Scooters, deel 2

Sinds ik enige tijd geleden mijn irritatie over scooters met u deelde, is het ongemak dat ik van deze veredelde bromfietsen ervaar helaas niet minder geworden. Deze irritatie is zo mogelijk zelfs toegenomen. De terechte tirade die ik toen op deze plaats schreef, blijft in zijn geheel overeind. Aan die grondige analyse wil ik alleen een categorie toevoegen: pizzakoeriers.

Ik zal vast niet de enige zijn die het opvalt, maar pizzakoeriers op de scooter zijn volslagen krankzinnig. De voorbeelden van hun ronduit debiele gedrag zijn helaas talrijk. Eergisteravond nog: ik stond te wachten voor het stoplicht, toen naast mij een koerier met zijn brommer-met-bakje stopte. Dat was reden tot optimisme: deze pizzajongere stopte tenminste voor rood. Het optimisme sloeg echter direct om in haar tegendeel, toen ik vernam hoe de koerier als een bezetene gas gaf, terwijl hij de rem ritmisch ingedrukt hield. Het geheel zag eruit alsof de berijder zich nogal onelegant met zijn scooter probeerde voort te planten. Iets wat ik gezien de intelligentie van de gemiddelde koerier niet onwaarschijnlijk acht. Dit misschien wat autistische gedrag hield hij vol totdat het licht op groen sprong. Terwijl hij voor mij de kruising overstak, zag ik dat hij geen licht voerde. Met zulke situaties is overdrijving van mijn kant niet meer nodig.

En het blijft niet bij dit ene voorval. Vorig jaar werd ik op het fietspad getrakteerd op een pizzakoerier die met zijn scooter een zogenaamde wheelie uitvoerde. Dat hij dit op mijn weghelft deed en dat ik daardoor noodgedwongen moest uitwijken naar de stoep, deed hem blijkbaar weinig: hij reed al toeterend, met volle snelheid door. Dat gebrek aan inschattingsvermogen lijkt collectief aan de pizzakoerier: ik ben inmiddels minstens drie keer vol in de remmen gegaan omdat een pizzakoerier meende nog wel even voor mij over te kunnen steken, terwijl dit eigenlijk absoluut onmogelijk was. Ik begrijp hoe langer meer waardoor dat komt: wanneer je scooter in zo’n erbarmelijke staat verkeerd als de gemiddelde pizzascooter, maakt het niet uit als er wat extra krassen op komen. Wie goed oplet, zal zien dat er namelijk geen pizzakoerier rondrijdt zonder kapot licht of afgebroken spatbord.

Het meest van alles irriteert mij echter de arrogantie die uitgaat van hun rijstijl. Het kriskras door het verkeer schieten, het tot remmen dwingen van andere weggebruikers, elke plaats als parkeerplek benutten en de consequente ‘een ander let wel op’-mentaliteit. De reden dat er maar weinig pizzakoeriers gewond raken of omkomen in het verkeer is dan ook de volledige verdienste van de andere, wél opgevoede weggebruikers. En dat is niet omdat die andere verkeersdeelnemers zo bezorgd zijn om het welzijn en de veiligheid van de koeriers, maar omdat dat belachelijke bakje achterop zulke lelijke deuken geeft.

Voor mij dus geen bestelpizza meer. Van een steenovenpizza zou ik alleen nog kunnen genieten als die oven gevoed wordt door brandende scooters. Het vreemde bijsmaakje neem ik graag voor lief. Voor mij staat het immers als een paal boven water: in de hel is een aparte plek voor de pizzakoerier. Naast het draaiorgel.

Nederlands Blazers Ensemble

Wat een geweldige vrouw.

En haar naam is Iva Bittová. Gisteren zag ik de poster van het Nederlands Blazers Ensemble. Hij hangt overal door Amsterdam. Ik heb haar gevonden, ze is fanatiek maar blij. Op de poster staat Bittovà vrolijk aan haar viool plukkend, daar geniet ze van. Ze gaat op in haar spel en laat zich gaan. We weten niet wat ze schreeuwt of zingt maar waarschijnlijk is het onverstaanbaar gebral uit het diepst van haar wezen. Ze is een voorbeeld voor een ieder. Maak van je hobby je werk, en andersom, geniet en schaam je er vooral niet voor!

