Vakantie

Lieve hevig ontstemde lezer,

Uit de stapels briefkaarten die u de redactie de afgelopen twee maanden heeft doen toekomen, blijkt dat u werkelijk tot het uiterste gaat om de redactie te ontstichten. Vanuit alle delen van de wereld kregen wij namelijk smalende ansichtkaarten en honende, etnische souvenirs toegestuurd, slechts vergezeld van de tekst ‘Ik wel.’ of ‘En wat zijn jullie aan het doen?’. Honderden euro’s moet u hebben gespendeerd aan alleen al postzegels om uw lasterlijke kaartjes bij de redactie op de deurmat te krijgen. Duidelijk was dat u middels deze stekende boodschappen een signaal wilde afgeven. Wat dit signaal precies moet voorstellen is nog altijd onderwerp van felle discussie en flauwe kantoorgrapjes, maar het lijkt erop dat u de redactie vooral jaloers heeft willen maken. Wij kunnen u bij deze mededelen dat u in die opzet bent geslaagd.

Gelukkig hebben wij van dit alles maar weinig meegekregen, daar wij zelf eveneens uitgebreid op vakantie waren. U zult dat ongetwijfeld gemerkt hebben, want de enkele, bedroevend slechte bijdragen die op deze webpagina verschenen, waren alle automatisch gecreëerde stukjes tekst. In eerlijkheid produceert diezelfde machine eigenlijk al ruim een half jaar allerlei laffe berichten, zodat wij ons als redactie volledig op onze mediastrategie en de beste wijnen uit de Haut-Médoc konden richten. Dit alles laat onverlet dat de redactie een prachtige vakantie achter de rug heeft. Wij hebben, tijdelijk verlost van de zware last van deze website, vrijelijk en naar hartenlust de meest fantastische en hilarische stukken geschreven. Helaas bleek geen van die stukken geschikt voor publicatie op Met Man en Muys. Om dit leed wat draaglijker te maken, heeft de redactie besloten enkele van haar vakantiekiekjes met u te delen. Bij deze.

Het goede nieuws voor u als lezer is echter dat de vakantie voorbij is. Dat betekent dat u vanaf heden weer met regelmaat een verse portie verhalen, opiniërende stukken, hilarische bijdragen en haatdragende teksten bij Met Man en Muys kunt aantreffen. Dus zegt het voort! En op naar de kerst!

Met ontstellende groet,

De Redactie

1 april, het vervolg

Wellicht herinnert u zich het stuk dat wij hier twee dagen geleden publiceerden. Hierin verkondigde de redactie met veel bombarie dat er dit jaar, net als het voorgaande jaar, geen 1 aprilgrap zou komen van Met Man en Muys. U bent toen waarschijnlijk rustig gaan slapen, in de overtuiging dat eerlijkheid en oprechtheid gelukkig dus toch nog bestaan op deze aardkloot. En terecht.

Behalve dan dat wij u bij de neus hebben genomen. De stelling dat u geen 1 aprilgrap van ons kon verwachten, was de 1 aprilgrap. Ha! U zou uw hoofd moeten zien! De redactievergadering zoals die eergisteren werd beschreven, is volledig verzonnen. In werkelijkheid waren Claudio, Thomas en Joop het roerend met elkaar eens dat dit een fantastische 1 aprilgrap zou zijn. Na het schrijven van het stuk brak dan ook één groot feest uit, waarbij de laatste restjes Texels bockbier rijkelijk vloeiden, de lijntjes Cup-a-Soup met ongebreidelde gretigheid werden opgesnoven en opblaaskrokodillen tot diep in de nacht ritmisch in de lucht werden gehouden. Zelden had Arnica de volgende dag zoveel werk.

Als u dit nu een vervelende plotwending vindt, schroom dan niet met ons in contact te treden. En met een beetje geluk houden lichten wij u volgend jaar in over de op handen zijnde 1 aprilgrap, zodat u niet voor onaangename verrassingen komt te staan. Wanneer u zelf nog een fantastisch, ludiek of asociaal idee heeft voor een 1 aprilgrap, kunt u dat uiteraard ook altijd naar ons opsturen.

