2400 x onnodig Engels

Ik was wat random aan het surfen en vond per toeval een interessante woordenlijst; 2400 x onnodig Engels. Deze lijst verschaft de lezer een flink aantal veelgebruikte Engelse woorden met het Nederlandse alternatief daarnaast. De radicale groepering achter dit project, Stichting Nederlands, is ervan overtuigd dat verengelsing onze taal devalueert. Ze waarschuwt voor een taalrevolutie, die zich nu al stilletjes voltrekt. “Als voertaal”, zo schrijven ze bovendien, “wordt het Nederlands steeds vaker vervangen door het Engels, zowel op universiteiten, bij bedrijven en elders in de samenleving. Hierdoor kun je op steeds minder plekken met het Nederlands uit de voeten, en dat is verkeerd”. Vanuit een gut feeling, als liefhebber van taal, kan ik mij vinden in dit standpunt. Echter, puur rationeel bekeken vraag ik me af of verengelsing inderdaad automatisch devaluatie betekent en of de vervanging van Nederlands als voertaal door Engels op veel terreinen wel echt zo’n kwalijke ontwikkeling is.

Op het eerste gezicht lijkt het wat laat om het Nederlands te verdedigen tegen invloeden van buitenaf. Het Nederlands is al verpest. Het is tekenend dat het Nederlandse alternatief dat de woordenlijst voor het woord casual biedt quasi-nonchalant is. In dit woord zijn namelijk de twee primaire oer-verziekers van het Nederlands vertegenwoordigd: het Latijn en het Frans. Zowel quasi als nonchalant zijn rechtstreeks overgenomen uit deze twee voormalige wereldtalen. Representeert dit ‘Nederlandse’ alternatief in de redenering van Stichting Nederlands dan geen eeuwenoude devaluatie? Wie zich verder nog verdiept in de etymologie rondom nonchalant ontdekt vervolgens dat het Franse woord zijn oorsprong ook weer vindt in het Latijn. Over Latijn gesproken: de waarschuwingen van Stichting Nederlands zijn wat mij betreft vergelijkbaar met de ophef rondom de vernielingen die Feyenoorders aanrichtten in Rome. Rome is in vijfde eeuw al eens vernield door vandalen, het grootste gedeelte van het stadscentrum is al eeuwen een puinzooi, overal ruïnes. Nu, 1500 jaar te laat, wordt er ineens moeilijk gedaan.

Ik geloof niet dat het slecht is om beïnvloed te worden door een belangrijke wereldtaal. Ik zou zelfs zo ver willen gaan te pleiten voor de geleidelijke vervanging van het Nederlands als communicatietaal, door het Engels. Waarom is het verkeerd als een universiteit of een bedrijf voor het Engels kiest als voertaal? Voor universiteiten en veel bedrijven is het belangrijk de ogen op de wereld te richten. Los van de vraag of het verkeerd is of niet, communiceert onze wereld vooralsnog voornamelijk in het Engels. Het is dus logisch en verstandig dat universiteiten en bedrijven de overstap maken.

Oud-hoogleraar Nederlands Hans van den Bergh bepleitte in 2004 al eens voor de vervanging van het Nederlands. In zijn artikel Ape, Nut, Mies komt hij met zeer overtuigende argumenten op de proppen. Hij stelt allereerst dat het voor het functioneren van Europa als eenheid ontzettend onpraktisch is om alle kleine talen in stand te houden en als gelijkwaardig te beschouwen. Daarbij maakt hij de vergelijking met de Verenigde Staten, die ervoor gekozen hebben het Engels aan te nemen als voertaal. Verder voert van den Bergh aan dat het geweldig zou zijn voor Nederlandse schrijvers om het Engels te gebruiken. Wanneer zij dit doen zullen zij namelijk ineens toegang hebben tot een veel grotere markt.

In onze gemondialiseerde wereld zou het bekrompen zijn om al te krampachtig vast te houden aan het Nederlands. Dit betekent echter niet dat het Nederlands waardeloos is, en zal verdwijnen. Nederlands is een prachtige taal. Liefhebbers zullen het Nederlands nog altijd gebruiken voor hun proza en poëzie. De misbruikers, die door Stichting Nederlands worden vermaand, kunnen zonder gewetenswroeging overstappen op het Engels. Zij gebruiken taal toch slechts voor communicatie. Zij die van taal genieten om haar schoonheid vergeten het Nederlands niet. Misschien is de overstap op het Engels als nieuwe voertaal de beste bescherming tegen de verengelsing van onze taal. Vanaf de overstap op het Engels zullen de vandalen zich volledig richten op hun nieuwe taal en het Engels vernederlandsen, terwijl het Nederlands slechts een aangelegenheid van verstokte liefhebbers zal zijn.

