd.

Mijn enige vraag is: waarom is dit nieuws? Laten we wel wezen: het is bijna een natuurwet dat wanneer je een weldoorvoed dier achterlaat bij een willekeurig gezin aan de rand van de woestijn, dat het beestje de volgende maand niet gaat halen. Ik weet niet of u weet wat een woestijn precies is, maar het leven is er moeilijk en voedsel is er buitengewoon schaars. Met andere woorden: het is niet meer dan logisch dat de kameel nu in stukjes hangt te drogen aan de waslijn van een nomade.

En zelfs wanneer je dat nog niet zag aankomen, kun je je op z’n minst afvragen hoe erg Hollande het vindt dat zijn cadeau nu opgegeten is. Hij weet waarschijnlijk, net als de rest van de wereld, dat je mensen niet kunt vragen op je eten te passen. Als ik een zak drop ergens een maand laat liggen, dan is die zak drop met zekerheid geheel verslonden wanneer ik ‘m zou willen komen ophalen. Met een kameel is het niet anders.

Los van dit alles: wie laat zijn cadeau ergens achter? Dat doet alleen iemand die de gift eigenlijk niet wil hebben. Daarom stel ik nogmaals de vraag waarom dit nu nieuws is. Hollande wilde de kameel niet, en nu is de kameel weg. Prima. Opgelost, niets nieuwswaardigs. De Malinese autoriteiten hebben inmiddels laten weten een mooiere en grotere kameel naar Parijs te sturen. Ik hoop dat Hollande een beetje trek heeft.


06
apr 13

De tuin

De tuin is iets raars, een paradox. Het is een poging tot natuur, maar behorend tot de menselijkheid van het huis. Op zich is dat nog niet vreemd: je kunt de mens niet verwijten dat hij graag groen om zich heen heeft. Kamerplanten (ook zo’n contradictio in terminis) zijn niet voor niets zo populair. Bovendien zijn die minuscuul kleine, zanderige rotaardbeitjes uit eigen tuin nu eenmaal lekkerder, zo vertellen we elkaar. De paradox is dat het stukje natuur achter ons huis alles mag doen, behalve zich gedragen als natuur. Met andere woorden: woekeren, stinken en doodgaan.

De eigenaardige, menselijke neiging om de dingen vooral zelf in de hand te nemen, komt met betrekking tot de tuin duidelijk aan het licht. Elke tuin is een poging een klein paradijsje te stichten. Een paradijs met kaarsrechte lijnen, gekleurde bakstenen, omheining en strategisch geplaatst groen. Als als de tuin in niets meer lijkt op wat je in de natuur tegen kunt komen, noemen we de tuin ‘mooi’ of ‘geslaagd’. Bij het zien van zijn tuin droomt de eigenaar al weg naar de heerlijke zomers die hij met familie en vrienden in de tuin gaat doorbrengen, zich nog niet bewust van het feit dat hij vanaf nu elk vrij weekend in de tuin moet werken om alleen maar deze status quo te behouden.

Voordat ik een tuin had, had ik gehoopt niet gevoelig te zijn voor de idealistische neigingen die bij een tuin horen. Dat ik m’n schouders zou ophalen over de hoogte van het gras of de tint groen van de schutting. Maar helaas lijk ik er toch vatbaar voor. Momenteel breek ik namelijk mijn hoofd over wat ik kan doen om te voorkomen dat de kat van de buren in mijn grasveld gaat zitten schijten. Je kunt je afvragen waarom ik dat zou willen voorkomen (immers: ik gebruik het grasveld niet en heb letterlijk nog geen seconde in de tuin gezeten), maar ondanks de irrationaliteit wil ik die kattendrollen weg hebben. Voor mijn part bombarderen we de boosdoener, plaatsen we meedogenloze Vietnamese vallen of roeien we de kat als soort uit: het moet stoppen. Ik zal niet rusten totdat mijn in een rechthoek geplante groene sprietjes ongestoord precies 3 centimeter lang kunnen zijn.


02
apr 13

Koningsliedkritiek

Ik zag een paar dagen terug een filmpje op het internet waarin Kees van Kooten geïnterviewd werd. De interviewster was een irritante, pompeuze, pretentieuze vrouw van een, naar mijn mening, nogal middelbare leeftijd. Zij stelde eerst een paar vragen over het politiek engagement van Nederlandse schrijvers, of eerder het gebrek daaraan. Het was pijnlijk duidelijk dat de heer Van Kooten geen zin had in deze quasi kritische onzinvragen en als kijker kon ik daar maar al te goed in komen. Na een minuut of drieënhalf nam het gesprek echter een andere wending. Van Kooten uitte zijn onvrede over het recent bekendgemaakte ‘koningslied’, geschreven door John Ewbank, en zei dat het koningshuis aan haar opvoedende taak voorbij was gegaan door een zo weinig artistiek verantwoord nummer te kiezen. Hij zei dat hij liever had gezien dat er werd gekozen voor een componist als Corrie van Binsbergen.