Boks,

De Redactie

1 april

1 april. Traditioneel de dag dat niet alleen mensen, maar ook nieuwssites, media en andere bedrijven over elkaar heen buitelen om de meest gevatte en originele 1 aprilgrap van het betreffende jaar te maken. Daarom is het elk jaar rond deze tijd zaak om extra scherp te zijn op de berichtgeving die we in onze moderne era met bakken tegelijk over ons heen laten komen. Met een kritische blik is het gelukkig vaak mogelijk om grap en feit van elkaar te scheiden, hoewel sommige lolbroeken het ons wel erg lastig kunnen maken. Zo hoopt de redactie dat Hans Kraay junior stiekem een uit de hand gelopen 1 aprilgrap is, die sinds zijn ontstaan in 1959 nog niet is opgemerkt. Het lijkt ons immers uiterst onwaarschijnlijk dat het voor iemand met zo weinig eigenwaarde en zo’n kapsel mogelijk is om werkelijk te bestaan.

Vorig jaar trok 1 april rustig aan de redactionele loods van Met Man en Muys voorbij. Afgezien van de dagelijkse plagerijtjes die Arnica, onze toiletjuffrouw, van elk van de afzonderlijke redactieleden te verduren krijgt. De redactie hanteert als motto voor Arnica namelijk: ‘leef alsof het elke dag 1 april is’. Arnica zit dus regelmatig theezakjes uit douchekoppen te plukken, scheetzakken te ontmantelen en klokken weer op de juiste tijd in te stellen. Maar los hiervan viel er vorig jaar op 1 april weinig te lachen op de redactie. Wat wil je ook, met drie van die knappe mannen met enorme penissen. Daar valt maar moeilijk over te grappen. De meeste lol die wij op de redactie hebben, is als wij één van ons weer eens tegenkomen in één of ander schokkerig internetfilmpje met twee vrouwen en een paar handboeien.

Vorige maand besloot Joop echter de redactie bijeen te roepen voor een vergadering over een eventuele 1 aprilgrap voor dit jaar. Nadat iedereen geïnstalleerd was en het bovenste laagje zijn koffiekoekje had afgelikt, opende Joop de vergadering: “Heren, 1 april zit er weer aan te komen. En als we echt mee willen tellen, moeten we er iets mee doen. Al onze concurrenten zijn er al druk mee bezig: nu.nl, het Jeugdjournaal, Google, De Toppers, BMW, de gemeente Gouda, YouTube, Heineken, enzovoort. Als we nu niet meedoen, raken we onze lezers kwijt!” Claudio kijkt op van zijn bak nasi: “Ik heb wel een idee. Wat nu als we Dries Roelvink uitnodigen?” Thomas negeert zijn suggestie en zegt: “Ik stel voor dat we die buikdansfilmpjes van ons inderdaad, zoals we destijds al grapten, naar So You Think You Can Dance opsturen.” “O, dat was een grap toen?” vraagt Claudio beduusd. Joop doorbreekt de korte stilte: “Ik zat zelf aan iets groters te denken: wat nu als we Limburg afgraven en in z’n geheel in de Noordzee kieperen?” Het blijft weer stil. “Ik denk toch meer aan het buikdansfilmpje”, zegt Thomas. “En ik aan Dries Roelvink”, voegt Claudio toe. “We weten dat je daaraan denkt”, reageert Joop, “maar wat moeten we nu?”

Uiteindelijk heeft de redactie besloten haar verlies te nemen en te accepteren dat ze lezers zal kwijtraken. Maar dit besluit werd pas genomen nadat Thomas’ wenkbrauwen vlam hadden gevat door de brandende, in wodka gedoopte sokken die Claudio in de richting van de worstelende Thomas en Joop wierp, na onenigheid over de spelling van ‘1 aprilgrap’. Daarom bij deze: Met Man en Muys levert ook dit jaar geen 1 aprilgrap.

Met gedegen handdruk,

De Redactie

Persfoto

De uitreiking van de zilveren camera komt er weer aan. Op 22 januari 2012 zal bekend worden gemaakt welke persfoto zich persfoto van het jaar mag noemen. Uw eigen redactie, hongerend naar alles wat naar prestige ruikt, nam deel en poogde met een eigen persfoto de jury op zijn knieën te dwingen. Nu de nominaties bekend zijn, zult u gemerkt hebben dat onze foto ontbreekt. Dat vinden wij jammer, en om ons huzarenstukje toch nog een podium te bieden en onder onder de aandacht van een groot publiek te brengen, presenteren wij alhier, juist voor u, onze persfoto van het jaar 2011.