Journaluistiek

Hoewel het gros van het nieuws dat dagelijks tot ons komt het gevolg is van matige journalistiek, stoorde ik mij in de voorbije dagen uitdrukkelijk aan twee voorbeelden van hoe journalistiek in elk geval niet moet. Ik heb niet de pretentie journalist te zijn of te weten wat lezers willen (het overtuigende bewijs daarvoor is dat ik voor Met Man en Muys schrijf), maar dat neemt nog niet weg dat zelfs ik soms in staat ben journalistieke gemakzucht te herkennen. En dat zegt iets.

In de lokale krant van de plaats waar ik woon, trof ik een stuk dat was geschreven naar aanleiding van de brandbrief die Wakker Dier aan staatssecretaris Dijksma had gestuurd. Daarin pleit de stichting tegen dierenleed voor wetgeving die het onverdoofd slachten van vissen moet tegengaan. Het was voor de lokale journalist reden genoeg om naar de plaatselijke haven te gaan en daar te vragen wat de vissers van dat voorstel vinden. Hun antwoord was voorspelbaar: “Ik denk niet dat vissen gevoel hebben. Ik heb nog nooit een schol van pijn horen schreeuwen als hij gestript wordt. Het is een onzinnig voorstel en ik denk dat het niks wordt.” Juist. Omdat een vis geen gemakkelijk herkenbare pijnsignalen afgeeft (daarbij bepaald niet geholpen door het feit dat een vis, bijvoorbeeld, geen stembanden heeft), rechtvaardigt dat de conclusie dat deze dieren geen gevoel hebben. En derhalve is onverdoofd slachten geen enkel moreel probleem.

Los van dat soort glibberige redeneringen: waar was de journalist nu eigenlijk op uit? Wat voor nieuwswaardige reactie had hij verwacht van de vissers? Het is namelijk in het belang van de visser dat we vissen toch vooral zien als lekkere en van de moraliteit los gezongen hapjes, in plaats van als de ontwikkelde dieren die ze zijn. De journalist had niet naar de haven gehoeven om te bedenken dat vissers het oneens zouden zijn met maatregelen die hen geld en reputatie kosten. Het enige, logisch voorspelbare antwoord dat de visserij had kunnen geven, is dat er niets mis is met hun praktijken; toegeven is jezelf onherroepelijk in de vingers snijden. Dus, wanneer verder ook een door feiten gestaafde discussie over het gevoelsleven van vissen uitblijft, wat is dan nog de nieuwswaarde van het stuk?

Een vergelijkbaar voorbeeld van ondermaatse journalistiek trof ik op een website voor autoliefhebbers. Want, ja: zo één ben ik er. In het filmpje dat ik op de pagina bekeek, werd een testrijder over een nieuw model ondervraagd. Eén van de vragen van de journalist was of de auto nog steeds evenveel rijplezier bood als het vorige model. De vraag werd gesteld met een glimlach op het gezicht; de journalist begreep zelf schijnbaar ook dat het een onzinnige vraag is om te stellen aan een testrijder, die nota bene meewerkte aan de ontwikkeling van de auto en bovendien betaald wordt door het bedrijf dat die auto wil verkopen. Dus natuurlijk was het antwoord ‘jazeker!’. Even voorspelbaar was de respons op de vraag of de auto nu sportiever of juist comfortabeler is geworden: allebei, uiteraard! Daarmee kregen we precies te horen wat we gegeven de situatie allang wisten. Geen onvertogen woord en louter positieve geluiden van iemand die een belang te beschermen heeft. Maar, nogmaals, wat is de nieuwswaarde hiervan?

Er is niks mis met vragen naar de bekende weg. Het kan geen kwaad zo nu en dan bevestigd te zien wat we al wisten. Maar beter is het om juist verrast te worden, om ongelijk te krijgen en het tegendeel te moeten verkennen. Zo informeren we ons en worden we wijzer. En dat, zo lijkt mij, is een uitgelezen taak voor de journalistiek.

