Skip to content

Deze ‘Kritiek!’

Eenieder die het lef heeft een recensie over het één of ander te schrijven, doet er goed aan om ook eens te reflecteren op de eigen recensie. In dat kader, en omdat de redactie de spreuk ‘bezint eer ge recenseert’ hoog in het vaandel heeft, recenseren we vandaag deze recensie.

Allereerst kijken we naar de introductie. Deze is keurig opgebouwd: een duidelijke, pakkende openingszin die gelijk al de richting van dit stuk aangeeft. De tweede zin vult vervolgens in, zij het wat stuntelig geformuleerd, wat er in deze tekst precies gaat gebeuren. De tweede alinea volgt hierna de klassieke lijn van de opbouwende kritiek: een positieve opening benadrukt de geslaagde kanten, maar in de loop van de tweede zin ontwaren we reeds de eerste kritische noot. Daarbij blijkt dat de recensent aan weinig terugkoppeling doet: zijn kritiek op de ‘stuntelige’ formulering is minstens zo stuntelig geformuleerd als de bekritiseerde zin zelf. Meteen daarna blijkt ook dat het taalgevoel van de recensent niet absoluut is: te spreken van ‘geslaagde kanten’ van een alinea is allerminst fraai te noemen.

De aangevoerde kritiek op het gebrek aan terugkoppeling doet misschien wat flauw aan, maar is scherp gevonden en absoluut geldig. Ook het commentaar op de esthetisch minder welgevormde zin is terecht. Dat het de recensent er niet om te doen is de auteur volledig tot de grond toe af te branden, blijkt uit de derde alinea. Deze heeft meer de vorm van een overwogen analyse, en hierin krijgt de recensent wat bijval voor zijn punten. In de laatste zin vinden we toch nog een kritische noot: een ‘esthetisch minder welgevormde zin’ doet wat geknutseld aan.

De vierde alinea begint heel neutraal, en na de eerste zin kan deze nog alle kanten op gaan. En ook in de tweede zin wordt niet duidelijk waar de recensent nu precies heen wil. Toch zien we meteen daarna de onpartijdigheid van de zogenoemde criticus: zowel het aansturen op onpartijdigheid en de suggestie dat de recensent die naam eigenlijk niet waardig is, getuigen van de gekleurdheid van de auteur zelf. Dit zet zich verder door wanneer de recensent dit expliciet maakt, en in zijn interpretatie van het voorgaande zijn eigen onpartijdigheid aan de dag legt. Langzaamaan rijst dan ook de vraag of de recensent het recenseren zelf wel in de vingers heeft. Die beschuldiging wordt in de laatste zin dan ook ongenadig hard afgedaan als een beschuldiging.

Gelukkig herpakt de recensent zich in de laatste alinea. Hier geen beschuldigingen of aantijgingen, maar gewoon een degelijke analyse van wat er in de laatste alinea gebeurt. In de op twee na laatste zin wordt nog stilistisch vooruit gewezen naar het feit dat de recensent het geheel passend en volgens het boekje afsluit met een uitspraak die terugverwijst naar het begin van de tekst. Daarmee levert de criticus toch een kunststukje af. Want wanneer er in een recensie op de conclusie bezonnen wordt, kan met er met vertrouwen gerecenseerd worden.

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *
*
*