07
mei 13

Dag van de Arbeid

Terwijl het asfalt onder de tamelijk slappe bandjes van de zwaarbeladen redactionele auto doorschiet, klinkt binnenin de wagen een vrolijk samenzang. De voltallige redactie is op weg naar België om daar de Dag van de Arbeid te vieren. Anders dan in Nederland wordt deze dag in België namelijk met uitbundige en collectieve luiheid gevierd. Wat gezien de naam ironisch is, maar overduidelijk ook Belgisch. “Is het nog ver?”, vraagt één van de twee lifters aan boord van de auto, “ik moet namelijk plassen. Ik heb prostatitis, ziet u.” De redactie lacht hartelijk en zingt opgewekt verder. “Stopt u ook te Gent?”, informeert de tweede lifter. “Ik mag hopen van niet. Dan zouden we wel heel erg verdwaald zijn,” grinnikt Joop vanachter het stuur. “Ha, stel je voor!”, zegt Thomas vlak voordat hij zijn telefoon opneemt.

Joop, Thomas, Claudio, een lifter

Joop, Thomas, Claudio, een lifter

Na een stop in Gent gaat de reis verder. Al vloekend en navigerend op borden voor het vaarverkeer wordt uiteindelijk de juiste weg naar de feestlocatie voor deze dag gevonden: Mechelen. Daar aangekomen neemt Claudio zijn net iets te hippe stadsplattegrond in de hand en leidt de redactie naar het hart van de stad. Luid “Wo ist der Party? Do ist der Party” bulderend wandelen Claudio, Thomas, Joop en een lifter door de straten van Mechelen. Tot grote teleurstelling van de redactie blijken er op de Grote Markt helemaal geen feesttenten, sta-tafels en hossende bierserveersters te staan. “Niet getreurd”, zegt Claudio op zijn plattegrond kijkend, “er zijn meer mogelijkheden voor goedbedoelde en beschonken handtastelijkheden!” “Dat zei mijn vrouw vannacht ook al”, reageert Thomas. “Kunnen we ergens plassen?” vraagt de lifter. Claudio steekt zijn vuist in de lucht en schreeuwt: “Volg mij, addergebroed!” De redactie volgt ootmoedig de door Claudio ingezette richting.

Thomas en Joop feesten. Claudio vermoedt iets.

Thomas en Joop feesten. Claudio vermoedt iets.

De route voert langs begijnhoven, kathedralen, sigarenverkopers, groene wateren, vinylwinkels, de kruidtuin, bierbrouwerijen, parkeergarages, kaktronen en afgesloten straten. Terwijl Thomas een telefoontje pleegt, constateren Claudio, Joop en de lifter verbijsterd dat er in heel Mechelen geen enkel feest te vinden is. “Hoe is dat mogelijk?”, vraagt Joop zich radeloos en hardop af. Hij herneemt zich en vervolgt: “Laten we een wafel halen. Dat is mijn motto.” Daarna gaat de zoektocht verder, maar waar er ook gezocht wordt, nergens is er enig spoor van een viering. Ten einde raad strijken de redactie en de lifter neer op een terras, bestellen Mechelse bieren en klinken verongelijkt de glazen. “Wat een desillusie”, meldt Thomas, “we gaan nog eens naar België. Poe.” Claudio knikt instemmend: “Een tragedie bij daglicht.” Hij neemt de flyer op die op tafel ligt en bestudeert deze. “Wacht eens…”, vervolgt hij na een korte pauze, “hier staat dat de Dag van de Arbeid op 1 mei is. Dat was gisteren!” “Niemand vertelt ons ooit iets”, reageert Joop gelaten.

"Handig, zo'n openbaar toilet!"

“Handig, zo’n openbaar toilet!”

Het is inmiddels donker en later geworden. De redactie staat lachend in de Befferstraat. De lifter zit ondertussen in een Dixi te plassen. Als hij naar buiten komt en het viertal weer in beweging komt, stoot Thomas Joop aan: “Maar met Mechelen is niks mis.” “Fraaie alliteratie”, knikt Joop. Claudio neuriet een deel van het Belgisch volkslied.