 

Een renaissance

Een paar dagen terug verraste ik mijzelf, met hoe boos ik was. Ik ben niet vaak boos, dus dat was op zich al opmerkelijk, maar meer nog was het de situatie die mij boos maakte die mij verraste. Ik keek de Magic: The Gathering Pro Tour. Voor zij die minder nerderig zijn dan ikzelf; Magic: The Gathering is een spel waarbij twee spelers doormiddel van het spelen van kaarten elkaars levenspunten naar nul proberen te krijgen, en zo te winnen. De Pro Tour is het op één na grootste toernooi in dat spel en wordt live uitgezonden op YouTube. Ik heb echter vaak geen tijd om dat live te volgen (het zijn drie dagen van acht uur) en bekijk de wedstrijden later. Ik was bij de halve finale aanbeland. Toen ik de eerst geüploade halve finale aanzette waren de eerste woorden van de commentator iets in de volgende trant: “(Halvefinalist uit de andere halve finale) is zojuist doorgegaan, laten we gaan kijken tegen wie hij het op moet nemen in de finale.” Magic: The Gathering had de wedstrijden in de verkeerde volgorde geüpload en ik kwam zo dus al de uitkomst te weten van een wedstrijd die ik nog moest kijken. Iets dergelijks gebeurde me twee maanden terug bij het wereldkampioenschap Magic ook al. Ik was pas halverwege en toen zag ik een foto van de winnaar op de officiële Magic-Facebookpagina voorbij komen. Het feit dat ik me daar zo over opwond past in een ontwikkeling die ik bij mezelf bemerk; ik ben het laatste jaar aanzienlijk nerderiger geworden.

Ik speelde op de middelbare school altijd al Magic (wij deden dat in een apart klaslokaal, omdat we als we dat in de kantine deden teveel werden gepest), ik heb me altijd ongemakkelijk gevoeld bij het overtreden van regels, en als ik terug kijk naar mijn kledingkeuze staat het schaamrood mij op de kaken. Toch zou ik mezelf in die tijd (waarschijnlijk ten onrechte) nooit een nerd hebben genoemd. De laatste tijd doe ik echter veel nerderigere dingen dan toen. Niet alleen speel ik weer Magic, maar kijk ik ook Magicwedstrijden na op het internet, lees ik tot diep in de nacht artikelen over kaartcombinaties, en wordt ik blijkbaar oprecht boos wanneer ik in die dingen gehinderd word. Ook ben ik recentelijk begonnen met het ultieme nerdvermaak, Dungeons and Dragons, en luister ik podcasts waarin andere mensen dat spelen.

Ik heb in het afgelopen jaar mijn innerlijke nerd herontdekt. Ik omarm mijn nerdzijn en dat is heel bevrijdend. Ik heb zelfs anderen mee kunnen slepen. MMeM-collega Thomas de Looier en ik hebben nu al twee keer tot diep in de vroege ochtend Magic gespeeld, terwijl hij tot voor kort niets van het spel moest weten. De groep waarmee ik Dungeons and Dragons speel bestaat voor het grootste gedeelte uit mensen aan wie ik moest uitleggen dat D&D níet ‘toch zo’n computerspel ofzo’ was.

Ik kan iedereen ten zeerste aanraden eens uit zijn of haar comfortzone te stappen en iets te proberen waarvan ze eerst denken dat het niets voor hen is. In het ergste geval heb je een verspilde middag, in het beste geval een nieuwe passie. En gepassioneerde mensen zijn sexy.

Leelah Alcorn

Ik luister graag naar de uitstekende podcast van Dan Savage, ‘The Savage Lovecast.’ Voor de mensen die hem niet kennen: Savage is een bekende, Amerikaanse adviescolumnist en beroepshomo. Wanneer er iets gezegd moet worden over homoseksualiteit, homohuwelijken, transseksualiteit of iets anders wat de gemiddelde Amerikaan maar vies vindt, is Dan vaak de eerste die gebeld wordt. In zijn podcast bellen mensen met vragen over relaties en seks, welke hij dan beantwoord. Hij is een erg grappige man, en ik durf best toe te geven dat ik een hele hoop geleerd heb van zijn programma. Gaat en luistert!

Hij opent zijn programma vaak met een tirade over iets uit de actualiteit. Vaak iets over seks, relaties of iets homogerelateerd, maar ook dikwijls over politiek. Ik ben er niet bijzonder in geïnteresseerd, dus naast de echt grote dingen die ik nog wel eens via de krant binnenkrijg is de Lovecast mijn enige bron van Amerikaans homonieuws. (Ik hoop dat ik het eigenlijk niet hoef te zeggen, maar ik ben natuurlijk geheel voorstander van gelijke rechten voor homoseksuelen. Mijn gebrek aan interesse is alleen dat, en niet afkomstig van homofobie.) Ik loop een paar weken achter met luisteren, dus het nieuws dat ik wil bespreken is ondertussen al geen nieuws meer, maar ik hoorde het pas vanavond voor het eerst.

