Koninginne-rommelmarkt

Gisteravond liep ik over de verlaten straten van de stad waarin ik woon. Wandelend over de lege stoep viel het mij op dat vrijwel elke centimeter van die stoep inmiddels was opgeëist door de meest uiteenlopende verzameling mensen: Ellen, Rik, de bewoners, Hans, en Lia. Piet, Gijs, Janine. Hanna. Dirk. De hele stoep was tot één grote, grijze blokverkaveling voor de rommelmarkt op Koninginnedag geworden. Dit vond ik sowieso al een opmerkelijk gegeven. Waarom zou je moeite doen om te zorgen dat je op die ene dag in het jaar zo voordelig mogelijk zit om je oude troep kunnen slijten?  Waarom zou je überhaupt midden in de ellende die Koninginnedag heet willen zitten? Opvallend daarbij was dat voor deze pontificale kolonisatie van de openbare ruimte slechts twee producten waren gebruikt: stoepkrijt en duct tape. Iedereen had blijkbaar individueel een beroep gedaan op de speelgoedwinkel en de bouwmarkt. ‘Zou Koninginnedag voor de stoepkrijt- en duct tape-fabrikanten zijn wat een fragiel laagje ijs op de sloten voor de schaatsfabrikant is?’, vroeg ik mij daarop af. Ik weet niet of er zich onder u stoepkrijt- en/of duct tape-fabrikanten bevinden, maar ik zou graag van u horen. Mocht u zelf een stukje hebben afgezet om al die ongebruikte lampenkappen, fietsbellen en poffertjespannen te verkopen, ook dan ben ik benieuwd. Wat drijft u?

Fietsers

Waarschuwing vooraf: hieronder volgt weer één van Joops beruchte analyses van weggebruikers en het verkeer in het algemeen. In deze analyse komen weer waarheden boven tafel die u wellicht niet wilt horen, altijd al vermoedde of nooit durfde uit te spreken. Mocht u hiervan niet gediend zijn, dan kunt u dit middels het reactieformulier kenbaar maken. De redactie zal er in alle ernst smakelijk om lachen.

Wat is er mis met fietsers? Die vraag stel ik mij (helaas) met grote regelmaat. Elke keer wanneer ik mij in een stad of het stadse verkeer begeef, is het steeds weer verbazingwekkend hoe schaamteloos de fietsende medemens maar wat aankloot. En dat moet meer mensen opvallen. Ook u bent ongetwijfeld een keer geconfronteerd met de aura van totale anarchie die om de fietser heen hangt. Maar waar gaat het dan precies fout?

Laten we rustig beginnen. Het stoplicht. Daarvan weten we dat het dient om de verkeersstromen te regulieren zodat de veiligheid gewaarborgd blijft. Waarom heeft het leeuwendeel van de fietsers dan maling aan dit tamelijk relevante verkeerselement? Met regelmaat van de klok zie ik hoe fietsers in schijnbaar suïcidale stemming de weg oversteken, zodat de rest van het verkeer in de remmen moet om het leven van die bewuste fietsers te sparen. Vooral de altijd aanwezige oogkleppen vallen daarbij op: geen van de fietsers reageert ooit verontschuldigend op het terechte gebruik van de toeter door de remmende partij. Sterker nog: ze fietsen door alsof er niets aan de hand is. Dat heeft er natuurlijk mee te maken dat ze heus wel weten dat ze fout zitten, maar omdat volledige onverschilligheid nu eenmaal makkelijker is, wordt daar geen actie op ondernomen. Ik begrijp dat het bloed daardoor onder de nagels vandaan wordt gehaald, dat er woest in het stuur gebeten wordt. Dat doe ik zelf namelijk ook altijd, en ik vind het een passende reactie.

Een tweede punt heeft wederom met licht te maken, en wel de verlichting van de fietser. Ik kan er met mijn verstand niet bij dat je je zonder licht nog veilig waant op de fiets. Eenieder die wel eens in een beschaafd voertuig als de auto heeft gezeten, weet dat fietsers zelfs met licht zeer moeilijk te ontwaren zijn. Daarbij hoort dan een verklarend verhaal over snelheid, aandachtspunten en concentratie, maar het brute feit is nu eenmaal dat fietsers vanuit de auto bezien vrijwel niet opvallen. De naïviteit van de meeste fietsers gebiedt hen te zeggen dat ‘zij de auto en andere fietsers toch ook zien’, en dat automobilisten daarom maar wat beter moeten opletten. Die mensen hebben het niet begrepen.