27
jun 12

Met Man en Muys op bezoek bij de politieacademie

Enkele dagen terug bevond ik mij in een ietwat surrealistische situatie, namelijk bij een voorlichting voor aankomende politiekundigen. Politiekundigen zijn politieagenten, maar dan die er voor doorgeleerd hebben. Nu voel ik geen enkele behoefte politiekundig te worden, daar ik zeer tevreden ben met mijn gekozen levenspad van hereoinebrouwen, mensenhandel en internetstukjes plagiëren, maar de dochter van mijn moeder is wel voornemens de sterke arm der wet verder te versterken. Zodoende kwam ik , nadat ik mijn vers gestolen ipod moest inleveren, als introducé terecht in een bedompte zaal vol (toekomstige) politie. Wat volgde was een twee en een half uur durende presentatie, met filmpje, praatjes, praktijkvoorbeelden, cake, en hele, echt hele smerige koffie. Hier volgt een rijtje met wat ik heb geleerd tijdens de presentatie.

  • De grootste dagtaak van politiemensen is het vangen van slechte acteurs. Deze acteurs zijn slechte vechtscènes aan het spelen, zitten in een boot met een leeg bierflesje, of lopen op schoolpleinen rond met plasticzakken vol met drugs.
  • Als politieagent spreek je niet over politieagenten, maar over collega’s. Ook als het een politieman betreft die vijftien korpsen verderop werkt en zeven ranken hoger is. De gehele politiemacht zijn ‘de collega’s', je baas is ‘mijn collega’, een balinese stagair bij de olifantenpolitie is ‘mijn waarde collega’.
  • Er wordt verrassend lauw gereageerd wanneer je vertelt dat je bij de politie wilt, omdat je een stijve krijgt van gerechtigheid.
  • De meeste politieagenten zien er nog goed uit, voor iemand wiens dieet bestaat uit donuts en gevulde donuts.
  • Hoewel het van lef getuigt, is het niet raadzaam een politiemotor mee te nemen voor een joyride over het testparcour.
  • Op een echte politieacademie loopt geen zwarte man rond die te pas en te onpas het geluid van een helicopter, tijger of van een flatulente accountant van middelbare leeftijd nadoet.

30
mrt 12

De grote Met Man en Muys Wereldcruise

Het is een wiebelig opblaaspaleis in de oceaan, waar Claudio vanaf kotst en schreeuwt dat de meeuwen hun bek moeten houden. De zon komt alweer op. Joop prevelt onverstaanbare woorden en ik zit rechtop in het bubbelbad. Wat een feest. Vorige week wonnen we een Cruise rond de wereld. We zijn halverwege uitgestapt en weggegaan. Waarom? Awel, hierom.

Ik zat net goed in het bubbelbad. De hele ochtend was hij gevuld geweest met de gigantische lijven van het tweetal dat mij vertelde dat ze hun kaartje bij elkaar gespaard hadden met pakken Optimel. Ik glimlachte veel en knikte. Bijna al het water lag inmiddels naast het bad. Twee walrussen met een zonnebril en een doktersroman. Ik heb mij meer dan eens afgevraagd waar de kreet “gezellige dikkerd!” vandaan komt. Nu wist ik het. Ze hadden het erg gezellig. Ik zat net goed in het bubbelbad of ik moest er alweer uit. We gingen voor anker in Skagway, Alaska. Het scheen er mooi te zijn. Ik had het al eens op televisie gezien. Veel bomen en berenpoep. De vlezige opvarenden zouden dat nooit zien. Het zweet gutste al langs hun zijde bij de gedachte aan de wandeling. Een van hen droeg een shirt met daarop een zeearend en een petje met een Amerikaanse vlag. Met hun wegwerpcamera’s hobbelden ze in een straal van 300 meter rond het schip, kochtten ijsjes en chocolaatjes. Ik wilde het niet zien. Ik wilde gewoon bubbelen. En dat kon thuis ook. We hadden net een bubbelbad op de redactie. Gespaard met pakken Optimel.

We zijn nog niet thuis, maar we hebben internet. We hebben onze precieze locatie nog niet kunnen vaststellen, maar daar werkt Claudio aan met de stand van de sterren. Het is bewolkt. U hoort nog van ons.

