Karlien W – Op zoek naar een viercijferig nummer

Het onderstaande stuk is ingezonden door Karlien W.
Daar stonden we dan, zwijgend, naast elkaar op het Haarlemse perron. Hij was niet ouder dan 60 en zeker niet arm. Mijn avondeten bestond uit een sappige appel. Nadat ik een baan om de appel voltooid had kwam hij een stap dichterbij. “Jij houdt zeker wel van appels!” Hoe kon hij dat nou weten? Ik knikte met mijn hoofd terwijl ik nog een hap nam. De man keek naar mijn appel alsof het een zeldzaam kunstobject was. Het maakte niet uit of ik de appel net in of uit mijn mond had. Zijn oog en mijn appel waren onafscheidelijk. “Heeft u al gegeten?” Een logische vraag, dacht ik.
“Ja,” antwoordde hij. “Hoef je je appel niet meer?” Het bleef bij appel-oogcontact. Ik nam regelmatige een grote hap van het vruchtvlees dus er was geen reden om aan te nemen dat ik voldaan was.  Wat als ik “nee” zeg schoot door mijn hoofd zoals de pijl van William Tell door de lucht vloog. “Wilt u mijn appel hebben?” Hij twijfelde geen seconde, stak zijn hand uit en at met vier happen mijn appel op. Klokhuis en al. Ik stond perplex te kijken naar deze man. Beige broek met beige schoenen, zwart-wit geblokte blouse, bijpassende zwart-wit geblokte pet en een bril van een duur merk. Vanonder de pet prijkten enkele grijze haren en een vriendelijk gezicht. Conclusie: hij was geen zwerver of een zwerver met een dure smaak. Inmiddels waren vier minuten en vier seconden verstreken, een recordtijd om een aangekloven appel  van een vreemdeling te verorberen. “Waar kom je vandaan?” vroeg hij op luide toon.
Ik zag dat een aantal reizigers in de inmiddels grotere groep mensen omkeek.
Zachtjes vertelde ik dat ik uit Den Helder kwam en dat ik naar Amsterdam ging.
“En we zijn nu in Breda” vertelde hij. Alles in hem was serieus.
“Ik vind het zo jammer dat ze de bartzwenbak hebben gesloten.”
“Wat zegt u?”
“Het banbartbak.”
Ik herhaal zijn woorden.
“Ja,” zegt hij, “het bartzwenbak.”
“En waar gaat u naar toe?”
“Ik woon hier.”
Hij wees naar de overkant van het perron.
“1951. Daar stonden mijn ouders. Ik ging op schoolreisje.”Zwijgend stonden we naast elkaar, totdat deze meneer een trein voorbij zag komen. “3408.”
Kort daarna reed een goederenwagon langs. “Dat noemen ze een aanhangwagen” wist hij mij te vertellen terwijl hij er naar wees.
De trein naar Amsterdam stopte voor onze ogen.
“En wat gaat u nu doen?” vroeg ik hem lichtelijk bezorgd want, had hij nu naast een appel ook een slaapplek?
“Ik ga om kwart over acht naar huis.”
Ik stapte in de trein nadat ik hem vriendelijk dag had gezegd. Een laatste keer keek ik achterom. Hij stond nog steeds voor zich uit te kijken. Op zoek naar een viercijferig nummer.
Claudio Beerschot: 4 minuten en 4 seconden een recordtijd? Probeer 58 seconden maar eens te verbeteren!
Thomas de Looier: Wilhelm Tell?
Joop den Toonder: Een appel is geen avondeten. Maar hij was wel lekker, dus dank je wel. Blijft jammer van het bartzwenbak.

Jeroen S – Een manifest voor het irrelevante

Het onderstaande stuk is ingezonden door Jeroen S.

De actualiteiten worden door nieuwszenders niet geschuwd. Het actuele is voornamelijk datgene wat zich dicht op het heden bevindt of daarmee samenvalt. Binnen al dat wat zich actueel mag noemen wordt ook nog een schifting gemaakt tussen die dingen die het predicaat ‘relevant’ verdienen en die dingen die dat niet verdienen. Zo is de slak die ik vanmorgen doodliep op weg naar mijn fiets actueel, maar volgens de redactie van NRC niet relevant. Relevant is uitermate intersubjectief. Een groep bepaalt altijd wat relevant is en relevant kan dus ook het salonfähige synoniem van ‘hip’ gezien worden. Maar het is verkeerd. Tenminste, als men van waarheid en de rede houdt, dan moet men zich verre van relevant houden en het liefst ook van actueel. Waarom? Om de doodeenvoudige reden dat de meeste waarheden compleet irrelevant en verre van actueel zijn. Als een intelligent persoon met liefde voor waarheid zich enkel met actualiteiten en relevante feiten bezighoudt dan mist hij/zij (alfabetische volgorde, voor de gender-bewusten onder ons) het plezier van het beseffen van de meeste andere waarheden. Voor de echte waarheidsvinders onder ons hier wat waarheden waarvan we mogen hopen dat hun relevantie nooit ontdekt zal worden:

In een groep van 23 mensen is de kans dat twee of meer personen dezelfde geboortedag hebben groter dan 0.5

3, 31, 331, 3331, 33331, 333331, 3333331, 33333331 zijn priemgetallen, maar 333333331 niet.