In aflevering 428 opent Dan met een bespreking van het nieuws dat de transseksuele tiener Leelah Alcorn voor een vrachtwagen is gelopen en zo zelfmoord heeft gepleegd. Zij heeft, conform de tijdsgeest, een digitale zelfmoordbrief geschreven, die zoals ingepland na haar overlijden op haar Tumbler pagina verscheen. In de brief legt Leelah de schuld van haar ongelukkigheid vooral bij haar fundamentalistisch christelijke ouders. Zij accepteerde Leelah niet als vrouwelijk, hielden haar thuis ingesloten en ontzegde haar contact met de buitenwereld en normaal tienerleven. Savage pleit voor vervolging van de ouders.

Ik vind transseksualiteit altijd een moeilijk onderwerp. In mijn persoonlijke beleving is geslacht puur een omschrijving van iemands fysiologie. Ik vóel me niet zozeer een man, als dat ik weet dat ik een piemel heb. Noch voel ik me erg niet-vrouw. Ik vind het net zo onbegrijpelijk als een lang persoon die zich gevangen voelt in een kort persoon’s lichaam, hoewel dat vast ook wel een bestaand iets zal zijn. Ik wil hiermee niets afdoen aan de ervaringen van transseksuelen. Ik geloof helemaal dat het om een echt iets gaat, en sta volledig achter ze wanneer het gaat om hun pogingen om geaccepteerd te worden voor wie ze zijn. Dat neemt echter niet weg dat ik mezelf er zo af en toe aan moet herinneren dat het daadwerkelijk iets is waar transseksuelen het heel moeilijk mee kunnen hebben, en dat het wel degelijk een heel serieus probleem kan zijn als er door de omgeving van die persoon niet goed mee om wordt gegaan.

Ik wist dat de zelfmoordcijfers onder homoseksuele en transseksuele jongeren schokkend hoog waren. Ik dacht dat dat kwam doordat pubers allemaal hufters zijn en elkaar diep ongelukkig pesten wanneer ze daar een excuus voor kunnen vinden. Waar Dan Savage mij echter op moest wijzen is dat het vaak, zo ook in het geval van Leelah Alcorn, niet de leeftijdsgenoten zijn die LHBT-jongeren de dood in pesten, maar juist de ouders. Ik ben benieuwd of dat in het liberale en seculiere Nederland ook het geval is, maar de enige verslagen van dergelijk onderzoek die ik kan vinden, gaan over Amerikaans onderzoek.

Of de ouders van Leelah Alcon vervolgd moeten worden weet ik niet. Mijn eerste instinct zegt van wel. De wet gaat echter niet over wat mijn eerste instinct zegt, maar over wat mensen die slimmer zijn dan ik na lang nadenken hebben opgeschreven over wat juist is en wat niet. Dat is waarschijnlijk maar beter ook. Van wat ik kan zien vanachter mijn computerscherm, een halve aardbol verwijderd, hebben we het hier echter over een dood en jaren van ongeluk die daaraan vooraf gingen die voorkomen hadden kunnen worden. En dat is verdomde kut.

Een weinig speciaal bier

Afgelopen weekend vond in de VS de Super Bowl plaats. Dat is de finale van het American football-seizoen en een behoorlijk gedoe aldaar. Er keken dit jaar 114.4 miljoen mensen naar het televisieverslag van de wedstrijd, waarmee een nieuw nationaal kijkcijferrecord werd gezet. Reclametijd tijdens dit evenement is dan ook duur betaald.

Waarschijnlijk is het juist doordat de ze zo duur zijn, dat de bedrijven die zendtijd kopen hun beste beentje voor zetten bij het maken van de reclames. De creatiefste, leukste, grappigste en memorabelste spotjes uit de Amerikaanse televisiegeschiedenis zijn gemaakt om maar één keer tijdens de Super Bowl uitgezonden te worden. Er zijn dan ook enorm veel mensen in de VS die niet van sport houden, maar toch ieder jaar weer voor de televisie zitten om de reclames tussen het hoofdevenement door te zien.

Één van de reclames dit jaar was er één van het biermerk Budweiser. Budweiser maakt een lagerbier, dat erg lijkt op pilsner, en is het meest verkochte bier in de VS. De brouwer heeft de laatste jaren echter een groot gedeelte van haar monopolie verloren en dat is vooral doordat jongere mensen steeds minder ‘Bud’ drinken. Met het spotje probeert het merk vooral twintigers voor zich te winnen, maar met beperkt succes.