Groeten vanuit Alaska (of Canada)

Thomas


29
dec 11

Derde Keesdag

“Zeg jongens gaan jullie mee? Ik weet een feestje.” Henk staat weer voor het raam. Claudio zucht en buigt zich over zijn mandarijn. Joop sluit de gordijnen en gaat weer onder zijn bureau zitten. Henk klopt. “Jongens! Feest!” Thomas roept vanonder zijn paardendeken dat men open moet doen en dat er zo geen werk verzet kan worden. Claudio opent het raam. Het gaat naar buiten open. “Wat wil je?” roept Joop met een angstige blik. “Ik heb kaartjes voor Kees!”
“Veel plezier,” schreeuwt Joop vanachter. Claudio zucht.
“Gaan jullie mee?”
“Met jou?”
Henk knikt zeer enthousiast.
“Nee, Henk. Maar geef die kaartjes toch maar.”
“…”
Claudio steekt zijn eeltige hand uit het raam en kijkt Henk indringend aan. “Geef maar.” Beteuterd steekt Henk drie kaartjes in Claudio’s schilferige knuisten. ”Geef de jouwe ook maar, Henk.” Henk geeft nu ook het laatste kaartje, in een prop. “Dag, Henk.” Claudio sluit het raam, draait zich om en kijkt Joop vragend aan. Joop glimlacht veelzeggend. De blikken verstarren als Thomas zich geërgerd omdraait en in dezelfde beweging het paardendeken van zich afschopt. En zo komt het dat Joop, Thomas en Claudio zich op 27 december richting Utrecht begeven.

Met gezwinde spoed sjokt Claudio in de richting van het spoor. Joop en Thomas volgen gedwee. “Heerlijk om er weer eens even lekker uit te zijn!” Joop wrijft in zijn handen. “Ik heb zin in een feestje!” “Ik niet”, bromt Thomas “Te veel mensen.” Claudio hoort het niet meer. Het geluid van de voorbij denderende vrachttrein uit Duitsland overstemt Joop’s gezeur. “Snel jongens! We moeten deze trein hebben anders missen we het feestje!” Met frisse tegenzin waagt Claudio een sprong. Met vermoeide zucht trekt hij zijn lijf een lege wagon in. Joop en Thomas rennen nog. “Fantastisch! Wat een avontuur!” loeit Joop tevreden. Na een grote sprong staat ook Thomas te hijgen in de wagon waar Claudio zich inmiddels thuis voelt. Hij stalt zijn vingerhoedjesverzameling uit in de hoek.”Nu ik!” krijst Joop hartstochtelijk. Hij duwt zijn lichaam van de grond als een haas en zweeft sierlijk door de lucht. “Heb je lenzen weer niet in Joop?” grinnikt Claudio. Joop komt slechts twee meter te kort en zet een noodlanding in. Hij landt op zijn gezicht en rolt de sloot in. “Dag Joop” mompelt Thomas in het niets terwijl de trein verder raast.

Tivoli is donker en druk. Bij binnenkomst komt de lucht van drogende urine de overgebleven redactieleden tegemoet. Het is een dansend bos. Overal deinen takken als een groene oceaan boven de menigte. “Het is meer een groene deken.” Hoofdschuddend mengt Thomas zich in het feestgedruis. Claudio loopt naar de bar en vraagt om de wijnkaart. Hij wordt schaapachtig aangekeken door het dienstdoende meisje. Een dronken Ruud Gullit laat zijn opblaaskrokodil tegen Claudio’s zijde rijden. “Dat doet ‘ie anders nooit,” meldt de sippe voetballer. “Doe dan maar een verse muntthee”, zegt Claudio. Het meisje kijkt hem even aan en wendt zich vervolgens tot de volgende klant.  Het publiek begint plots te gillen. “Varkens, geiten, boerenkool”, weet Claudio. Sinterklaas zwalkt langszij en kruipend volgen zijn knechten. Zij zweten als otters en laten hun schmink achter op de ontblote bovenlijven langs welke zij schuren. Drie meter verderop loopt een kerstman in een pak vol lucht over de lange tenen van een man verkleed als wigwam. Onmiddellijk gaat een dame gekleed in een bananenpak op de vuist met de opgeblazen kerstman. Drie kleine troetelbeertjes komen kotsend en met uitgelopen make-up voorbij. Van een van de beertjes is het minirokje afzakt. Een stukje toiletpapier plakt aan haar schoen. Alles en iedereen plakt. De drie musketiers dansen vrolijk en lachen. Oplaasdieren, individuen en kliko’s worden bovenlangs doorgegeven. De takken worden nog altijd met serieuze ernst uit de maat in de lucht gestoten. Op het podium staat een uitgemergelde man met een koeien-tovenaarsmuts op en een te groot shirt versierd met paddestoelen. Hij houdt een bordje in de lucht. “Feest”. Dat is Kees van Hondt.