Bovenstaande punten verbleken echter bij mijn belangrijkste aanklacht tegen de fietsers: verkeersregels. Hoe kan het dat iedereen in dit land op een zeker punt kennis heeft gemaakt met de verkeersregels, maar dit alles compleet vergeten is op het moment dat ze op de fiets stappen? En dan heb ik het nog niet eens over complexe verkeerssituaties die wellicht wat denkwerk vereisen, maar juist over de meest basale dingen: rechtdoorgaand verkeer heeft voorrang op afslaand verkeer, hand uitsteken om de richting aan te geven, je eigen kant van de weg houden (!), achter je kijken wanneer je afslaat, verkeer van rechts voorrang geven. Deze regels zijn zo simpel, je hoeft ze alleen maar op te volgen, en dat komt iedereen ten goede. In de realiteit worden deze vuistregels helaas met voeten getreden. En ik hoor u al denken: “aha, ik weet wel aan welke kant jij gestaan zou hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog”, maar regeltjes opvolgen is nu eenmaal zo belangrijk in het verkeer. Voor het feit dat ik nu een verband leg tussen fietsen en de Duitse bezetter wil ik mij bij deze overigens verontschuldigen.

Mijn beschuldigende vinger zou nu richting mijzelf gebogen kunnen worden. En ik geef toe dat ik absoluut geen heilige ben. Maar de meeste van bovenstaande capriolen heb ik kunnen observeren juist omdat ik (als enige) voor een rood stoplicht stond te wachten of rechtdoorgaand verkeer netjes voorrang verleen. Hét medicijn voor de tegenwoordige fietser heet dan ook ‘rust’. De rust en tijd om voor een stoplicht te staan, rustig je beurt af te wachten, goed om je heen te kijken en mensen voorrang te verlenen. Het is gegarandeerd de remedie voor het hedendaagse verkeer. Het is trouwens tevens de remedie voor bijna alles in het hedendaagse leven, maar dat is een ander verhaal. Dat u waarschijnlijk binnenkort op deze website kunt verwachten.

Poetsen

Er is iets met het poetsen van schoenen. Ik weet niet precies hoe ik het moet duiden, maar iets in deze handeling heeft een diep therapeutische uitwerking. Nu wil ik absoluut niet beweren dat de arme minderjarige schoenenpoetsers op de stinkende straten van Delhi me een partij geestelijk in balans zitten te zijn, maar ik persoonlijk schep een buitengewoon genoegen in het poetsen van mijn bruin lederen schoenen. Wanneer ik na het zorgvuldig opsmeren en uitpoetsen van de schoenpoets weer een glanzend paar stappers in de hand heb, voel ik me daardoor meteen weer een zelfverzekerd en voldaan mens. En steeds wanneer ik dan naar mijn schoenen kijk, word ik weer vervuld van trots en zelfgenoegzaamheid.

Deze overwegingen zetten mij, zoals wel vaker, aan het denken. Want hoe kan het dat ik mij door het poetsen van schoenen meteen werkelijk tevreden voel? Al denkende concludeerde ik al gauw dat poetsen in het algemeen een zeker genoegen met zich meebrengt. Voor mij persoonlijk geldt dat het wassen van een auto mij een trots mens kan maken: de aanblik van het glanzende eindresultaat alleen al is het zorgvuldige inzepen, afspoelen, afnemen en uitzuigen meer dan waard. De dag heeft daarmee zin gekregen. En dat terwijl ik weet dat elke vorm van poetsen altijd volstrekt zinloos is, aangezien alles vergankelijk is en niets door poetsen voor het verval gespaard zal blijven.

Toch ben ik ben niet de enige. Hoeveel mensen wassen niet met regelmaat hun auto, of poetsen hun lepeltjesset, of maken hun terrassen schoon? En het stopt niet bij externe zaken. Ook ons eigen lichaam poetsen we maar al te graag. Het is opmerkelijk hoe heilzaam een douche of bad kan zijn. De reclamespotjes waarin we steeds net geen blote borsten kunnen ontwaren overdrijven misschien lichtelijk, maar onszelf wassen kan echt een heerlijke aangelegenheid zijn. Vaak voelen we ons daarna weer helemaal fris en tevreden, ook wanneer we dat misschien niet zijn. Al met al denk ik te moeten stellen dat er dus wel degelijk een geestelijk aspect is aan het poetsen.