Onze eigen koningin zou een voorbeeld aan haar kunnen nemen, en ieder ander die zijn werk met een ernstig gezicht als een ernstige taak behandelt. Was zij onze koningin maar. Ze zou de toespraken zingen. Ik ben schoonmaker. Deze poster heeft mij frisse moed gegeven. Ik gooi de ballen er weer tegenaan en ga dansend en dweilend door de trappenhuizen in Amsterdam. Ik hoop dat iemand mij fotografeert en op de website van mijn werkgever plaatst. Dat mensen kunnen zien; dus zo doe je dat.

Ze is trots, kent geen gene en staat volledig achter de dingen die ze doet. Van de mensen die ik ken zou het overgrote deel er ziedend op aandringen dat een dergelijke foto verwijderd wordt. Niemand houdt ervan om op zo’n spontaan en persoonlijk moment gevangen te worden. Zij wel, ze zet een handtekening en stemt erin toe dat deze foto het beeld wordt dat elke Amsterdammer voor zich ziet bij het horen van de voor de afbeelding erg saaie naam van het Blazers Ensemble, namelijk het Nederlands Blazers Ensemble.

Deze heldin speelt morgen nog in Den Haag in de Nieuwe Kerk! Dus.

 

 

 

 

 

 

 

 

Kunst

Dit redactielid komt uit een plaats in Noord-Holland. In die plaats liggen twee NS-stations; Plaats en Plaats Zuid. De gemeente Plaats is reeds enkele jaren in een bittere strijd verwikkeld tegen het verval van station Plaats Zuid. Beginnen de traptreden te slijten, smeert de gemeente wat cement er op. Komt de verf in lelijke, blauwe schilfers van de muur, verft de gemeente Plaats er gewoon in een nog lelijker blauw overheen. De meest recente aanwinst in de strijd tegen het voortschrijdend verval en het immer dichterbij komend einde, zijn enkele kunstwerken die naast de trap zijn gehangen.

Ik zeg kunstwerken, omdat ik even geen beter woord weet te vinden, maar kunst is het geenszins. Het zijn afbeeldingen afgedrukt op plastic dozen. Deze afbeeldingen geven onderwaterlandschappen weer, met vissen, dolfijnen, zeewier en een heuse jaren 20 onderzeeër. Nu is dat wel te begrijpen, Plaats probeert zich sinds enkele jaren te profileren als zeestad en zodoende moet alles blauw geschilderd worden en moeten overal dolfijnen hangen (er is nog nooit een dolfijn gespot bij Plaats). De beslissing die ik echter totaal niet begrijp, is om deze taferelen weer te geven in een heel erg lelijke 3d animatie.

Nu kan je tegenwoordig een hele hoop doen met computers, en kun je prachtige, levensechte beelden creëren vanachter je bureau. Deze afbeeldingen zijn echter noch prachtig, noch levensecht. Ze zijn hoekig, lelijk gekleurd, onscherp en zien er gewoon heel erg nep uit. Toen ik ze zag, kreeg ik gelijk een flashback naar de computerspelletjes uit mijn jeugd in de jaren 90. Die waren ook heel lelijk, maar die bewogen tenminste, en daar kon je Russische spionnen neerschieten.

Het zien van deze afbeeldingen roepen bij mij alleen maar vragen op. Dat de NS doormiddel van kunst stations iets minder deprimerend probeert te maken, is iets wat ik enkel kan aanmoedigen, maar dit snap ik echt niet. Wie heeft de open deur ingetrapt en beslist dat er daar onderzeelandschappen moesten komen te hangen? Wie heeft beslist dat dat 3d animaties moesten zijn? Wie heeft besloten deze kunstenaar (?) in te huren? Wie heeft deze godsgruwelijklelijke afbeeldingen goedgekeurd? Ben ik nou zo raar, ben ik de enige die dit heel, heel, heel erg lelijk vindt? Dat zijn de gedachten die door mijn hoofd spoken op een vroege morgen en die mij de rest van de dag niet meer los laten. Het enige wat ik zeker weet, is dat de wereld een stukje triester is geworden.