In het filmpje vertelt Budweiser door middel van tekst die op het scherm verschijnt dat het trots is een macro brewer, een massabrouwer, te zijn. Het is geen speciaalbierbrouwer, micro brewer, en maakt een bier dat niet eerst besnuffeld en dan genipt moet worden, maar eentje voor de gewone man met een gewone smaak die gewoon een biertje wil.

We hebben het al eerder gezegd op MMeM, onze generatie is er één die verlangt naar eenvoud. Wat dat betreft zou je zeggen dat de reclame mooi aansluit bij de wensen van de doelgroep. Ware het niet dat wij als twintigers hebben besloten eenvoud te interpreteren als ambachtelijk, handgemaakt, zonder ingewikkeld, groot productieproces. Wij, en met ons onze leeftijdsgenoten in Amerika, hebben grotendeels het speciaalbier omarmd. Wij houden van haar uitgesproken smaken. Wij houden ervan om rond een tafel te zitten en daadwerkelijk een gesprek te voeren, onderwijl een speciaalbiertje nippend. Dat wil nog niet zeggen dat we ook niet zo af en toe op een zaterdagavond naar de kroeg gaan en twintig pilsjes achterover gooien, om zonder herinneringen op iemand anders’ vloer wakker te worden, maar wij waarderen dat er meerdere manieren zijn om van bier te genieten.

Volgens mij is Budweiser zich van dat alles wel bewust, want in de reclame zien we een nogal schizofreen beeld. Budweiser probeert aan de ene kant de gewone jongen te spelen, maar komt aan de andere kant met dingen die duidelijk bedoeld zijn voor een hipsterpubliek. Zo vermelden ze vol trots dat ze het enige bier maken wat nog wordt gerijpt op beukenhout en zien we beelden van hop, paarden en werkende brouwers die ambachtelijkheid suggereren. Ze zeggen dat zij het bier the hard way brouwen, wat ingaat tegen hun eerdere statement dat ze massaproducenten zijn. Onder de teksten die spreken over de snobberige speciaalbierdrinkers staan beelden van besnorde en bebaarde mannen die het erg naar hun zin hebben bij het drinken van donkere bieren.Op die manier weet Budweiser iedereen voor het hoofd te stoten. De hipster door ze voor snob uit te maken en de gewone boerenjongen door hem smaken op te dringen die hij niet heeft, op proberen te voeden als het ware.

Verder stoort het mij dat de enige vrouwen die in beeld komen serveersters zijn. Juist onder de jongere generaties is het heel gebruikelijk dat vrouwen ook bier drinken. Wat de spreekwoordelijke kers op de hypocrisietaart is, is dat het moederbedrijf van Budweiser, Anheuser-Busch InBev, net de brouwer Elysian heeft overgekocht. Deze brouwer maakt onder andere het in de reclame bespotte perzik-pompoenbier.

Ouwe Snoepert

Vorig jaar werd Berlusconi’s celstraf omgezet in een taakstraf. Aanvankelijk werd de voormalige premier veroordeeld tot vier jaar in het gevang. Omdat hij toch al een behoorlijk oude man is, werd huisarrest opgeworpen als geschikt alternatief. Weer later, in 2014, besloot de rechter tot een taakstraf, te vervullen in een verzorgingstehuis voor Alzheimer-patienten. Een goede oplossing, want Berlusconi is al aardig in de war.

In 2012 vergiste Berlusconi zich in de leeftijd van zijn eigen verloofde. Kan natuurlijk gebeuren. Hij meende dat zij 28 jaar oud was. Zelf was hij op dat moment 76. Hij vertelde erbij dat zij 49 jaar van elkaar zouden verschillen. Na wat simpel rekenwerk kwam toen uit dat Berlusconi’s verloofde dan 27 zou moeten zijn. Toen werd daar nog om gelachen. Toen de oude zich echter steeds vaker vergiste in de leeftijden van zijn gezellinnen werd het een dingetje. Op zijn Bunga Bunga seksfeesten nodigde hij per abuis een zeventienjarig meisje uit.

Als Berlusconi’s pooiers hun werk beter gedaan hadden was dat nooit gebeurd. Lele Mora, de man die verantwoordelijk was voor de werving van mooie strakke meisjes, draaide vorig jaar gelukkig voor zes jaar de bak in. Bemiddelaar Emilio Fede moet bijna vijf jaar zitten en Hofdame Nicole Menetti werd veroordeeld tot drie jaar. Deze boeven zijn nu waar ze thuishoren. Berlusconi ontsprong de dans. Vandaag vermeldde de Volkskrant dat zijn straf met 45 dagen verminderd is. Hij gaf zelf ook al aan dat het werk behoorlijk intensief was. Waarschijnlijk takelt Berlusconi sneller af dan verwacht.