 

Dies Natalis

Lieve, aanhankelijke lezer,

Daar zijn we dan. De eerste, zwalkende stappen in het jaar 2012 zijn gezet. Wat was het een feest hè? En hoewel u waarschijnlijk de hele avond als een bezetene aan lijntjes poedersuiker heeft zitten ruiken, kunnen wij in ieder geval melden dat het feest op de redactie groots en theatraal was. Dat is niet omdat de redactie nou zo’n fan van een nieuw jaar is, integendeel. Het oude jaar voldeed nog prima, en er bestaat op de redactie weinig behoefte aan een nieuw jaar vol misère en tragiek in de verschrikking die het leven is. Nee, de feestvreugde had een heel andere oorzaak, één die u vast nog genoemd heeft in dat goede gesprek met de lege barkruk naast u: Met Man en Muys bestaat officieel één jaar!

Dit heugelijke feit wilde de redactie niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Daarom had Joop, ondanks zijn gespalkte been, de loods op oudejaarsavond prachtig versierd met plakjes vers gerookte beenham, zelfhulpboekjes in elk denkbare kleur en grote foto’s van Gerrit Komrij. Bovendien had elk redactielid speciaal voor deze avond een kostuum aangetrokken: Claudio ging als het Metropool Orkest, Thomas droeg een sprekend lijkend Ronald Giphart-pak en Joop verkleedde zich als kliekje. Zelfs onze toiletjuffrouw, Arnica, was in de verkleedkist gedoken en zat nu als Bassie naast haar schoteltje. U begrijpt dat geen van de redactieleden toen nog naar het toilet durfde. Toen na 3 flessen goedkope schuimwijn de drank begon te vloeien, ging Claudio op de vergadertafel staan en begon een welgemeende en doorwrochte ode aan Dries Roelvink. Terwijl Claudio huilend oreerde, Thomas verveeld door de VPRO-gids bladerde en Joop het kapsel van Ingeborg Beugel probeerde te begrijpen, klonken er van buiten ineens harde knallen. Thomas keek op zijn computerscherm: “Drie minuten over twaalf! We bestaan een jaar, heren!” Nadat er in alle hoeken van de loods gewaterd was, snelde de redactie enthousiast high five-end naar buiten voor het spectaculaire hoogtepunt van de avond. Onder tromgeroffel van het Metropool Orkest ontstak Joop de loods. “Van harte heren”, sprak hij plechtig, “en dat het maar weer een jaar van slechte koffie, TL-licht en sociale isolatie mag worden.” Terwijl het vuur haar weg door de loods vrat, knikte de rest van de redactie instemmend. Plotseling keek Claudio verschrikt op: “O nee! De foto’s van Gerrit Komrij!” Wat volgde was een hilarische reddingsactie, compleet met brandweerinzet, Bruce Willis en klezmermuziek. U had er eigenlijk bij moeten zijn.

Aan het eind van de avond namen we plaats in de hot tub waar we normaal gesproken onze groupies in bewaren. Want hoewel wij als redactie het eenjarig bestaan van Met Man en Muys ten volle en angstaanjagend uitbundig gevierd hadden, heerste het gevoel dat er behalve Arnica iemand te kort was gedaan. Precies: de redactie dacht aan u. Om u te laten delen in de feestvreugde, wil de redactie u graag een cadeau aanbieden. Wat dit cadeau precies is blijft nog even in klamme nevelen gehuld, maar je kunt er in elk geval niemand mee het ziekenhuis in slaan. Daar heeft de redactie namelijk slechte ervaringen mee. De enige complicatie is dat de redactie, ondanks dat alle stoelen inmiddels verkocht zijn, slechts geld heeft voor één geschenk. Daarom heeft de redactie een prijsvraag bedacht. Wilt u dus kans maken op het prachtige, persoonlijke cadeau, beantwoordt dan de volgende vraag: Waarheen leidt de weg? Stuur uw hilarische antwoord vervolgens naar redactie@manenmuys.nl. Onder de meest originele inzenders verloten wij het geschenk. En wij kunnen u verzekeren: die loting zal geheel volgens de wetten van toeval en Thomas’ vleselijke voorkeuren verlopen.

