BNG Bank Literatuurprijs

De jury van de BNG Bank Literatuurprijs heeft gelijk: 2014 was literair gezien een mager jaar. “Te weinig durf, te povere stilistische en compositorische middelen, geen urgentie, zozeer dat de vraag opkomt: waren deze boeken wel uitgegeven als de auteur niet jong en niet onweerstaanbaar aantrekkelijk was geweest?” Wat de tijdelijke online afwezigheid van drie lelijke mannen al niet betekent voor de staat van het Nederlandstalige literaire landschap. Over onze geruisloze retraite is echter reeds genoeg geschreven (helaas uitsluitend door onszelf), dus laat mij voor nu volstaan met hardop uitgesproken hoop op meer urgentie, durf, fijnere stilistische en compositorische middelen, én meer sexy schrijvers.

Toch is dit jonge jaar wat dat betreft niet al te best begonnen. Gisteren verscheen namelijk nieuw werk van Mario Draghi, en laten we er niet omheen draaien: het was om te huilen. Op het feit dat Mario bepaald geen natuurlijke schoonheid is, mogen we hem uiteraard niet afrekenen, maar hij lijkt geen enkele moeite gedaan te hebben om zijn esthetische tekorten met technisch literair vernuft te compenseren. Hoewel het onderwerp van zijn gisteren geheel online verschenen werk, de Europese economie, weliswaar ‘urgent’ is en vraagt om ‘durf’ en ‘stilistische middelen’, komt Draghi feitelijk niet verder dan een nogal lelijke opsomming van vaktermen. De toon is kil en berekenend en geeft ons nauwelijks inzicht in het gevoelsleven van de personages. Nergens kiest Draghi voor de diepte en nergens kiest hij bij die ondiepte fraaie woorden of pakkende metaforen.

Nee, in plaats daarvan biedt de auteur ons vooral kwantiteit zonder substantie. Het idee dat de simpele macht van het getal een goed resultaat garandeert, is met Draghi’s laatste werk duidelijk ontkracht. Bij Draghi is de vraag gerechtvaardigd of zijn werk wel uitgegeven zou zijn als hij niet de baas van de Europese Centrale Bank was geweest. Ik denk dat het antwoord daarop ‘nee’ moet zijn. Wellicht dat hij bij zijn eigen bank ooit nog eens een prijs in de wacht weet te slepen, maar ik vermoed dat de BNG Bank Literatuurprijs 2016 niet voor Mario Draghi bestemd is.

Nieuwe ronde

Dit is ons tweede stukje na onze grote heropening afgelopen maandag, en ik moet zeggen; de sleur zit er alweer goed in.

De voornaamste reden dat MMeM afgelopen seizoen was doodgebloed, was omdat we zo af en toe niets weten om over te schrijven en dan gaan er soms wel uren aan snuffelen op nieuwswebsites aan vooraf, voordat de inspiratie gevonden is. Wij waren toen alledrie in situaties waarin we geen tijd hadden voor dat soort dingen, en besloten om de stukjes met steeds verminderde regelmaat naar buiten te laten komen en uiteindelijk helemaal niet meer te maken. Wanneer ons vast publiek zich zou realiseren wat er gaande was en zij uit verbijstering en teleurstelling in actie zouden komen, mails zouden gaan sturen, herrie zouden gaan schoppen, zouden wij allang uit de voeten zijn. Zulke reacties bleven echter uit, wat wij dan weer erg teleurstellend vonden.

Vandaag was weer zo’n dag. We hebben twee dagen geleden echter gezegd dat we iedere woensdag iets posten, dus het is nu nog wel erg vroeg om dat op te geven. Dan weten jullie het, ik schrijf een stukje, maar echt van harte gaat het niet.

Tijdens mijn internetspeurtocht kwam ik een bericht tegen over Giel Beelen. Ik heb een hekel aan Giel Beelen, dus dat zou een mooi onderwerp kunnen zijn. Hij had gehuild op televisie, eerst in zijn eigen programma en daarna bij De Wereld Draait Door. Daarna had hij een muziekrecensent die een prijs had gewonnen op Facebook bekritiseerd. Die recensent had hem weer bekritiseerd op zijn eigen website, en Beelen reageerde daar weer op. Mensen reageerde daar weer op via twitter. Nederland was Giel Beelen zat, zo vertelde de kop mij.

Het was de site van Spits Nieuws, dus ik weet eerlijk gezegd ook niet wat ik verwachtte, maar het blijft mij verbazen wat er zo af en toe voor nieuws doorgaat. Het nieuws was nu dat er boze mensen twitterde over iemand die boos was op iemand omdat diegene boos was op persoon één. Ik heb er even over gedacht om een stukje te schrijven over hoe gek ik dat vind, maar dan heb je een stukje van iemand die boos is, omdat er mensen schrijven over dat mensen boos zijn op iemand die boos is op iemand die boos is omdat diegene boos is op die persoon. Ik denk niet dat ik op die manier mijn punt kracht bijzet.