Persfoto

De uitreiking van de zilveren camera komt er weer aan. Op 22 januari 2012 zal bekend worden gemaakt welke persfoto zich persfoto van het jaar mag noemen. Uw eigen redactie, hongerend naar alles wat naar prestige ruikt, nam deel en poogde met een eigen persfoto de jury op zijn knieën te dwingen. Nu de nominaties bekend zijn, zult u gemerkt hebben dat onze foto ontbreekt. Dat vinden wij jammer, en om ons huzarenstukje toch nog een podium te bieden en onder onder de aandacht van een groot publiek te brengen, presenteren wij alhier, juist voor u, onze persfoto van het jaar 2011.

 

In een kuil

“Was ein tiefes Keul, Kerl!”
“Ja ich weiss von Wanten! Ich habe da schon Uhren an gewirkt!”
“Wirklich wahr? Haben Sie nichts bessers zu tun?”
“Ich hab’ doch frei, Dummi.”
“Ich hab’ lecker am Strand gelegen. Magst du raden wem ich gesprochen hab’!”
“Kommst du viel Bekannten gegen dann, hier?”
“Ja und nein! Aber dieses Mal wohl!”
“Sei doch nicht so undeutlich!”
“Ich lag auf meinem Handduck, mit einem Zeitschrift in meinem Hand. Und ich gucke eben auf von meinem Artikel und sah’ da im ferte ein ganz braunes Bodybuilder stehen. “Was ein starkes Mann!” dachte ich bei mir selbst, “ganz stark!”. Und tun sah ich dass er mein Kant auflaufte. Er hat zwei Frauen unter sein Armen. Und tun herkennte ich ihm!”
“Arnold Schwarzenegger!”
“Ja klopft.”
“Und was wollte er?”
“Er fragte mir um einem Müntchen für den Eisco-Maschine!”
“Und dann?”
“Dann nichts!”
“Was ein saai Ferhahl!”
“Du bist ein bisschen verbrannt, Kerl!”
“Kannst du mich vielleicht einschmieren?
“Aber natürlich, Mann!”

“Sowieso ein schönes Schwimmbruch!”
“Ich habe überhaupt schteil!”
“Aber wohl ein bisschen schtrack!”
“Wie Schwarzenegger, hahahaha!”
“Ja lachen Mann!”
“Ich gehe wieder grafen”
“Tu’ dass!”
“Tschüss!”
“Bis Sehens!”

NOS Journaal seizoen 52

De afgelopen tien seizoenen waren al langdradig en vermoeiend, maar het laatste is echt bedroevend slecht. Wij weten niet of u het nog volgt. Wij zijn de draad al een tijd geleden kwijtgeraakt. Het recept is al die jaren ongewijzigd gebleven en niemand kijkt nog op van de anders zo sensationele en altijd actuele thema’s die het programma aansnijdt. Het Journaal lijdt aan hetzelfde ziekteverschijnsel als zoveel Amerikaanse series; overbevissing van de grote publieke vijver. Kortom, NOS Journaal seizoen 52 is verzand in oeverloos gekabbel van de rivier der middelmatige grijsheid.

Dit laatste seizoen ergeren we ons, meer dan voorheen, een hernia aan de langwerpige half loensende zeiktronies van de zogenoemde nieuwslezers. Zeker nu Eva Jinek uit de serie geschreven is. Een bekwaam scenarist weet dat er in een serie altijd een goed stel borsten moet meedoen. Waar is de romantiek? Alleen de afbrokkelende foundation van Rick van de Westelaken is nu nog de moeite van het kijken waard. Zelfs Sacha de Boer, die bij haar eerste optreden gloeiend heet van het scherm spetterde, zich niet liet vangen in RGB-kleuren, is inmiddels de ultieme ‘Girl Next Door’ geworden. Maar wat wil je dan, als je duizend afleveringen per seizoen draait. Het is niet op een onbewoond eiland of met een hijgende Jack Bauer. Maar toch.