Met vuige groet,

De Redactie

 

Wens

De redactie wenst u, ondanks het kerstverhaal, uw familie en alle ellende in de wereld, een vrolijk kerstfeest. En als u zich verveelt tussen de vierde en vijfde gang, lees dan de subtiliteiten in het onderstaande kerstverhaal nog eens.

De Redactie

Kerstverhaal deel één

Buurman Henk gooide gisteren een witte enveloppe versierd met glitters in alle kleuren naar binnen door het raam van de redactie. De voordeur is geblokkeerd en vannacht ook nog eens dichtgevroren. Claudio heeft er rood en wit lint voor gespannen. De brievenbus heeft hij dichtgeplakt met grijze duct tape.
“Het is iets met de scharnieren”, meldt Joop.
“Ik heb scharnieren nooit begrepen”, verzucht Thomas.
Claudio is het kruipgat al ingeklommen. Hij heeft een lamp op zijn voorhoofd en het haar rond de elastieken band staat recht omhoog. Hij kijkt ons aan vanachter een grote duikbril die ook zijn neus bedekt. Een grote poncho kleeft aan zijn harige borstkas. Dan kijkt hij naar het water dat tot zijn middel komt. “Ik zal eens kijken wat er mis is.”
“Kun je gelijk even kijken of daar internet is? Het is de enige plek waar we nog niet gekeken hebben,” roept Thomas hem na. Claudio hoort hem niet meer. Hij baant zich inmiddels een weg door de fundering van de loods. Joop en Thomas begeven zich naar de houtkachel. Voordat ze de enveloppe erin gooien kijken ze er nog even naar.
“Zeg Joop?”
“Ja.”
“Dit zal wel een kerstkaart zijn.”
“Is het alweer zover dan?”
“Moeten wij niet ook kerstkaarten gaan schrijven?”
Joop graait de kerstkaart uit Thomas’ handen.
“We kunnen deze hergebruiken, maar ik heb het koud.” Met zijn geoefende hand gooit Joop de kaart in de hongerige vlammen. De kaart knispert fijn. In de verte klinkt een gedempte gil. “Dat zal Claudio zijn,” zegt Thomas, “Wat doen we met de kerstkaartenkwestie?”
“We hebben geen geld, maar wel papier en inkt.”
“Denk jij wat ik denk?”
“Denk jij aan de tennisbaan op een naturistencamping?”
“We kunnen een kerstverhaal schrijven.”
“Zouden ze daar wel gympen dragen?”
“En die dan verspreiden.”
Op dat moment komt Claudio binnen. Zijn gele flippers zijn besmeurd in bruintinten. Hij is lijkbleek en staart ons aan met geopende mond. “Heb ik wat gemist?”
“Ja. We gaan een kerstverhaal schrijven.”
“Dan begin ik maar eens.” Claudio sjokt in de richting van zijn verzakte werktafel. Hij druppelt en bij elke stap ontstaat er een plasje water. Als hij gaat zitten komt er een sloot water uit zijn broekzakken. Hij trekt het lampje van zijn hoofd en zet de duikbril op zijn voorhoofd. Dan begint hij met typen. Joop en Thomas drinken nog een kopje koffie.

De Kerstmis Kerel
Hoofdstuk één door Claudio Beerschot

Sissend raakt het pas geslachte zeehondje de bakplaat. Buiten het ijspaleis heeft een menigte hongerige Eskimo’s zich verzameld. De geur van rubber verspreidt zich over het kerstdorp. De Kerstman draait de zeehond om. “Kut.” Het rubber van de spatel is versmolten met het inmiddels zwartgeblakerde stuk vlees. Er staat een sippe Eskimo voor het raam. De Kerstman duwt het raam open in het gezicht van de sippe Eskimo.
“Geeft niet”, mompelt de sippe Eskimo
“Wat?”
“Sorry dat ik u stoor, meneer, maar de kippenbouillon is bevroren. De kinderen hebben honger en de ouderen hebben al twee dagen niets gegeten. Heeft u misschien wat brandhout?”
“Steek het maar tussen je billen.”
De Kerstman neemt een hap van de zeehond “Wat een vieze zeehond! Zo jong zijn ze eigenlijk ook niet lekker, maar hun bont is dan zo zacht. Ben je er nog steeds? Dag, Eskimo.”