Vandaar dat jullie dit lezen; een metastukje over hoe moeilijk het wel niet is om stukjes te schrijven. Dat is lui, waarvoor ik me excuseer. Daarnaast is meta geloof ik ook alweer passé, wat slecht nieuws is, want deze alinea smeert er nog een metalaagje overheen. Zo aan het einde kan ik wel zeggen dat dit een behoorlijk matig stukje is. Ik gooi het maar op de roest die ik uit mijn toetsenbord moest tikken na tien maanden inactiviteit.

Lopende band

Hoewel deze woorden nu via het internet tot u komen (tenzij u die ene obscure drukkerij heeft gevonden die onze werken, tegen beter weten en het politiek-sociale klimaat in, toch drukt en verspreidt onder gevallen Oost-Duitse intellectuelen – in welk geval: hulde!), ben ik bepaald geen dikke vrienden met elektronica. Ik beschouw de elektronica zo ongeveer als Facebook: je zou er eigenlijk prima zonder kunnen, maar soms is het gewoon handig. Leuk is het echter zelden, en zie daar de analogie met Facebook.

Nu klinkt het wellicht alsof ik afwijzend sta tegenover de elektronica, maar dat is absoluut onwaar. Ik ben omringd door elektronica en gebruik het ook regelmatig. Toch heb ik er geen fascinatie voor. Dat is ergens een beetje vreemd, want hoe anders is dat met die andere vorm van techniek: de mechanica. Mechanica is (in dit geval) de techniek van de olie- en luchtdruk, van de zuigers en cilinders, van warmtespiralen, nokkenassen en kogellagers, van frezen en boren en van boutjes en moertjes. Ik ben mateloos onder de indruk van grote machines die zuchtend en sissend enorme krachten ontwikkelen en, bijvoorbeeld, drijvende klompen staal in beweging kunnen zetten, een tunnel onder een fucking zee boren of stukken boom aan gort kunnen malen. Dus ja: Discovery Channel begrijpt mij. Ik wil zwetende motoren en ratelende kettingen zien. Ik wil begrijpen hoe je met zwaar materieel goud delft in de blubber. En ik wil graag aanschouwen hoe alle onderdelen, van klein tot groot, hun eigen en essentiële functie vervullen en in de ronkende machine tot een prachtige harmonie van olie, metaal en gecontroleerde explosies worden.

Vergeleken met al dit moois is de elektronica dood. Uiteraard, je kunt er prachtige dingen mee doen en maken, dat bewijst elk denkbaar besturingssysteem van elke mogelijke ontwikkelaar. Maar het blijft klinisch en afstandelijk. Een druk op een touchscreen is gevoelloos; er lijkt geen fysieke verbinding te bestaan tussen jou en dat-wat-zich-achter-glas-bevindt. Met mechanische apparaten daarentegen kun je een band opbouwen. Ik voel een soort connectie met mijn koffiemolen, met een door mij veelgebruikte auto en met mijn fiets. Een onderhoudsbeurt aan mijn fiets onderneem ik dan ook met oprechte zorgzaamheid, koffie maal ik met zachte hand en een wandeling op een autosloop is een emotionele achtbaan. En dat heb ik gewoon niet met mijn telefoon, laptop of ov-chipkaart.

Natuurlijk, dit is niet nieuw. Ik probeer hier slechts stuntelig een gevoel uit te drukken dat al eerder uitvoerig en innemend werd beschreven. Dus bij deze een tip voor gelijkgezinden: Zen en de kunst van het motoronderhoud.

Vermaakpaal

Onlangs stond ik in het hart van Amsterdam op de tram te wachten. Ik was namelijk op weg naar Thomas, om daar naar zijn nieuwe tosti-recept te kijken. Met een ruw idee van waar ik heen moest, wachtte ik geduldig tot de juiste tram kwam voorrijden. Bij de halte stond ogenschijnlijk ter informatie een bord dat de actuele vertrektijden van de verschillende trams aangaf. Aangezien ik al iets langer stond te wachten, deed ik een beroep op het informatiebord om te zien wanneer mijn tram zou arriveren. En al gauw werd mij duidelijk dat het bord zuiver en alleen vermaak is. Want, zo zag ik, het bord wisselde elke 30 seconden en gaf op z’n best een schets van welke tramlijnen er überhaupt rijden in heel Amsterdam. Geen van de trams die voor mijn neus verscheen was daarvoor al aangekondigd op het bord. En toen ging het mij dagen dat dit bord er alleen maar staat om de aandacht van het wachten af te leiden.

Tot enkele jaren geleden hanteerde men op station Utrecht Centraal ook zo’n tactiek. Daar hing een gigantisch bord dat eveneens als een valklok de actuele vertrektijden aangaf. Hoewel enige functionaliteit dit bord niet ontzegd kon worden, was het voornaamste doel mensen zolang te boeien en in spanning te laten wachten, dat er uiteindelijk geen seconde meer te verliezen was en men als een waanzinnige hollend naar de trein moest.