Welnu, de taakstraf is mild. Berlusconi kan zo op een rustige en veilige manier wennen aan het leven van een bejaarde. Na zijn eerste werkdag vertelde hij glunderend dat hij grapjes had gemaakt en lekker had geklessebest over zijn kluppie AC Milan. Hij had het er duidelijk naar zijn zin. Bingo-avonden zullen worden vervangen door Bunga Bunga-avonden en Berlusconi hoeft zich geen zorgen meer te maken over de leeftijd van de deelneemsters.

Auschwitz

Afgelopen week sprak de Duitse bondspresident Joachim Gauck tijdens de Holocaustherdenking in het Duitse parlement. “Er bestaat geen Duitse identiteit zonder Auschwitz,” zo zei hij daar. “De herinnering aan de Holocaust is een zaak van iedereen die in Duitsland woont.” Verder zei Gauck dat de Holocaust onlosmakelijk met de Duitse geschiedenis verbonden is. “Zolang ik leef, zal ik eronder lijden dat de Duitse natie, met al haar cultuur, tot de schandelijkste menselijke misdaad in staat was,” voegde hij daaraan toe.

Een prachtige, indrukwekkende speech. Ik ben geneigd elke zin die Gauck sprak hier te herhalen, maar ik vrees dat ik zijn voordracht daarmee ernstig tekort zou doen. Ik zal het dus nalaten.

Wat mij echter opviel, was dat Gauck vooral wees op de ‘Duitsheid’ van de Holocaust: de Sjoa tegen een Duitse achtergrond, en Duitsland tegen de achtergrond van de Holocaust. Dat is natuurlijk niet vreemd, gezien de voorname rol die de Duitsers in de Holocaust speelden, maar mij bekroop het gevoel dat Gauck eigenlijk te ‘bescheiden’ was. Laat mij dat toelichten.

De Holocaust houd mij bezig. Vrijwel dagelijks voel ik de noodzaak om, formeel en informeel, aandacht te schenken aan wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Ik schreef twee scripties die direct en indirect te maken hebben met de Sjoa. Ik woonde (soms illegaal) lezingen bij van overlevenden en hoogleraren. Ik lees boeken en bekijk reportages. Ik luister aandachtig naar de woorden van hen die de crematoria zelf nog hebben zien roken. Ik bezocht Auschwitz twee maal.

Of dit alles een gezonde levenshouding is of niet, durf ik niet te zeggen. Ik weet alleen dat ik een ongelofelijke drang voel om te begrijpen. Om te doorgronden hoe dit heeft kunnen gebeuren. Om de herinnering als gruwelijke waarschuwing levend te houden. En om werkelijk te horen wat het verleden ons vanuit alle macht probeert toe te schreeuwen: dit nooit weer.

Als mij in al die uren aandacht, onderzoek en overdenking één ding duidelijk is geworden, dan is het dat de Holocaust de uitkomst van een tamelijk willekeurig proces was. Een proces dat steunde op toevallige omstandigheden, collectieve angst, individuele meegaandheid, massale onverschilligheid en een fatale verzameling waanbeelden. Niets, zelfs geen ‘hoge cultuur’, waarborgt dat een soortgelijke explosieve mix ergens op de wereld nogmaals ontstaat. En daarom moeten we altijd en overal waakzaam zijn en blijven.

Gauck had gelijk met elk woord dat hij sprak. Maar hij had zich niet hoeven beperken tot de Duitsers alleen. Er bestaat namelijk geen Europese, nee, zelfs geen menselijke identiteit zonder ‘Auschwitz’. De Holocaust is een zaak van ons allemaal. Het is voor altijd aan onze menselijke geschiedenis verbonden; wij behoren de Sjoa met pijn en schaamte met ons mee te dragen. Wie er namelijk op vertrouwt dat de Holocaust nooit meer kan plaatsvinden, begaat de gevaarlijkst denkbare fout: die maakt ‘Auschwitz’ tot geschiedenis.

Gijsbert Kramer, houd jíj maar even je mond.