De Kerstman trekt het raam geïrriteerd weer dicht. Er springen wat ijssplinters van het raamkozijn. Dat moest ook weer gerepareerd worden. Zijn eens zo statige ijspaleis raakt steeds meer in verval. De zuiderpoort begint slijtage plekken te vertonen, de buitenmuur is half afgebrokkeld, en door dooi is de vloer van de bibliotheek ingestort. Dat laatste is niet eens zo erg. Vorig jaar heeft de Kerstman al zijn boeken moeten verkopen, om zijn huur te kunnen betalen. Nu lagen er enkel nog wat playboys en 5800 kopieën van Schopenhauers Die Welt als Wille und Vorstellung, die hij ooit heeft overgehouden aan een mislukte investering.

De Kerstman loopt naar zijn gemakkelijke stoel om de rest van zijn maaltijd op te eten, maar draait zich halverwege toch om. Hij gooit het restje zeehond in de vuilnisemmer en loopt naar de drankkast. Hij trekt een fles calvados open en schenkt een glas vol. Hij wil de fles terug zetten, maar ziet dat er nog maar een bodempje in de fles zit en gooit deze leeg in zijn glas. Het is nu wel een flinke neut geworden. De Kerstman loopt naar zijn stoel, gaat zitten en ruikt aan de calvados. Half zes is toch wel erg vroeg om dronken te worden, dus hij gooit zijn glas leeg in de plantenbak naast de stoel. Na een kopie van Die Welt als Wille und Vorstellung van de wc te hebben gehaald en toch maar wel een glas Grand Marnier in te hebben geschonken gaat de Kerstman eindelijk rustig bij het vuur zitten, om naar de vlammen te staren.

De Kerstman heeft net zijn derde glas ingeschonken, wanneer er op het raam wordt getikt. Er staat een Eskimo voor.
“Jij weer, Eskimo?” vraagt de Kerstman, na het raam in het gezicht van de inmiddels bijzonder sippe Eskimo gedrukt te hebben.
“U ziet mij voor het eerst, meneer, Maloe heeft u vanavond gesproken.”
“Ach, jullie lijken ook zoveel op elkaar. Nou, wat is er?”
“Meneer. Blitzen, het rendier dat aan hoefrot leed, is eindelijk bezweken aan zijn ziekte. Na die twee sterfgevallen van vorige week, heeft u er nu nog maar drie over. U kunt zo niet opstijgen. Ik denk niet dat het verstandig is om met slechts drie beesten helemaal naar Nederland te reizen.”
“Verdomme, het maakt mij toch niets uit wat jij denkt. Kunnen jullie dan niks goed, luie Eskimo! Ik zal wél naar Nederland gaan, al kost het me mijn laatste rendieren.”
De Eskimo wil nog opmerken dat hij eigenlijk een Inuit is, geen Eskimo, maar vindt voor hij zijn mond kan openen een raam in zijn gezicht.

Verdomme, verdomme, verdomme. Nu zal hij vanavond al moeten vertrekken, wil de Kerstman nog op tijd in Nederland zijn. Als de Kerstman niet zulke torenhoge schulden had, was hij niet eens naar Nederland gegaan om cadeautjes uit te delen. “Ik hoop dat ze in Nederland van Schopenhauer houden,” denkt hij nog verbitterd, terwijl hij naar boven sjokt om zijn tas in te pakken.
Op zijn slaapkamer pakt de Kerstman een weekendtas. Hij zal nu toch zeker een dag of zes onderweg zijn, met zijn gehavende trek span. Hij pakt drie shirts en stopt ze in zijn tas, maar ziet dat hij nog maar één schone onderbroek heeft. Hij graait onder zijn bed, en stopt twee onderbroeken die er niet al te gedragen uitzien in zijn tas. Hij pakt een toilettas, maar bemerkt dat hij toch geen tandpasta in huis heeft en legt hem weer terug. In een voorvak steekt hij een heupfles cognac, tussen zijn onderbroeken een fles whisky en in het grote vak twee flessen rum en een extra grote verpakking Drambuie die hij ooit van een reizende vriend gekregen had, maar nooit open gemaakt heeft. Omdat zijn tas er zo leeg uit ziet, steekt hij er ook nog een zespak biertjes bij. Zo gaat hij op pad.