Een prima manier dus om mensen het gevoel te geven dat ze nauwelijks hoeven te wachten op de trein. Dat vond ook het GVB, alleen gaven zij er nog een surrealistische draai aan: letterlijk niets wat op het bord verschijnt, correspondeert met de werkelijkheid. Dat heb je normaal gesproken niet in de gaten, maar als je substantieel langer bij de halte vertoeft, valt opeens het kwartje. Schrijnend waren de hoopvolle blikken die medewachtenden, tegen beter weten in, op het bord wierpen. Elke 30 seconden werd de ene willekeurige term vervangen door de andere, en geen ervan was toevallig juist. De ironie van het woord ‘informatiebord’.

Het recept zag er overigens goed uit. Ik ben benieuwd hoe het zou smaken.

Kinderpraat

Terwijl ik dit aan het typen ben, wordt op de achtergrond een gesprek gevoerd tussen een mevrouw van middelbare leeftijd en een jong kind. Van een gesprek met zo’n leeftijdsverschil mogen we niet al te veel vuurwerk verwachten, maar wat ik hoor ontstijgt maar nauwelijks de gemiddelde interviewvragen van Piet Paulusma. In elke vraag van de mevrouw ligt, door haar affirmatieve manier van vragen, het antwoord reeds besloten. Ik hoor hoe het kind steeds netjes en plichtsgetrouw ‘ja’ antwoordt, en ik voel een golf van medelijden voor dit in de hoek gedreven kleine mensje.

Want, en dit vraag ik mij al langer af, waarom praten we tegen kinderen alsof ze achterlijk zijn? Wat geeft mensen het idee dat gebrekkig taalgebruik het best bestreden kan worden met meer gebrekkig taalgebruik? Ik verbaas me regelmatig over de ontzettende lage dunk die mensen in hun interactie met kinderen aan de dag leggen. Ze gebruiken zinnetjes die vooral vrolijk klinken en weinig betekenen, in plaats van dat ze proberen een echte, wederzijdse conversatie tot stand te brengen.

Nu ben ik natuurlijk geen pedagoog, maar ik help wel regelmatig basisschoolleerlingen met hun schoolwerk. En mijn ervaring is dat je prima op een normale, volwassen manier met kinderen kunt spreken. Dat vinden ze zelfs juist wel prettig, want dan voelen ze zich als mens serieus genomen. Zoiets als levelen, in het algemeen of specifiek met kinderen, betekent niets anders dan het niveau dusdanig verlagen dat er niet meer gedacht hoeft te worden. Hoewel het momenteel in de mode is je zo dom mogelijk voor te doen, lijkt het me niet onzinnig kinderen te leren denken. Al is het maar omdat zij ooit eens gaan beslissen over hoe vaak wij gewassen worden en of we nog kwaliteit van leven hebben.

Kinderen zijn vaak lang niet gek. Maar ze worden het misschien wel door ons domme gebabbel. En ja, natuurlijk praat ook ik wel eens zwakhoofdig en idioot. Dat probeer ik echter te beperken tot mijn gesprekken met katten, konijnen en mijzelf. Van die laatste twee weet ik namelijk zeker dat ze niet sporen.

Jasliteratuur

Vandaag zat ik naast een man met een enorme jas. Op zijn schouder stond een logootje met daarop: rescue 24/7 en daaronder resQ Seismological Centre Polar Division. Onderin op zijn mouw was een plaatje van een sneeuwscooter geplakt, met daarbij het signalement Arctic Babe. Nu zijn er twee dingen mogelijk. Enerzijds zou de tekstschrijver van deze jas een onbegrepen en gepijnigde poëet kunnen zijn. Eentje die na een aantal geflopte dichtbundels als freelancer is gaan schrijven voor willekeurige kledingmerken. In dat geval zouden we een diepere betekenis aan de tekst moeten kunnen onttrekken. Er is dan vermoedelijk sprake van een verloren liefde en een gebroken hart. Vandaar ook de kou, de koudste kou, de arctische kou. Bovendien beeft de aarde, het fundament is rot en hij staat op instorten (het seismologische centrum). Het heroveren van de ijskoningin, de arctic babe houdt de verteller 24 uur per dag bezig, en dat dan weer zeven dagen in de week.

Waarschijnlijker is het, echter, dat de teksten op kledingstukken een verzameling onsamenhangend gelul zijn.

Aan de kwaliteitskrantenlezer

Lieve kwaliteitskrantenlezer,

Bedankt. Bedankt dat je zo nu en dan beslist je uitgelezen krant in de trein achter te laten. Sinds de ondergang van De Pers red je dagelijks medereizigers van de papieren gruwelen die nu in de metalen bakken op stations te vinden zijn. Groot is mijn vreugde als ik toevallig tegen een nrc.next aanloopt, of een Volkskrant achter het opklaptafeltje treft. Voor een dolende sloeber als ik, voor wie een abonnement net teveel krant is in te weinig tijd (of, laten we wel wezen, die meer tijd besteedt aan het kijken van filmpjes van falende katten op YouTube dan aan het uitgebreid lezen van een krant), is het een ongekend cadeau. En daarvoor wil ik je bedanken.

Groeten,

Joop