Winterwinst

Hoewel de echte kou nog niet heeft toegeslagen in onze redactionele loods, is het er inmiddels wel zo fris geworden dat Thomas de Looier zijn gevierde nieuwe schoenen met verwarmingselement heeft aangetrokken en Claudio Beerschot zich om het halfuur van top tot teen met vaseline insmeert. Ik ben blij dat ik de houtkachel heb weten te bemachtigen om mij te verwarmen. Omdat de volledige vliering inmiddels in de kachel is verdwenen, voeren we deze nu noodgedwongen de onverkochte exemplaren van het boek van Martin Bosma. U begrijpt: voorlopig heb ik het nog wel even warm. Ondanks het nog altijd niet onbehaaglijk geworden herfstweer, wordt er in de media druk gesproken over een aanstaande horrorwinter, of een schrikwekkend synoniem hiervan. Volgens weerexperts houdt dit in dat er veel kou, sneeuw en overlast wordt verwacht. Klinkt inderdaad een beetje als een horror, maar nog veel meer als een winter. Toch is het voornaamste argument voor de term horror dat het winterweer ontregelend kan zijn, daarbij herinnerend aan de afgelopen twee winters. Daar dit bij velen een ernstige gemoedstoestand oproept, vraag ik mij voorzichtig af: ben ik de enige die de ontregeling heerlijk vond?

Het zal een weinig populaire stelling zijn, maar ik heb met volle teugen genoten van de afgelopen winters. En nu zult u wellicht denken: “ja, makkelijk praten als je er geen last van hebt gehad, klojo”, maar geloof mij: ook mijn winter werd getekend door haperend openbaar vervoer, krabben, lang wachten, gladheid en kou. Maar in plaats van er constant op af te geven, koos ik ervoor het te omarmen. Steeds wanneer iets niet liep zoals het hoorde te lopen, begon voor mij het avontuur. Of het nu het intensief overstappen tijdens een treinreis was, de uiterste voorzichtigheid met de auto, het tekort aan strooizout of het zoeken naar alternatieve manieren om thuis te komen: het was een uitdaging. De routine werd onmogelijk en daarmee werd je je juist bewust van die routine. Maar de ontregeling bracht meer moois. Zo is het heerlijk wandelen door een vers pak sneeuw, niet alleen omdat alles dan zo schitterend wit is, maar ook omdat geluiden gedempt worden en het daarmee ‘s avonds weer écht rustig of stil is op straat. Bovendien gaan met sneeuw minder mensen de deur uit, wat weer goed is voor mijn mensenfobie. Een positieve verandering was ook te merken in het verkeer. Hoewel er natuurlijk altijd een paar potentiële slachtoffers van de evolutie tussen zitten, reed het gros van de weggebruikers veel rustiger en beheerster. Mensen namen, nee, moesten weer ruim de tijd nemen om ergens te komen. We werden gedwongen te onthaasten. Ons land was voor even een oase van kalmte. Haast was recht evenredig met gevaar. Dat onthaasten was misschien wel de grootste winst van het winterse weer. En natuurlijk de gratis kopjes koffie op het station.

Wat de komende winter ook voor ons in petto heeft, ik zal het vieren. Laat maar komen die sneeuw, laat maar komen die kou. Zolang Martin Bosma slechte boeken blijft schrijven en Thomas van mijn kacheltje afblijft, kan die winter mij niet lang genoeg duren.

Other Lives – Tamer Animals

Stof waait op bij elke stap. De droge vlakte is bedolven onder het stof, er is niemand meer. Er staan een paar vervallen huizen met verzakte veranda’s en gebroken ruiten. Het stof kwam overal tussen. Er liggen karkassen. De boeren zijn hier jaren geleden vertrokken om de kostbare vruchtbare grond die wegwaaide te volgen. Velen hebben hun grond nooit meer teruggevonden. Maakt niet uit. Dit is de achtertuin van het vijfkoppige Other Lives. “Mooi”, vindt deze band uit Oklahoma. Daar denken wij anders over, maar wij zijn ook niet alternatief. “We willen slechts de interactie observeren tussen mens en natuur, niet de mensheid veroordelen om zijn fouten”. Maakt ook niet uit. Ze maken prachtige muziek.