Lapland is een saai gebied. Grote lege sneeuwvlakten, zo nu en dan afgewisseld met dichtbegroeide bossen met vrijwel enkel identieke naaldbomen. Het liefst vliegt de Kerstman er zo snel mogelijk overheen, maar dankzij die stinkende Eskimo’s moest hij er nu uren doorheen glijden. De rendieren hadden er zichtbaar moeite mee. Ook zij missen, door het plotselinge vertrek, nu een nachtrust en de gebrekkige trekkracht door de missende dieren gaat hen niet in de koude kleren. De Kerstman vraagt zich af of ze Nederland wel zullen halen. Hij zou zo snel mogelijk het landje moeten bereiken, en daar de beesten verkopen. Ze zullen hoe dan ook op zijn in Nederland. Hoe hij het volgend jaar gaat doen ziet hij dan wel weer.
Tegen de tijd dat de eerste huizen voorbij schuiven is de zon al enkele uren op, evenals de eerste fles drank. Tijd om te rusten is er niet, eerst zorgen dat hij wat kilometers maakt. Terwijl de zon tergend langzaam over de hemel schuift, wordt de bebouwing steeds dichter en de sneeuwlaag dunner. Wanneer Luleå aan de horizon verschijnt is het avond. De Kerstman is nu ruim 36 uur op en behoorlijk dronken. Hij zal hier echt moeten rusten, dus stuurt hij zijn slee richting stadscentrum, op zoek naar een goedkoop hotel.

De Kerstman moet stoppen voor een stoplicht.
“Hallo schat, heb je zin in een beetje avontuur?”
Op de stoep staat een vrouw, die er jaren ouder uitziet dan ze ongetwijfeld is. Onder haar voor het weer erg schaarse kleding ziet de Kerstman hoe mager ze is.
“Misschien wel,” antwoord de Kerstman, “mijn vrouw zegt altijd dat ik avontuurlijk aangelegd ben.”
De vrouw moet lachen en loopt naar de arrenslee toe. Ze buigt voorover en fluistert “tweehonderd euro” in het oor van de Kerstman. “Prima,” stemt hij in, wetend dat hij bij lange na niet zoveel geld bij zich heeft. De vrouw stapt in en de Kerstman rijd weg, door het licht dat ondertussen alweer op rood gesprongen is.
De vrouw weet wel een goedkoop motel in de buurt waar ze heen kunnen. Onderweg heerst er een ongemakkelijke stilte. Dat vind de Kerstman fijn. Hij heeft een hekel aan nutteloos gepraat en het feit dat zijn gezelschap zich ongemakkelijk voelt geeft hem het idee de touwtjes in handen te hebben. De vrouw is lelijk. Erg lelijk. Waarschijnlijk een ongelofelijke junk, ook. Hij zal wel een paar slokken nodig hebben voordat hij iets kan presteren zo. “Ik heb drank bij me.”
De vrouw glimlacht. Ze mist twee tanden.

De volgende ochtend wordt de Kerstman wakker met een kater. De vrouw is nergens meer te bekennen. Met een diepe kreun richt de Kerstman zich op en stapt uit bed om zich aan te kleden. Hij raapt zijn kleren bij elkaar, maar merkt dat hij zijn rode jas en muts mist. Die zal de vrouw wel gestolen hebben. Hij kijkt uit het raam. Gelukkig staat de slee er nog wel, met de cadeautjes voor de Nederlandse kinderen.
Waar is de weekend tas? De Kerstman voelt nu wel paniek opkomen, er zat nog een fles rum en een fles Drambuie in. Op de stoel liggen alleen nog de vuile onderbroeken, die hij had ingepakt. De Kerstman neemt zich voor een jas te jatten uit een winkel en dan zo snel mogelijk naar dat godvergeten Nederland te vertrekken. Eerst pissen.
Op het toilet hangt een briefje. “Defect, gebruik de WC in de foyer.” De Kerstman plast er toch in. Zijn urine is donkergeel en ruikt sterk. De Kerstman moet even denken aan de schoonmaakster die dit allemaal moet opruimen en richt zijn straal via de bril naar vloer en weer terug in de pot. De Kerstman is chagrijnig.