Wrigleys kauwgom was het eerste product met een barcode.

Kokosnoten zijn dodelijker dan krokodillen.

14% van alle feiten en statistieken zijn verzonnen en maar 27% van de mensen weet dit.

Prof. dr. Stapel deed relevant onderzoek en verzon data.

Die laatste is dubieus, geef ik toe. Maar kan wel als slecht argument gebruikt worden tegen iedere vorm van relevant onderzoek. Dat is natuurlijk niet mijn argument, maar toch. Misschien dat een actueel en relevant persoon het als argument zal gebruiken. Maar, lieve lezer(es), u weet inmiddels: als je van waarheid houdt, zoek dan feiten die niet relevant zijn daar zijn er namelijk ontzettend veel van!

Claudio Beerschot: Als kokosnoten dodelijker zijn dan krokodillen, vrees ik pas echt voor met kokosnoten bewapende krokodillen! Laten we hopen dat ze die techniek zich nooit meester zullen maken.
Thomas de Looier: Had die slak een huisje?
Joop den Toonder: Dat op één na laatste feit is verzonnen zeker? Verder een zeer irrelevant stuk. Hulde!

Arnica G – Pleidooi voor de toiletjuffrouw

Het onderstaande stuk is ingezonden door Arnica G.

Ik kom er nu al regelmatig, ronduit prachtig is het. Met de zoevende roltrappen sta je binnen enkele minuten op de 6e verdieping …een adembenemend uitzicht. Waagt u de stap omhoog via de trap dan komt u uit bij La Place waar u overheerlijk kunt genieten van muffins en sinaasappel-banaan smoothies (excuus voor de sluipreclame) en voor de hoge nood vindt u daar het altijd goed schoongemaakte water closet. Mocht u nog niet weten waar ik me nu bevind; de Openbare Bibliotheek van Amsterdam, aan het IJ, naast NEMO.

Dus stelt u zich eens voor. U zoekt deze oase van rust op, u heeft uw tas met boeken uitgestald om daar de komende 4 uur door te brengen in de zeer degelijke fauteuil of ligbank, net waar u zin in heeft. Lezend in uw boek, genietend van de zachtpratende mensen om u heen en vergeet vooral dat uitzicht op het IJ niet, met om de 2 minuten een passerende ‘Love boat’ zoals de rondvaartboten liefkozend genoemd worden. Rond een uur of 12 heeft u honger gekregen. U waagt de stap omhoog om u tegoed te doen aan de lekkernijen. Met een goed gevulde maag en wie weet wat nog meer, besluit u nog even naar het watercloset te gaan alvorens u een nieuwe poging onderneemt om u toch echt te concentreren op de letters in uw boek in plaats van de boten op het IJ.

U loopt langs de tafels, het restaurant en in dat afgelegen kleine hoekje vindt u het tafeltje met daarop zo’n cliché wit schoteltje en daarnaast het bordje: 20 cent. Ook ziet u een lege stoel. Nu komt het grootste dilemma van de dag: wat moet u doen? Kennelijk vinden veel mensen het moeilijk om op zulke momenten te gehoorzamen aan een bordje. Tja, misschien had het er iets dreigender moeten staan. Bijvoorbeeld in hoofdletters: 20 CENT. Of een dreigement er achter: ‘Als u niet betaalt dan ben ik over 3 weken weg en mag u in dit afgelegen hoekje een plaszak gebruiken.’ De sprinter is er niets bij.

Een argument dat u misschien bedenkt, logischerwijs, is dat de schoonmaakster niet aanwezig is en u dus niet al dat geld aan haar kan betalen. Maar zou het niet logischer zijn om toch dat muntje neer te leggen aangezien zij op dat moment bezig is met schoonmaken en juist dan geld zou moeten krijgen voor het werk dat zij doet.. Ach, het is maar een gedachte.
Waarom zou je trouwens moeten betalen als de rest al gratis is? Het uitzicht, uw zitplaats, de omgeving van rust kosten u niets. Nee, het is al erg genoeg dat u voor die overheerlijke muffin moet betalen. Die goedlachse mevrouw van wie ik af en toe een glimp opvang zit daar het liefst ook voor niets. Het is goed dat vrijwilligerswerk nog steeds bestaat. En de beloning? Ach ja, wat stank.

Claudio Beerschot: Ik leg nooit geld op het schoteltje, omdat ik mijn eigen vochtige doekjes, wc-eend, dweil en toiletborstel meeneem.
Thomas de Looier: Die goedlachse mevrouw mag blij zijn dat ze de hele dag onderdak heeft.
Joop den Toonder: ‘Wat stank’? Was u dat? (En even tussen ons: u bedoelt zeker ‘sluikreclame’ in plaats van ‘sluipreclame’?)