Bob Dylan brengt volgende week een nieuw album uit, genaamd Shadows in the Night. Op dit album zingt Dylan klassiekers uit de Amerikaanse jazzgeschiedenis, zogenaamde ‘standards.’ Wat al die liedjes nog meer gemeen hebben, is dat Frank Sinatra ze ook al eens heeft opgenomen. De Volkskrant kreeg de cd al eerder en vroeg Gijsbert Kramer deze van kritiek te voorzien. Gijsbert vond het mooi en gaf de cd vier uit de maximale vijf sterren. ‘Bob Dylan zong nog nooit zo mooi en zorgvuldig,’ aldus Kramer. Ik vind dat niet en ík heb gelijk.

De muziekjournalistiek in Nederland is vaak niet van erg hoog niveau. Muziekkritieken bestaan, net als andere kunstbesprekingen, voornamelijk uit meningen en meningen mogen verschillen. Ik vind echter wel dat de ene mening meer waard is dan de andere. Een geïnformeerde mening weegt zwaarder dan een ongeïnformeerde. Aan het schrijven van Kramer te zien is hij niet bijzonder geïnformeerd op het gebied van muziek. Een korte google-sessie laat zien dat hij naast het schrijven vooral als dj actief is. Dat mensen die veel plaatjes draaien verstand hebben van muziek, is een veel voorkomende misvatting. Dj’s weten vaak een hoop over wie welke plaat geproduceerd heeft, in welk jaar, en op wiens geleende gitaar de gitarist speelde, nadat die welk whiskymerk over zijn eigen gitaar morste. Vraag ze echter vervolgens wat het verschil is tussen een majeur en een mineur ladder en je krijgt een lege blik retour.

In de Bob Dylan-recensie schrijft Kramer onder andere dat je de zanger geen ‘zuivere stem’ kan toedichten. Dat bestaat niet, een zuivere stem. In muziek betekent zuiver accuraat van toonhoogte in relatie tot andere tonen of een van te voren afgesproken stemming. Zuiverheid gaat over de frequentie van een toon. Zuiver staat niet gelijk aan mooi, vals staat niet gelijk aan lelijk. Een stem kan mooi, getraind, of gecontroleerd zijn, maar niet zuiver. Dat is een fout in terminologie die in het dagelijks leven heel veel voorkomt, dat vind ik geen probleem, maar als je jezelf journalist noemt, moet je zo’n basaal begrip kennen en juist kunnen toepassen. Een wetenschapsjournalist zou er nooit mee weg kunnen komen als hij de maan als ster zou omschrijven.

Ik heb de twee nummers van het album die Vevo op internet heeft gezet beluisterd, en zoals ik in mijn eerste alinea al liet doorschemeren ben ik niet echt onder de indruk. Er is een traditie van zo’n honderd jaar als het gaat om het zingen van deze liedjes. Ik ben helemaal niet iemand die vindt dat je alles per se conform de traditie moet doen, sterker; ik ben daar erg op tegen. Wanneer je dit repertoire zingt kan je echter niet om die traditie heen, je moet er iets mee doen. Je kan je best doen om die te volgen, of je kunt er bewust van afstappen. Wat je niet kunt doen is net doen of die traditie niet bestaat. Dan houd je je publiek voor onwetend en dat is een van de grootste fouten die je als kunstenaar kunt begaan. Dat laatste is wat Dylan doet. Ik vermoed dat hij zich naast het luisteren naar Frank Sinatra nooit echt verdiept heeft in het materiaal, en dat hij het uit eigen onwetendheid doet, wat wat mij betreft verzachtende omstandigheden zijn. Dat betekent echter niet dat ik de cd goed moet vinden.

Het grootste euvel bij Bob Dylan zit hem in de ritmiek. Deze nummers, standards, zijn vaak ritmisch erg saai. Goede zangers benaderen deze nummers dan ook behoorlijk vrij. Zij improviseren ritmisch, en soms ook melodisch. Zij trekken noten voor, of stellen ze uit. Ze rekken melodieën op, of versnellen ze juist. Daardoor komen de mooie noten die al door de componist zijn gekozen beter tot hun recht en blijft een nummer vers, ondanks dat je het al heel vaak hebt gehoord. In de muziek noemen we dat frasering. Dylan doet dat niet. Hij zingt elke noot precies op de plek waar je hem op zou schrijven als je de meest eenvoudige basisversie van het nummer zou noteren. Dat zou ook mooi kunnen zijn, als de begeleiding zich daar voor leent. Met een lege, minimale begeleiding zou het een prachtig verstild, fragiel effect kunnen hebben. Met een drukke, hectische begeleiding zou het leidraad en contrast kunnen zijn. Dylan kiest echter voor een bijzonder weinig dynamische countrybegeleiding, die al even zoutloos is als zijn eigen zang. Daardoor word het geheel saai en klinkt het niet alsof Dylan expres is afgestapt van de traditie om te fraseren tijdens het zingen, maar alsof hij niet weet dat dat is wat je normaal gesproken doet wanneer er zo weinig gebeurt op ritmisch gebied. Leg Bob Dylan’s versies eens naast die van Frank Sinatra en hoor hoe fris en levendig die laatste klinken in vergelijking.