Deze lijn durf ik zelfs nog verder door te trekken. Ik denk dat er iets intrinsiek menselijks is aan het wassen en poetsen van dingen. Daarbij wil ik niet beweren dat dieren (zich) niet zouden wassen, maar ik geloof wel dat de functie daarvan kwalitatief verschilt. Dieren wassen (door de bank genomen) uit noodzaak, mensen omdat het een geestelijke behoefte vervuld. Sterker nog: in het wassen of poetsen zijn we mens. Als één van de weinige, zo niet de enige, van alle diersoorten geeft de mens namelijk om reinheid en schoonheid. Hoewel de mens in staat is tot verschrikkelijker dingen dan we ons kunnen voorstellen, is zij tevens in staat om iets mooi en fraai te maken en te houden. Dat geldt zowel voor het poetsen van dingen, als voor het poetsen van van onszelf. Primo Levi verwoordt eenzelfde gedachte wanneer hij spreekt over een medegevangene in Auschwitz: door zich te wassen, hoe nutteloos ook, behield die medegevangene zijn menselijkheid. Zelfs daar in Auschwitz, de donkerste zijde der mensheid. Uitdrukkelijk stelt Levi vervolgens: het poetsen van je schoenen doe je dan ook uit gevoel voor eigenwaarde. Zo ontstijgen we de beestachtigheid. En iets van dit inzicht denk ik, op veel nederigere schaal, ook te ontwaren in de act van het schoenen poetsen. Het is op grond daarvan dat ik u toejuich: poetst, opdat u mens blijft!

Tai Chi

De website van gemeente Amsterdam zegt dat je in het Oosterpark kunt uitwaaien en sporten. Je kunt er van het groen genieten, erdoorheen fietsen, spelen, afspreken, in de zon liggen en je hond uitlaten. Je kunt er ook in de bosjes plassen en een biertje drinken met dikke bebaarde mannen in reflecterende hesjes. Zit hier nog niets tussen wat recreatief genoeg lijkt, dan kun je deelnemen aan een outdoor Tai Chi klasje, dat in grootte varieert met het verschijnen of verdwijnen van de zon.

Tai Chi is een Chinese vechtkunst, waarbij er gezocht wordt naar balans. Ying en Yang legden ze me uit bij Chinees Indisch Specialiteitenrestaurant ”De Lange Muur”. De deelnemers voeren zeer trage droog-zwemoefeningen uit. Ze worden aangevoerd door een serieuze leider. Ik heb weleens gezwaaid. Ze zwaaiden niet terug. Toen ben ik op een bankje gaan zitten en heb ik deze vechtersbazen eens rustig geobserveerd.

Vanuit de ooghoeken lijkt het een onschuldig en vredig tafereel. Bovendien is elke poging die ze ondernemen gemakkelijk te onderscheppen. Ik kan boodschappen doen, langs het tuincentrum naar de reclassering, de masseur en heen en weer naar huis in de tijd dat zij een trap uitdelen. Dat zette me aan het denken. Zouden zij langzamer leven? Zouden ze dan ook langer leven dan wij, normale mensen? Zouden ze mij zien? Wellicht verkeren ze in een andere dimensie en zien ze mij niet, maar kan ik hen wel zien door een aangeboren afwijking, mijn multi-dimensionale ogen. In dat geval is het allemaal niet zo rustig en vredig.

Hier wisten ze niets van, verzekerden ze mij bij Chinees Indisch Specialiteitenrestaurant “De Lange Muur.”