Hoewel ik het sentiment waardeer; het verlangen naar erkenning van cultuur en kwaliteit, kan ik helaas niet zeggen dat ik het helemaal eens ben met meneer Van Kooten. Ik bedoel daarmee niet dat ik het nummer van Ewbank mooi vind (dat vind ik niet), of dat ik Corrie van Binsbergen een mindere componist vind (dat vind ik ook niet, sterker nog; ik ben een groot fan van Van Binsbergen en heb binnenkort zelfs de eer het podium met haar te delen). Ik ben het ook eens met Van Kooten dat de regering een opvoedende taak heeft, maar weet echter niet of dit het juiste moment is om deze uit te oefenen. Het idee van het koningslied is dat deze bij de kroning van prins Willem-Alexander door heel Nederland wordt gezongen. Dan kan je met een complex, modern klassiek stuk komen wat alleen door geschoolde zangers uitgevoerd kan worden, omdat je dat zo mooi vindt of omdat je vindt dat de Nederlandse bevolking dat mooi moet vinden, maar dan mis je wel de oorspronkelijke bedoeling van het koningslied. Het lied van Ewbank, hoe lelijk en voorspelbaar ook, is lekker degelijk, goed te onthouden, makkelijk te zingen en zal een groter deel van de bevolking aanspreken en aansporen mee te doen.

Daarnaast weet ik niet of Van Binsbergen wel de juiste keus was geweest. Zoals eerder vermeld vindt ik haar te gek, dat is het niet. Zij is echter op haar best in muziek die deels geïmproviseerd, deels gecomponeerd is. Ik vind zelf haar stukken het vetst wanneer er ruimte is gelaten voor improvisatie, en ik denk niet dat dat is wat je wilt bij een koningslied. Een koningslied moet herhaalbaar zijn en uitgevoerd kunnen worden door orkesten bij officiële gebeurtenissen. Improviseren is nou eenmaal een aparte tak van sport en niet iedereen kan dat. Orkesten als de marinierskapel bijvoorbeeld, die spelen veel bij officiële koningsdingen, zijn daar nou eenmaal niet goed in (neemt niet weg dat het een geweldig orkest is). Ik denk dat een gelegenheid als dit vraagt om een meer doorgecomponeerd stuk, en dan kan je naar mijn idee beter Michel van der Aa of Louis Andriessen vragen.

Nogmaals, ik vind het bijzonder goed dat Kees van Kooten op staat voor de cultuur in Nederland, en ik denk dat dat vaker moet gebeuren, niet per se alleen door Van Kooten, maar hij heeft hier wat mij betreft het verkeerde moment voor gekozen. Het idee was goed, de uitvoering wat minder.


26
mrt 13

Bewapende Begrafenisondernemers

In Volkskrant Magazine stond een tijdje geleden een mooie fotoreportage over de bewapening van leraren en leraressen op Amerikaanse scholen. Het Amerikaanse antwoord op een toename van schietpartijen is meer wapens. Zoals Reagan het leger vergrootte in vredestijd voor een eventuele preventieve oorlog, zo is de Amerikaanse juf voortaan in het bezit van een pistool. Een van de foto’s toont de conrector van een schooldistrict in Ohio. Hij is in het bezit van een fors jachtgeweer, een mooi stel oorkleppen en een zonnebril. Hij voelt zich aanzienlijk op zijn gemak met deze uitbreidingen. De meest verontrustende foto is van een begrafenisondernemer, die een fluwelen doosje toont met daarin een klein pistooltje. Hij kijkt er een beetje stiekem bij. Magere hein heeft een nieuwe gedaante aangenomen, Jerry Cartmill is zijn naam. Op het eerste gezicht lijkt hij een keurige man. Zijn dikke buik verraadt hem echter. De zaken gaan goed! Hij heeft een vette ring om zijn worstenvingers en dus dat fluwelen doosje. Het is als de opticien met de laserpen, de huisarts met vieze deurklinken of de tandarts met de boor. We kunnen nu nog denken; die gekke Amerikanen, maar voor je het weet staat dikke Hein ook hier op de stoep.


25
jan 13

Doedelzak

Gisteren zwierde ik over de besneeuwde en bescheten klinkers van de Dam op zoek naar een tram. Daar doe ik meer inspiratie op dan op de redactie waar Claudio oefent met zijn eenwieler. Hij heeft zich kortgeleden aangemeld bij Circus Renz; “een groot schrijver moet grote dingen doen”, meldde hij. Joop is afwezig. Hij zou melk gaan stelen, maar is niet teruggekomen. “Of de eenwieler eruit, of ik!”. Claudio heeft geen woord gezegd en ik ben gegaan.

Straatmuziek vind ik niet zo erg, maar van doedelzak moet ik spugen. Ergens voor een winkel op het Damrak stond een wat houterige idioot toonladders te blazen, pompen of zuigen op zo’n verschrikkelijke zak. Hij trok aan de stokken, zijn hoofd was een enorme rode ballon. Als ik doedelzak hoor moet ik denken aan bevallingen en vulkanen. Twiedelie tuuuuuuut. En altijd klinkt er een zacht gebrom onder in de zak, een astmatische Schot die goedkeurend toekijkt hoe zijn schaap lammeren werpt. Ik wilde op hem aflopen zijn bril breken en overal knopen in leggen. Naast hem gaan staan en meejanken dat ik weet dat de wereld niet mooi is, dat hij dat er niet in hoeft te wrijven.