Als je dan toch een popicoon jazzstandards wilt horen zingen stel ik voor om eens naar de plaat Cheek to Cheek van Lady Gaga en Tony Bennett te luisteren. Gijsbert Kramer heeft deze ook voor De Volkskrant gerecenseerd in een stukje genaamd ‘Gaga, Bennett, houden jullie maar even je mond’ (hoe kan het dat deze man nog steeds voor een kwaliteitskrant mag schrijven?). Hij gaf de cd twee van de vijf sterren. Ook hier heeft hij het fout. Deze cd is weliswaar traditioneel als maar zijn kan, maar wel verdomd goed gezongen, zeker door Gaga.

De Kritische Lezer

De afgelopen tijd was er een hoop gedoe rondom native advertisement, een mooie term voor verstopte advertenties in journalistieke producten. De Homo Sapiens heeft eindelijk het punt bereikt waar hij niet meer valt voor duidelijk herkenbare reclame. Als gevolg daarvan publiceren kranten en tijdschriften artikelen die eruitzien als serieuze journalistiek, om de mening van de lezer te manipuleren. Dat is uiteraard een zeer kwalijke ontwikkeling, maar nog geen reden tot paniek. De journalistiek was al naar de klote en u bent te laat om er iets aan te doen.

Om te blijven bestaan hebben kranten geld nodig, journalisten moeten eten en slapen en letters moeten gedrukt worden op papier of op het internet. Als de lezer te weinig inlegt om het zaakje draaiende te houden wordt er gekeken naar bedrijven (als uw staat een krant financiert kunt u maar beter stoppen met lezen). Voorbeeldje: een bedrijf dat repen chocola produceert adverteert in een krant en wordt uiteraard niet graag geassocieerd met de slavernij van cacaoboeren in Afrika. Een reportage over dat onderwerp kunnen we dus wel vergeten. Daar begint de invloed van bedrijven op de inhoud van een krant, en dat slikken we al jaren.

Betrouwbare journalistiek is slechts op het internet te vinden, bij ons bijvoorbeeld. Wij schrijven vrijwillig, zijn de armoe inmiddels gewend en zijn ook nog eens bereid het juk van de oprecht vrije pers te dragen. Een ander voorbeeld van oprechte journalistiek is De Correspondent, ook slechts online te verkrijgen. De Correspondent werd een paar jaar geleden opgericht als “medicijn tegen de waan van de dag” en wordt, voor zover ik weet, slechts gefinancierd door zijn lezers. De artikelen zijn volledig advertentie-vrij en komen recht uit de pen van de journalist. Nu zijn de stukken veelal opiniërend en is het doel van de schrijver vaak om u te overtuigen van zijn wereldbeeld.

En zo is ook betrouwbare journalistiek behoorlijk onbetrouwbaar. De lezer doet er dus goed aan zich altijd een kritische houding aan te meten. Met een kritische houding herkent de lezer Native Advertising (of elk ander betoog) onmiddellijk, want de kritische lezer weet wanneer hij gemanipuleerd wordt. Vervolgens is het aan de hemzelf om te bepalen of hetgeen een artikel betoogt interessant is.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met De Correspondent.

Concert

Ik sta in een concertzaaltje. Er zijn glas-in-loodramen met afbeeldingen van naakte Afrikanen en witte dames. Ik luister naar een obscure band met een selecte groep hippe figuren, die dolblij zijn dat ze een obscure band kennen. Het shirt van de zanger zorgt ervoor dat ik verlang naar houthakken onder een besneeuwde berg bij een meer en een huisje in het bos. Dat hoort erbij. Mijn generatie verlangt naar die pure zaken; natuur en ambacht. Mijn generatie is een verloren generatie, net als iedere andere generatie. Patronen. Ik ben niet uniek en volg geprepareerde wegen. Dat maakt pijnlijk duidelijk dat ik geen genie ben. Ik dein mee op de golven. Ik benijd idealisten. Ik haat cynisme, maar het is mijn ziekte.