Op hun nieuwe album Tamer Animals zet Other Lives een prachtige sfeer neer. De prachtige arrangementen met strijkers en trompetjes worden versterkt door de prachtige stem van Tabish, de baardige zanger. Zijn lange rafelige haar deinst mee op de stuwende muziek. Hij kijkt alsof hij stof in zijn ogen heeft. Je hoeft niet mooi te zijn om alternatieve folk te maken. De muziek doet denken aan Fleet Foxes, is net zo magisch, maar iets mysterieuzer. De bijdrage van de lieflijke Jenny Hsu draagt sterk bij aan deze mystiek. Tamer Animals is een album vol natuurgeweld. Koop dit album en vergeet hem dan vooral niet te luisteren!

 

Jeroen S – Een manifest voor het irrelevante

Het onderstaande stuk is ingezonden door Jeroen S.

De actualiteiten worden door nieuwszenders niet geschuwd. Het actuele is voornamelijk datgene wat zich dicht op het heden bevindt of daarmee samenvalt. Binnen al dat wat zich actueel mag noemen wordt ook nog een schifting gemaakt tussen die dingen die het predicaat ‘relevant’ verdienen en die dingen die dat niet verdienen. Zo is de slak die ik vanmorgen doodliep op weg naar mijn fiets actueel, maar volgens de redactie van NRC niet relevant. Relevant is uitermate intersubjectief. Een groep bepaalt altijd wat relevant is en relevant kan dus ook het salonfähige synoniem van ‘hip’ gezien worden. Maar het is verkeerd. Tenminste, als men van waarheid en de rede houdt, dan moet men zich verre van relevant houden en het liefst ook van actueel. Waarom? Om de doodeenvoudige reden dat de meeste waarheden compleet irrelevant en verre van actueel zijn. Als een intelligent persoon met liefde voor waarheid zich enkel met actualiteiten en relevante feiten bezighoudt dan mist hij/zij (alfabetische volgorde, voor de gender-bewusten onder ons) het plezier van het beseffen van de meeste andere waarheden. Voor de echte waarheidsvinders onder ons hier wat waarheden waarvan we mogen hopen dat hun relevantie nooit ontdekt zal worden:

In een groep van 23 mensen is de kans dat twee of meer personen dezelfde geboortedag hebben groter dan 0.5

3, 31, 331, 3331, 33331, 333331, 3333331, 33333331 zijn priemgetallen, maar 333333331 niet.

Wrigleys kauwgom was het eerste product met een barcode.

Kokosnoten zijn dodelijker dan krokodillen.

14% van alle feiten en statistieken zijn verzonnen en maar 27% van de mensen weet dit.

Prof. dr. Stapel deed relevant onderzoek en verzon data.

Die laatste is dubieus, geef ik toe. Maar kan wel als slecht argument gebruikt worden tegen iedere vorm van relevant onderzoek. Dat is natuurlijk niet mijn argument, maar toch. Misschien dat een actueel en relevant persoon het als argument zal gebruiken. Maar, lieve lezer(es), u weet inmiddels: als je van waarheid houdt, zoek dan feiten die niet relevant zijn daar zijn er namelijk ontzettend veel van!

Claudio Beerschot: Als kokosnoten dodelijker zijn dan krokodillen, vrees ik pas echt voor met kokosnoten bewapende krokodillen! Laten we hopen dat ze die techniek zich nooit meester zullen maken.
Thomas de Looier: Had die slak een huisje?
Joop den Toonder: Dat op één na laatste feit is verzonnen zeker? Verder een zeer irrelevant stuk. Hulde!