Met wijd opengesperde ogen staat Thomas weer voor Claudio’s neus. “We moeten hier weg”, brengt hij stamelend uit. Thomas is gekleed in slechts een Dommelsch vlag. Hij draagt een duikbril en heeft tas vol dwergen bij zich. De mannen verlaten het gebouw. Thuis zit Joop in rolstoel met een gespalkt been. “Het was niets aan, Joop”, zegt Claudio. Joop zegt niets.


21
nov 11

Giph’s workshops

Ronald Edgar Giphart is een schrijver. Hij is geboren in een jaartal op een datum. Zijn vader was een man die Ronald verwekte bij diens moeder. Zij was de vrouw was die de kleine Ronald gebaard had. Na een bepaalde tijd naar een school te zijn gegaan, heeft Giphart enkele jaren gestudeerd. Op een zeker moment is hij aan het schrijven geslagen, en hij verdient waarschijnlijk nog steeds zijn geld op die manier.

Recentelijk is Ronald Giphart aangesteld als de ‘schrijver op locatie’ aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In dienst van de VU tikt Giphart letters, schrijft hij woorden, maar bedenkt hij bijvoorbeeld ook zinnen en/of regels. Daarbovenop mag de schrijver zijn aangeboren talent en jaren ervaring proberen bij te brengen aan onkundige en onwillige studenten in een serie workshops. Uw redactie is verheugd u mede te kunnen delen, dat zij deze werkwinkels gevolgd heeft en nu officieel kan schrijven.

De eerste van de workshops, die plaats vinden in een kleine bioscoopzaal in het verre Amstelveen, stond in het teken van het schrijven van romans. Giphart vertelde over de theorie achter het schrijven, alsook over zijn werkwijze. Nu dacht dit redactielid een behoorlijke kijk te hebben op het schrijversvak, daar hij zelf schrijft voor een gerenommeerde, satirische website, www.manenmuys.nl. Zijn beeld over het schrijversvak is echter compleet verbrijzeld door de verhalen van de VU’s huisschrijver. Toen ik stukjes begon te schrijven heb ik een grote, retro typemachine gekocht, die ik vervolgens elke avond meesleepte naar het café. Aldaar werkte ik eerst een halve fles whiskey naar binnen en rookte ik een paar sigaren alvorens ik onder instemmend gemompel van mijn schrijversvrienden twee briljante zinnen per avond op het papier tikte.

Dat schijnt echter helemaal de verkeerde aanpak te zijn! Ronald Giphart vertelde ons dat hij overdag werkt! In een werkkamer! Nuchter! En hij schrijft nog goed ook! Blijkt dat ik voor niets mijn leveromvang verdubbeld en mijn luchtwegen geasfalteerd heb. Bedankt, romantisch beeld van het schrijversvak, daar gaan de laatste twintig jaar van mijn leven! Aan de andere kant, die laatste twintig jaar had ik anders toch boos op een bankje in het park doorgebracht, schreeuwend naar de eenden en grommend naar de kinderen.

De tweede avond werd gewijd aan het schrijven van columns. Één derde van de redactie moest die avond echter studeren, één derde moest een bijzonder concert bijwonen en één derde was ten prooi gevallen aan het influenzavirus, waardoor Met Man en Muys deze werkwinkel helaas verschiet moest laten gaan. Gelukkig bestaat het grootste gedeelte van deze site niet uit columns en hebben we dus niets gemist wat nog wel eens handig kan zijn…

Tijdens de derde, meest recente, avond behandelde Giphart het schrijven van filmscripts. Na een korte uitleg over de achterliggende theorie van het scriptschrijven, werden we aan het werk gezet. De schrijver moet namelijk een korte film maken voor de VU, maar had nog geen verhaal. Wij werden aan het denken gezet over plotideeën en mochten die daarna naar hartenlust spuien. Samen met Giphart en de mede-workshoppers hebben we gebrainstormd over liefdes, katers, beiaards en liftensymboliek.