Maar het allerliefst zou ik een tijdmachine kopen en de uitvinder per ongeluk van een Schots heuveltje duwen. Ik heb alleen geen geld.

Tijdmachine


06
dec 12

Diederik Stapel

Vorige week stond er een open brief in de Volkskrant, gericht aan de verontwaardigde lezer. Hij was geschreven door Diederik Stapel. Voor diegenen bij wie er geen lampje gaat branden; Stapel was een psycholoog die zelf zijn data verzon of deze een stukje omboog naar zijn verwachtingen. In zijn brief schrijft hij dat hij ” de wereld net iets mooier wilde maken dan hij is”. Dat nemen wij van Met Man en Muys hem niet kwalijk. De wereld is volkomen ruk en wij dachten toch al dat een psycholoog niet veel afweek van de romanschrijver; de psycholoog ontbeert alleen de fijnschrijverij. Wat ons echter wel verontrustte was het sentimentele en zeurderige “de waarheid is beter af zonder mij”. Met zijn hoofd en armen in het schavot accepteert de gevallen geleerde deemoedig zijn lot.

En nu we hier toch over schrijven. Wij hebben ook u iets te bekennen. De waarheid is ook beter af zonder ons. Wij van Met Man en Muys hebben uw blinde vertrouwen beschaamd. U leurde met ons als als Jehova’s met hun toren en slikte onze verhaaltjes als zoete koek. Honderdduizenden lezers hebben zich weerloos door deze wereld laten slepen met onze fabeltjes. Het was allemaal gelogen. We hebben de feiten gemanipuleerd om de wereld net iets mooier te maken dan zij is. Maar de wereld is niet mooi. Open uw krant en lees! Vergeet ons als de juist ontsprongen bron van informatie en zoek de waarheid! Of kies voor de schone halve waarheid en droom.

Stapel meldt ook dat hij een boek heeft geschreven over zijn ervaringen in deze donkere dagen. Hij weet hoezeer wij houden van zijn verhaaltjes. Bovendien smullen wij van een dergelijke crash, van deze genadeloze ondergang van een succesvol persoon. Diederik heeft zijn gedachten op papier gezet. Dat durven wij niet.


14
nov 12

Man met stok

Afgelopen week werd in de Tweede Kamer de zogenaamde Regeringsverklaring afgelegd. Dat betekent zoveel als: de regering verklaart enkele van van haar plannen en licht ze toe, en de oppositie mag hardop zeuren en klagen over die voornemens. Het schijnt een belangrijk debat te zijn, omdat  alle verse plannen hier voor het eerst op tafel komen. En omdat het zo belangrijk is, hing er ook een ietwat gespannen en officiële sfeer om deze verklaring heen. Daar mijn inspiratie, net als die van Claudio en Thomas, mij nu al dagen noopt om bier te drinken en tv te kijken in plaats van te schrijven voor deze hooggewaardeerde website, trok ik een blik open en installeerde mij voor de livestream van de NOS. Mijn beeld was als volgt:

Dit is op zich geen opzienbarend beeld. Links zit het nieuwe kabinet (in vak K, voor insiders), in de achtergrond zien we de fracties van SP en PvdA, op de voorgrond de Kamervoorzitter, en in het midden die mensen waarvan niemand weet wat ze nou eigenlijk doen en waarom ze dat op zo’n ontzettend onhandige plek doen. Een vertrouwd plaatje, zou ik zeggen. Maar toen viel mijn oog op het mannetje rechts in beeld. Want midden in de Tweede Kamer staat een wat oudere man met een fotocamera op een stok. Dat dit niet zomaar toeval is, wist de Kamervoorzitter subtiel door te laten schemeren: alle fotografen en cameramensen moesten weg, behalve deze meneer met stok. Zei ze met een knipoog. Fascinerend.

Ik heb erover nagedacht en ik pleit ervoor dat deze meneer op meer officiële en serieuze gelegenheden langskomt. Want het waarschijnlijk onbedoelde effect van zijn aanwezigheid is dat de hele sfeer wat minder gespannen wordt. “Het lijkt misschien allemaal serieus en zwaar op de hand, maar kijk: de man met zijn stok is er ook. Dus zó strak is dit nu ook weer niet geregisseerd.” Ik stel voor dat hij onder andere verschijnt op Euro- en klimaattoppen, bij internationaal topoverleg, een koninklijk huwelijk, de Verenigde Naties, de NAVO en bij elk concert van Dries Roelvink. Ik denk dat hij op die manier veel druk van de ketel haalt, en daar profiteren de te nemen beslissingen van. Nu maar hopen dat hij een niet al te drukke agenda heeft.