Giph’s workshops

Ronald Edgar Giphart is een schrijver. Hij is geboren in een jaartal op een datum. Zijn vader was een man die Ronald verwekte bij diens moeder. Zij was de vrouw was die de kleine Ronald gebaard had. Na een bepaalde tijd naar een school te zijn gegaan, heeft Giphart enkele jaren gestudeerd. Op een zeker moment is hij aan het schrijven geslagen, en hij verdient waarschijnlijk nog steeds zijn geld op die manier.

Recentelijk is Ronald Giphart aangesteld als de ‘schrijver op locatie’ aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In dienst van de VU tikt Giphart letters, schrijft hij woorden, maar bedenkt hij bijvoorbeeld ook zinnen en/of regels. Daarbovenop mag de schrijver zijn aangeboren talent en jaren ervaring proberen bij te brengen aan onkundige en onwillige studenten in een serie workshops. Uw redactie is verheugd u mede te kunnen delen, dat zij deze werkwinkels gevolgd heeft en nu officieel kan schrijven.

De eerste van de workshops, die plaats vinden in een kleine bioscoopzaal in het verre Amstelveen, stond in het teken van het schrijven van romans. Giphart vertelde over de theorie achter het schrijven, alsook over zijn werkwijze. Nu dacht dit redactielid een behoorlijke kijk te hebben op het schrijversvak, daar hij zelf schrijft voor een gerenommeerde, satirische website, www.manenmuys.nl. Zijn beeld over het schrijversvak is echter compleet verbrijzeld door de verhalen van de VU’s huisschrijver. Toen ik stukjes begon te schrijven heb ik een grote, retro typemachine gekocht, die ik vervolgens elke avond meesleepte naar het café. Aldaar werkte ik eerst een halve fles whiskey naar binnen en rookte ik een paar sigaren alvorens ik onder instemmend gemompel van mijn schrijversvrienden twee briljante zinnen per avond op het papier tikte.

Dat schijnt echter helemaal de verkeerde aanpak te zijn! Ronald Giphart vertelde ons dat hij overdag werkt! In een werkkamer! Nuchter! En hij schrijft nog goed ook! Blijkt dat ik voor niets mijn leveromvang verdubbeld en mijn luchtwegen geasfalteerd heb. Bedankt, romantisch beeld van het schrijversvak, daar gaan de laatste twintig jaar van mijn leven! Aan de andere kant, die laatste twintig jaar had ik anders toch boos op een bankje in het park doorgebracht, schreeuwend naar de eenden en grommend naar de kinderen.

De tweede avond werd gewijd aan het schrijven van columns. Één derde van de redactie moest die avond echter studeren, één derde moest een bijzonder concert bijwonen en één derde was ten prooi gevallen aan het influenzavirus, waardoor Met Man en Muys deze werkwinkel helaas verschiet moest laten gaan. Gelukkig bestaat het grootste gedeelte van deze site niet uit columns en hebben we dus niets gemist wat nog wel eens handig kan zijn…

Tijdens de derde, meest recente, avond behandelde Giphart het schrijven van filmscripts. Na een korte uitleg over de achterliggende theorie van het scriptschrijven, werden we aan het werk gezet. De schrijver moet namelijk een korte film maken voor de VU, maar had nog geen verhaal. Wij werden aan het denken gezet over plotideeën en mochten die daarna naar hartenlust spuien. Samen met Giphart en de mede-workshoppers hebben we gebrainstormd over liefdes, katers, beiaards en liftensymboliek.

Tot slot van de avond kregen we nog een vijftal consumptiebonnen van de schrijver in onze handen gedrukt. Hij moet geweten hebben dat iemand die ons drank verschaft niets fout kan doen. Een bijzonder geschikte kerel, die Ronald Giphart, excellent schrijver, te gekke workshopleider. Ik kijk uit naar de laatste workshop, over het literaire bedrijf. Van mij krijgt deze serie werkwinkels vijf sterren. Voor iedere consumptiebon één.

Ronald Giphart voor de kritische jury van Met Man en Muys. Thomas de Looier checkt zijn gemiste voicemailberichten.