Los van de zogenoemde nieuwslezers, bezwijkt het plot zo langzamerhand, doorvreten van pissebedden, onder haar eigen gewicht. Toegegeven, de verwachting zijn hoog na het terugzien van seizoen 30. Het was een mooi uitgebalanceerd seizoen, met frisse thema’s en verrassende wendingen. Wie had ooit kunnen voorzien dat de muur daadwerkelijk zou vallen? Het was een fraai staaltje scenarioschrijven. Voor de ultieme afsluiting van de serie zou dit seizoen perfect geschikt geweest zijn, maar de gulzige en altijd hebzuchtige pipo’s van de Nederlandse Omroep Stichting besloten anders; het blauw- en zuurmelken van het winstrund dat het journaal eens was, werd de te varen koers.

Als gevolg van deze roofbouw zitten we nu met uitgekauwde thema’s. Die aardbevingen kennen we inmiddels wel, en zijn allang niet grappig meer. Dergelijke natuurverschijnselen worden zonder enige devotie opgelepeld uit de wolken stof die vanuit alle hoeken van onze lijzige planeet komen aanwaaien. Bovendien wordt er te scheutig omgesprongen met suggestieve plotwendingen. Vrijwel altijd wordt ons het gevolg van een vooronderstelde gebeurtenis getoond. Vervolgens krijgen we de meningen van nietszeggende burgers, die ons een eerste analyse van de vermeende voorvallen mogen verschaffen. Maar zelden krijgt de moderne kijker de gebeurtenis die zo spannend had kunnen zijn zelf te zien. Zonde. Een gemiste kans. In de eerste aflevering van Lost is het wel gelukt om met een klein budget een grote vliegtuigcrash in beeld te brengen. Waar gaat het geld dan in zitten bij de NOS?

Onbegrijpelijk blijft de afsluiting van elke episode. Deze is altijd gelijk afgezien van het ingegroeide haar van de orakelende Krol. Steeds maar geeft dit personage een uitvoerige diapresentatie, aan de hand waarvan hij met driftige gebaren verklapt wat er morgen te gebeuren staat. En overmorgen. En het weekend. Alle spanning is eruit. Dankje, lul.

Joggingbroek

Zomaar een losse gedachte: waarom kiezen mensen ervoor te luieren in een joggingbroek? Meermaals heb ik iemand horen verkondingen ‘lekker niets te gaan doen’ en dús de joggingbroek aan te trekken. Los van het feit dat ik elke poging om niet te sporten aanmoedig omdat ik sport principieel wantrouw, vraag ik me wel af waarom er specifiek voor een joggingbroek gekozen wordt.

Laat ik eerlijk zijn: ook ik heb een joggingbroek. En ja, daarin heb ik wel eens hardgelopen. En net als bij u is de broek na die twee keer in onbruik geraakt. Maar is dat dan de reden de broek aan te trekken wanneer we op de bank gaan liggen luieren? De beste verklaring lijkt mij dat die broek gewoon lekker zit. En dat is ook zo. Joggingbroeken zijn immers flexibel, zacht, ruim, warm en synthetisch. Toch hoop ik stiekem dat iedereen die een joggingsbroek aantrekt om daarin uitgebreid te gaan hangen, daarmee eigenlijk een middelvinger wil opsteken naar sport als zodanig. Zo draag ik ‘m in elk geval wel. Toegegeven, het heeft iets arrogants om de sport recht in de ogen te kijken en vervolgens haar attributen te gebruiken voor haar absolute tegendeel. Alsof je de boot van Greenpeace gebruikt om eens flink walvissen te gaan jagen. Maar toch: het vervult mij met een vreemd soort genoegen.

Dit overwegende vroeg ik mij af hoeveel mensen eigenlijk een joggingbroek dragen om er ook daadwerkelijk in te joggen. Ik weet niet of daar ooit onderzoek naar is gedaan, maar ik denk dat heel veel joggingbroeken net als die van mij slechts worden gebruikt om door het huis te wandelen. En dan liefst nog zo weinig mogelijk ook. Ik vind het prachtig. We krijgen de sport er wel onder!