Knop

“Vind ik leuk!” roept Joop terwijl hij de redactiekamer binnenstormt. De overige redactieleden kijken verstoord op van hun vierde poging de VPRO-gids te begrijpen.
“Wat?” vraagt Claudio.
“Vind ik leuk,” herhaalt Joop, “dat schijnt helemaal in te zijn.”
“Maar wat bedoel je ermee?” vraagt Thomas.
“Geen idee,” antwoordt Joop onverschillig, “hebben hippe dingen diepgang dan?”
“Geen tijd voor retorische of socratische vragen, is het niet? Pak je Google erbij!” spreekt Claudio met twee octaven stemverheffing. Terwijl Joop enthousiast zijn broek open knoopt, kruipen Claudio en Thomas gebroederlijk achter Joops computer.
“Aha!” roept Thomas uit. “Hier staat het: het is, vooral in het Engels, een gevleugelde uitspraak op sociale media.” Thomas trekt een vies gezicht: “Bah, sociaal.”
“Ja, maar dat betekent zoveel als het digitaal delen van dingen, met allerlei mensen,” zegt Joop, ondertussen zijn gulp weer sluitend.
“Nou, ik heb vannacht anders ook dingen gedeeld met allerlei mensen, maar niet digitaal!” grapt Claudio.
“De ‘vind ik leuk’- of ‘like‘-knop geeft aan dat iets vermakelijk of goed wordt gevonden en wordt vooral gebruikt op Facebook,” leest Thomas verder. Zijn ogen glinsteren: “Daar moeten we inderdaad iets mee!”

En zo kon het gebeuren dat Met Man en Muys na haar revolutionaire en veelvuldig afgekeurde besluit om reacties toe te laten, zich nu wederom in de kijker speelt als een neoliberaal in een tentenkamp, en het vanaf nu mogelijk maakt op een ‘vind ik leuk’-knop te hengsten. Met deze knop maakt u uw waardering voor en diepe affectie met deze website en haar redactieleden niet alleen aan de redactie zelf kenbaar (en neemt u van ons aan: daar hebben wij u niet voor nodig), maar voornamelijk aan uw vrienden, mocht u daarover beschikken. Op die manier is het voor u nog makkelijker geworden om de artikelen op www.manenmuys.nl met uw hypothetische vriend(en) te delen. Dat maakt gesprekken bij de koffieautomaat een stuk minder beschamend, aangezien u nu niet meer de volledig uit hun context gehaalde en daardoor niet langer hilarische grappen op deze website hoeft na te vertellen. Dat is dus winst voor alle partijen. Daarom geeft de redactie u de mogelijkheid alvast even te oefenen. Onderaan deze redactionele boodschap bevindt zich zo’n ‘vind ik leuk’-knop, en daar kunt u naar hartenlust op oefenen. En u weet: oefening baart kunst, kunst baart zorgen. Succes!

De Redactie

Uitnodiging

Lieve, ontaarde lezer,

Wij als redactie van Met Man en Muys zijn zeer verheugd te constateren dat u zo intens blij bent met onze terugkeer. Het doet ons minstens net zo veel deugd weer terug te zijn, misschien nog wel meer. Waarschijnlijk zelfs. Hoe dan ook: de tekenen van uw affectie ontgaan ons niet. De pallets vol brieven, knuffels, flessen wijn, bruidsboeketten, antieke piano’s en zelfgekleide asbakken (dank Betty, ze staan goed naast het eveneens door jou gekleide bestek) worden met de uiterste zorg benaderd en behandeld, en ook de busladingen vrouwelijke fans, met al hun vrouwelijke lichaamsdelen, voorzien wij met liefde van handtekeningen en vunzige teksten. Dank allen.

Toch voelen wij als redactie dat we u, als uitzinnige fan, tekort zouden doen met een dankwoord alleen. Een simpel ‘dank’ staat natuurlijk in geen contrast met de dozen vol chocoladen afgietsels die u ons al heeft doen toekomen. En dat niet alleen: de redactie heeft zelfs vernomen dat sommige lezers in hun euforie spontaan in vreugdevuren zijn ontbrand. Dat moet beloond worden en daarop is de redactie in conclaaf gegaan. Tijdens een speciale zitting passeerden verschillende dankbetuigingen de revue: kaasassortimenten, wijnproeverijen, tosti-ijzers, warme steenmassages, een kuub grind, bankstellen, telefoons, het in groepsverband bijwerken van de bikinilijn, een jaarvoorraad aan kokosmacronen, nepcactussen, een skivakantie, preventieve griepprikken of zelfs een intiem concert van Dries Roelvink. Geen van deze voorstellen heeft het echter gehaald; dit tot grote teleurstelling van Claudio Beerschot, die nu naarstig op zoek moet naar andere manieren om intiem te zijn met Dries Roelvink. Toen bleek dat geen van al deze voorstellen voldeed, wierp redactielid Thomas de Looier zich uit pure wanhoop op de hardhouten vloer en sprak spartelend de verlossende woorden: “laat die lezers het lekker zelf bedenken!”. Joop den Toonder, voor het eerst sinds het begin van de zitting opkijkend van zijn glas zelfgestookte wodka, veinsde een intelligente blik en zei, na een dramatische maar net iets te lange pauze: “Ja. Ja!”