Wegwerpbekertjes

We kunnen er kort over zijn: plastic wegwerpbekertjes zijn klote. Ga maar na: altijd als je zo’n wegwerpbekertje vult met een warme drank, is het bekertje zelf meteen te heet om nog vast te kunnen houden. Waarmee direct de functie van het bekertje komt te vervallen. Dat duurt nooit lang, want de bekertjes zijn slecht geïsoleerd, en dan is de hete drank alweer koud. Het komt erop neer dat je ongeveer 30 seconden hebt waarin de temperatuur aangenaam en de drank drinkbaar is. Dat is als je geluk hebt. Toen ik onlangs in al mijn naïviteit probeerde heet water in zo’n bekertje te gieten, vervormde het hele bekertje namelijk. Het was als drinken uit een opengewerkte druipkaars. Handig hoor. Maar dat is nog niet alles. De bekertjes komen altijd uit van die ellendige koffiemachines, waar steevast godsgruwelijk smerige koffie uit komt. Het apparaat hier op de redactie braakt bijvoorbeeld een soort dikke substantie uit die nog het meest weg heeft van het uitgekookte aftreksel van een schoorsteenveger. Gelukkig is het bekertje zo klein dat je amper doorhebt dat je iets in je mond hebt. Je proeft hooguit een subtiel maar walgelijk bittertje. En dat allemaal door die verdomde plastic wegwerpbekertjes. Nee, doe mij maar een grote, aardewerken mok met een foto van Beatrix’ en Claus’ 25-jarig huwelijk erop.

Knop

“Vind ik leuk!” roept Joop terwijl hij de redactiekamer binnenstormt. De overige redactieleden kijken verstoord op van hun vierde poging de VPRO-gids te begrijpen.
“Wat?” vraagt Claudio.
“Vind ik leuk,” herhaalt Joop, “dat schijnt helemaal in te zijn.”
“Maar wat bedoel je ermee?” vraagt Thomas.
“Geen idee,” antwoordt Joop onverschillig, “hebben hippe dingen diepgang dan?”
“Geen tijd voor retorische of socratische vragen, is het niet? Pak je Google erbij!” spreekt Claudio met twee octaven stemverheffing. Terwijl Joop enthousiast zijn broek open knoopt, kruipen Claudio en Thomas gebroederlijk achter Joops computer.
“Aha!” roept Thomas uit. “Hier staat het: het is, vooral in het Engels, een gevleugelde uitspraak op sociale media.” Thomas trekt een vies gezicht: “Bah, sociaal.”
“Ja, maar dat betekent zoveel als het digitaal delen van dingen, met allerlei mensen,” zegt Joop, ondertussen zijn gulp weer sluitend.
“Nou, ik heb vannacht anders ook dingen gedeeld met allerlei mensen, maar niet digitaal!” grapt Claudio.
“De ‘vind ik leuk’- of ‘like‘-knop geeft aan dat iets vermakelijk of goed wordt gevonden en wordt vooral gebruikt op Facebook,” leest Thomas verder. Zijn ogen glinsteren: “Daar moeten we inderdaad iets mee!”

En zo kon het gebeuren dat Met Man en Muys na haar revolutionaire en veelvuldig afgekeurde besluit om reacties toe te laten, zich nu wederom in de kijker speelt als een neoliberaal in een tentenkamp, en het vanaf nu mogelijk maakt op een ‘vind ik leuk’-knop te hengsten. Met deze knop maakt u uw waardering voor en diepe affectie met deze website en haar redactieleden niet alleen aan de redactie zelf kenbaar (en neemt u van ons aan: daar hebben wij u niet voor nodig), maar voornamelijk aan uw vrienden, mocht u daarover beschikken. Op die manier is het voor u nog makkelijker geworden om de artikelen op www.manenmuys.nl met uw hypothetische vriend(en) te delen. Dat maakt gesprekken bij de koffieautomaat een stuk minder beschamend, aangezien u nu niet meer de volledig uit hun context gehaalde en daardoor niet langer hilarische grappen op deze website hoeft na te vertellen. Dat is dus winst voor alle partijen. Daarom geeft de redactie u de mogelijkheid alvast even te oefenen. Onderaan deze redactionele boodschap bevindt zich zo’n ‘vind ik leuk’-knop, en daar kunt u naar hartenlust op oefenen. En u weet: oefening baart kunst, kunst baart zorgen. Succes!