Tot slot van de avond kregen we nog een vijftal consumptiebonnen van de schrijver in onze handen gedrukt. Hij moet geweten hebben dat iemand die ons drank verschaft niets fout kan doen. Een bijzonder geschikte kerel, die Ronald Giphart, excellent schrijver, te gekke workshopleider. Ik kijk uit naar de laatste workshop, over het literaire bedrijf. Van mij krijgt deze serie werkwinkels vijf sterren. Voor iedere consumptiebon één.

Ronald Giphart voor de kritische jury van Met Man en Muys. Thomas de Looier checkt zijn gemiste voicemailberichten.


09
nov 11

Opening van het Bockbierenseizoen

Redactielid Thomas de Looier krabde zich deemoedig achter de oren toen hij de barbecue opborg voor een winterstop. Het laatste restje zomer was in de blokhut verdwenen. Maar geen reden tot paniek, zo vonden redactieleden Claudio en Joop. Het verdwijnen van de zomer kondigde een nieuw seizoen aan; de herfst, het seizoen van de bockbieren. Om het bockbierenseizoen op passende wijze te openen reizen de redactieleden en fotograaf af naar het winderige land Texel. Daar tussen de schapen en het groen geniet het gezelschap voor het eerst dat jaar van een authentieke Texels stormbock.

Het is koud en donderdag als wij vertrekken naar Waddeneiland Texel. Kleumend en gedesillusioneerd verlaten wij Den Helder door het schip dat ons naar Texel zal brengen te betreden. Waarom geen brug? Of tunnel. Na eindeloze trappen en stinkend geronk van auto’s weten wij de reling te bereiken om over te geven. Meeuwen krijsen zich schor en schijten naar hartelust. Waarom Texel?

De redactieleden verwaaien op het veer naar Texel

Het antwoord op die vraag is eenduidig en simpel. Texel brouwt haar eigen bier en dat is goed. Hoe kunnen we van authentiek Texels bier genieten zonder Texel daarbij te ruiken, schapen te bewonderen en te ruiken, gras, wind en regen te verduren? Het eilandgevoel is belangrijk wanneer men een serieuze drinker is. Er deed zich echter een probleem voor zodra wij voet aan wal zetten. De vonk sloeg niet over en het eilandgevoel bleef uit. De weersomstandigheden droegen bij aan de verloren romantiek van het eiland, maar ook de vlakheid.

Maar nu wij er toch waren besloten wij niet op te geven, ondanks de over het algemeen defaitistische aard van de redactie. Misschien moest het groeien, dat eilandgevoel, en kon je pas na jaren op het eiland gewoond te hebben zeggen: “Het is alsof ik altijd op vakantie ben”. Oppervlakkigheid.

Na een suffe rondleiding door een nog veel suffere brouwerij weten we zeker dat we goed zitten. We hebben een aantal keer gehoord dat het bier gefabriceerd wordt met door de duinen gefiltreerd water, daarnaast komt alle hop en mout van het eiland. Daar betaal je ook voor. Wat is er mis met mout uit Ecuador?

Goedgeluimd kondigen wij ons vertrek aan, weg van de brouwerij, op naar het weiland voor de ultieme Texels Bier ervaring. Op het weiland staan schapen en een boerderij. Het eilandgevoel blijft uit, maar het seizoen moet dan toch geopend worden.

De redactie opent het Bockbierenseizoen

De lage zon geeft fijn geel licht en dat komt ons gemoed ten goede. Datzelfde gemoed wordt enkele minuten later bekoeld door een regenbui. Maar wij zijn simpel. We zijn weer tevreden wanneer de zon terugkomt. Onze stemmingswisselingen lopen synchroon met het constante afwisselen van buien en zon op deze Texelse namiddag. Het besluit om te genieten ondanks koude en barre weersomstandigheden laat lang op zich wachten, maar uiteindelijk hakt Claudio de knoop door. Hij gaat staan om stoïcijns te genieten.

Joop en Thomas volgen. Deze actie die zowel protest als tevredenheid uitdraagt wordt beloond met een fraaie regenboog. Dramatiek heeft lang op zich laten wachten, maar komt dan uiteindelijk toch nog. Bijna komen we tot een collectief eilandgevoel. Net niet. We moeten ons haasten naar de boot en het is weer gaan regenen. In een weiland staat een bord, Ons eiland voor de Heiland. Dan mogen ze wel iets beter hun best doen.

Het eilandgevoel