En terwijl Joop den Toonder niet lang daarna kokhalzend boven het toilet hing, besloot de rest van de redactie dat de enige gepaste dankbetuiging gevonden was. Daarom, lieve lezer, nodigt de redactie u van harte uit uw zelfgeschreven stukken in te sturen voor publicatie op/in Met Man en Muys. U weet: geen grotere eer dan een vermelding op/in Met Man en Muys, behalve dan misschien een stevig potje modderworstelen met Kirsten Dunst, of een vermelding op diezelfde Kirsten Dunst. Bij deze willen we u dan ook oproepen uw stukken te sturen naar de bekende of onderstaande adressen, of naar redactie@manenmuys.nl. En wie weet treft u uw zieke hersenspinsels binnenkort tussen de huzarenstukjes op/in Met Man en Muys.

Met dankbare groet en een zeer ferme handdruk,

De Redactie
De Redactie voor de redactiekamer. Van links naar rechts: Joop den Toonder, Claudio Beerschot, deur van de redactiekamer, Thomas de Looier.

Welkom terug

Lieve, onthutste lezer,

Welkom op het/de vernieuwde Met Man en Muys. De fakkeldrager der rede is na een lange vakantie vrijwel onherkenbaar teruggekomen, als een jonge frisse meid na twee weken drank, pillen en ondergekotste hotelbedden, compleet met geslachtelijke aandoening. En hoewel Met Man en Muys niet de eerste door ziekte geteisterde internetkrant is, vergeet De Telegraaf immers niet, zijn we wel met afstand de meest zelfbewuste. Wij schamen ons namelijk niet voor onze etterende organen, branderigheid bij het plassen en pussige- en wrattige ongemakken. Dat zult u de komende tijd vanzelf merken. Maar genoeg daarover.

Eenieder gezegend met een gezichtsvermogen, zal ondertussen hebben gemerkt dat Met Man en Muys een drastische transformatie heeft ondergaan. Niet alleen is uw vertrouwde weekkrant inmiddels omgevormd tot dagelijkse blog, ook bieden wij u vanaf nu de gelegenheid uw hevig verwarde verhaal met ons en de overige lezers te delen via een reactiesysteem. Zo kunnen alle lezers kennis nemen van de lezerscommentaren die de redactie altijd honend negeert. Niettemin nodigen wij u van harte uit te reageren op de gepubliceerde stukken, al is het maar omdat redactielid Claudio Beerschot heeft gezworen dat hij bij honderd reacties de eerste zes regels van Dries Roelvinks hit ‘Ik kom eraan’ op zijn onderrug laat tatoeëren. Dat wil de rest van de redactie natuurlijk wel eens zien.

Daar houdt de lijst met veranderingen echter nog niet op. Het uiterlijk van de webpagina is op verzoek van het kabinet versobert, en ook de wekelijkse redactievergadering op Bonaire zal helaas geen doorgang meer kunnen vinden. Daarentegen kent de webpagina nu enkele nieuwe rubrieken, die stuk voor stuk op elke andere website te vinden zijn. Tevens is het bedieningsgemak met een factor 29 verbeterd en is er een nieuw logo in de maak. Enfin, u zult het allemaal vanzelf wel zien. Toch willen we niet onvermeld laten dat ook de redactie is aangepakt, en met een vers stel siliconen, een herstelde geestelijke gezondheid en een nieuw scheerbeleid ziet deze er weer helemaal tiptop uit.

Maar vrees niet: ondanks alle veranderingen kunt u bij Met Man en Muys natuurlijk nog altijd terecht voor alles wat u niet van ons gewend bent. En nee, daar wordt u niet wijzer van, maar wel een beter mens.

Rest ons nog u veel sterkte te wensen met het te boven komen van de schok. En alvast een heel fijn Pasen.

De Redactie