De Redactie

Koude voeten weer

Op de redactie is slechts een houtkachel. We voeren hem de balken van de vliering. In de zomer was de leegstaande loods waarin wij toeven aangenaam koel, maar nu de winter zich heeft aangekondigd zitten wij bibberend achter onze typemachines. Er ontbreken ruiten en dakpannen. Ook dat was niet zo erg in deze betrekkelijk warme en droge herfst, maar nu Joop de eerste wolkjes condens in zijn handschoenen blaast weten we dat de winter zwaar zal zijn. Als de horrorwinter, waar Duitse en Engelse weerstations van reppen, werkelijk aanbreekt zal de redactie op zoek moeten naar een nieuwe kachel of onderkomen. Bovendien heeft Joop zich de houtkachel toegeëigend, niet geheel oneerlijk daar hij hem ook gevonden heeft. Voor mij betekent dat dat ik weer maandenlang met koude voeten zal moeten werken. Daar moet toch iets tegen te doen zijn.

Tijdens een uitgebreide zoektocht op het internet vond ik geenszins bevredigende oplossingen. Pantoffels helpen niet. Teiltje met warm water; er is geen warm water op de redactie afgezien van de hete drab uit het koffiezetapparaat. Een pantoffel die elektrisch wordt verwarmd en waar je met twee voeten in kan is de beste oplossing op het internet, maar nog steeds niet zaligmakend. Ik kan niet werken als ik het idee heb dat ik vastgebonden ben. Bovendien druist het onvrijheidsideaal achter deze uitvinding volledig in tegen de principes van Met Man en Muys. Het kan zijn dat pragmaticus Claudio er aan toegeeft, maar ik verdien en wil beter.

Dat verlangen en de snijdende kou brachten me terug naar een verleden van schoenen met lampjes in de zool. Als je hard stampte flikkerden de lichtjes in allerlei kleuren. Dat was stoer, paste bij kerst en bij de winter. Je ging er harder van rennen, vaker van dansen en hoger van springen. Deze schoenen hebben voorkomen dat onze generatie dik werd, doodongelukkig was en ten onder ging aan verveling. Graag zou ik de handen ineenslaan met uitvinder van deze vooruitstrevende schoenen. Ik vond hem in de Scapino. Ik vroeg hem of wij geen kleine kacheltjes konden inbouwen in deze toch al zo geavanceerde zolen. Kleintjes maar, want als je voeten warm zijn heb je het niet meer koud.

Met Man en Muys presenteert de nooit meer koude voeten schoen!

Man en Muys schoenen met verwarmingselement

 

Gedichtje

Ik schrijf hier een gedichtje,

Dit is mijn eerste keer.

Dus alstublieft, oordeelt niet,

Als ik faal, maar toch probeer.

 

Een gedicht, dat was met rijm,

Het ging van AaBeeAaBee,

Of was het iets met zeven lettergrepen,

En de chute, hoe zat het daarmee?

 

Pentameters, jambisch of dactylisch,

Sonnetten, volgens Shakespear of Spenser,

Japanse kigo of Griekse jambe,

Ik snap niet hoe ook maar ene mens’r,

 

Ook maar ene drol van snapt. Fuck het. Ik stop.

Ode aan Erica

Lieve Erica,

Toen ik van de week Pauw en Witteman hoorde verkondigen dat de wereld eraan gaat, moest ik aan je denken. Terwijl we volgens kenners in de voorafschaduwing van een duisternis zijn beland, die haar gelijke alleen in het Il y a vindt, wilde ik je gewoon even zien. Gewoon even je stem horen. Je me laten vertellen dat het allemaal wel meevalt. Dat de wereld mooi is. Dus zocht ik je op. Op internet.