In een winkel

“Goedemiddag, tuinder!”
“Goedemiddag meneer.”
“Wat hoor ik nu? Het gaat helemaal niet goed met de oerwouden.”
“Ja, en die apen enzo.”
“Hoe dan ook, ik wil graag aardbeienplanten in mijn tuin.”
“Dat kan.”
“Of een sinaasappelboom?”
“Hebben wij!”
“Een perenboom?”
“Check!”
“Ananas?”
“Komt voor de bakker.”
“Tuinman.”
“Hahaha.”
“Guave?”
“Ja.”
“Ramboetan?”
“Ook.”
“Kiwano?”
“Zeker.”
“Carambola?”
“Ja, heb ik!”
“Kumquat?”
“Maar natuurlijk!”
“Abrikoos?”
“Nee, die hebben we niet.”
“Heb jij geen abrikozenboom?”
“…”
“Nee maar even zonder gekheid: ik wil graag een oerwoud kopen.”
“Een oerwoud?”
“Jungle, rimboe, tropisch regenwoud of hoe ze dat ook noemen tegenwoordig.”
“…”
“Ik heb al vijf tuincentra gehad. Vind je het gek dat het zo slecht gaat met het oerwoud!”
“…”
“Jullie zijn trouwens de enige zonder abrikoos.”
“…”
“Dag tuinder.”
“Dag.”

Word fit met Met Man en Muys

Thomas is sinds enkele weken in therapie voor extreme agorafobie en mensenschuwheid. Als onderdeel van zijn behandeling, en deels als mislukte 1-aprilgrap, hebben Joop en Claudio hem meegenomen naar een terrasje om daar zijn angst voor zijn medemens te overwinnen. Dat ze op die terrasjes nou ook bier blijken te schenken is uiteraard geheel toeval. Tijdens het intensieve genezingsproces deed de redactie echter twee schokkende ontdekkingen; Thomas heeft zijn vader nooit vergeven voor het weggooien van zijn knuffelbeer, en u, als Nederlander, bent dik.

Daar het een van de eerste mooie dagen van het jaar was, had heel Nederland zich weer in de korte broeken, poloshirts, hemdjes, en rokjes gehesen, die toch allemaal wat kleiner waren geworden in de winter. Overal waar de redactie keek was vlees. Vettig, klotsend, spekkig, meedeinend, uitdijend, zwetend vlees.

Omdat wij nu eenmaal de grote culturele, spirituele, en sociale roergangers zijn van het Nederlands volk, voelen wij ons toch een beetje verantwoordelijk voor jullie beschamende vergroting. Daarom hebben wij besloten ons over onze aanvankelijke walging heen te zetten en ons in te zetten om Nederland weer fit te krijgen. Wij hebben gesprekken gehad met fitnesscoaches, bewegingsleer professoren, gezondheidsgoeroes en onze buurman. Wij hebben onderzoek gedaan en onszelf aan onze eigen methodes onderworpen. Aan de hand daarvan hebben wij een plan opgesteld dat gegarandeerd niet kan mislukken.

Hoewel het proces te ingewikkeld is om hier in zijn geheel te beschrijven, komt het op het volgende neer. Het is gebaseerd op het idee dat je wel drie keer in de week naar de sportschool kunt gaan, maar dat dat dan evengoed nog maar drie keer in de week is. Nee, wij zijn op zoek naar een intensievere methode. Wij willen een manier waarop je altijd bezig kunt zijn met fit worden. Een manier waarop het leven zelf een sportexercitie wordt. Wij keken nog eens om ons heen naar al onze zwaarlijvige medemensen, en kregen een idee.

Volgens het MMEM fitnessregime moet je eerst massa cultiveren. Dik worden dus. Tot de 150 kilo, misschien wel 200. Nu voel ik u denken; ‘maar Claudio, dan ben je toch compleet verkeerd bezig. Dat werkt toch alleen maar averechts.’ Dan zeg ik tegen u; ‘stil maar, niet zo denken, doe waar u goed in bent.’ Stelt u zich eens voor dat u de hele dag 150 kilo mee moet torsen. Dat u de trap op moet met 150 pakken suiker op uw rug. Dat u naar een vertrekkende trein moet rennen met 300 pakjes boter in uw armen. Dan ga je spieren kweken! Als u eenmaal die spieren gekweekt hebt, hoeft u alleen nog maar af te vallen!

Het grote gevaar met deze manier van trainen is echter dat je snel ongezond gaat eten. Let er dus altijd op dat u gevarieerde voeding binnen krijgt. Ontbijt u bij de McDonalds? Ga dan lunchen bij de Burgerking en boek een gezellig diner voor twee bij de KFC.

Hebben wij u geënthousiasmeerd en wilt u ook aan de slag om fit te worden met Met Man en Muys? Dan kunt u nu de dvd bestellen door langs te komen bij onze loods en er om te vragen. Onze bel is kapot, dus waarschijnlijk moet u wel schreeuwen, voor wij aan de deur komen.