Daar zat je. Ik had je meteen herkend: die blonde lokken, dat fijne wipneusje, die kleurige blouse, de kuiltjes in je wangen, die uitbundige lach en natuurlijk die klinisch witte gympen. Je zat tussen de kindertjes, die vrolijk om je heen dartelden. Je sprak ze in het Nederlands toe, en ondanks dat ze geen woord Nederlands verstonden, begrepen ze precies wat je bedoelde. Zoals alleen jij dat kan, Erica. Jij kan een marktkoopvrouw in India met droge ogen (en in het Nederlands) zeggen: “Ooo, wat heerlijk zeg, die kippenboutjes! Maar wel een beetje scherp hè?”, en de marktkoopvrouw zal je lachend begrijpen. Of goedbedoeld tegen een Afrikaanse stamoudste vertellen dat je wel van een zelfgebrouwen biertje houdt, maar dat “een emmer wel een beetje veel is!”. En iedereen begrijpt je. Door elke taalbarrière heen.

Overal waar je komt breng je vrede en gezelligheid. Of je nu loopt te grappen met de Dalai Lama, met 40 mensen in een klein busje gepropt zit of lekker op de Ganges dobbert; je tovert een lach op de gezichten om je heen. En op die van mij. Want ik geniet ervan om jou te aanschouwen wanneer je met een met parelkettingen behangen Indiase heilige ongegeneerd het oergeluid staat te brommen, rustig op je beurt zit te wachten wanneer een medium midden in je gesprek haar mobieltje tevoorschijn tovert en uitgebreid begint te bellen, of wanneer iedereen giert van het lachen als jij oncontroleerbaar zit te niezen. En ook jij geniet er met volle teugen van. Je vindt het heerlijke mensen, je luistert echt naar ze en overstelpt ze met liefde en vriendelijkheid. Niemand kan dat beter dan jij. Je vindt het allemaal prachtig. Of zoals je het zelf, veel beter, zou zeggen: fantástisch!

En toch, Erica, zijn er weinig mensen die op zo’n indrukwekkende carrière kunnen bogen als jij. Ik dacht altijd dat je van veel carrière een slecht en egoïstisch mens moest worden, dat de honger naar prestatie ten koste van al het andere moest gaan. Maar jij bewijst het tegendeel. Zo ben jij in je leven niet alleen Olympisch zwemkampioene, journaliste, politica, schrijfster, lerares, staatssecretaris, sinologe (ik wist niet eens dat het bestond, maar jij bent het!) en voorzitter geweest, maar nu ook nog eens een geweldige, lieve vrouw. Altijd als ik je zie, word ik vervuld met vreugde. Jij staat voor het optimisme in de mens.

Nu de donkere wolken zich boven ons continent samenpakken, en analisten vrezen voor het ergste, ben jij mijn hoop in bange tijden. Je bent het anker waaraan ik me vast kan klampen. En als je besluit de politiek in te gaan om ons en ons land te redden, zal ik vol overgave op je stemmen. Sterker nog: ik zal pamfletten voor je maken en posters plakken. En ik hoop van harte dat jij nog eens de eerste vrouwelijke premier mag worden, Erica. Niet alleen geloof ik in jouw vaardigheden, ik geloof voornamelijk in jou als mens.

Toch voel ik vooral dankbaarheid. Dankbaar dat je altijd de zonnige kant van het verhaal ziet, en gelooft in de kracht en waardigheid van mensen. Nu ik zo samen met je de wereld bereisd heb, zie ik weer dat het een mooie plaats is. Dat de hebzucht en het egoïsme onze soort niet definiëren. En dan geloof ik er weer in. Dat heb jij mij laten zien. En zolang jij er bent, lieve Erica, kan ons niets overkomen.

Lieve groetjes,

Joop