Skip to content

Olympisch Speelplezier

Ik snap de Olympische Spelen niet.

Sowieso snap ik niet zoveel van sport. Ik snap het hoe wel, maar niet het waarom. Ik snap dat degene die het snelst over een lijn is wint, maar niet waarom je dat zou ambiëren. Uiteindelijk komt iedereen op hetzelfde punt uit. Zelfs de weg naar dat punt mag niet verandert worden, iedereen moet hetzelfde rondje lopen. Loop je voor de verandering eens de andere kant op, of via een omweggetje, of snijd je een stukje af omdat je geen zin meer hebt, dan word je gediskwalificeerd en is het allemaal verspilde moeite geweest. Als je dan als eerste aankomt na een renwedstrijd, zeker bij korte afstanden, is het verschil vaak nog zo klein, dat het eigenlijk verwaarloosbaar is. Usain Bolt, door mensen wel de snelste mens op Aarde genoemd (een stuk lastiger dan de snelste mens buiten Aarde), heeft op het moment het wereldrecord honderd meter sprint. Hij rende deze afstand in een luttele 9,58 seconde. De nummer twee, Tyson Gay, deed dat in 9,69. Een welgetelde 0,11 seconde langzamer. Wat kan een mens doen in 0,11 seconde? Wanneer heeft het nut ergens 0,11 seconde eerder te zijn dan iemand anders? Ik vraag het u!

Maar dan schoonspringen! Daarbij gaat het er om wie het mooist van een duikplank in een zwembad springt. Niet wie van het hoogste durft, niet wie het snelst beneden is, maar wie het mooist naar beneden gaat. Daar heb ik een paar problemen mee. Ten eerste; wie moet dat bepalen, hoe schoon een sprong nou eigenlijk is? De jury. Hoe doen zij dat? Door cijfers te geven aan sprongen. Echter, schoonheid is niet iets wat je in cijfers uit kunt drukken. Mensen die dat wel proberen te doen zijn meestal bijzonder vervelende mensen met een misplaatst gevoel van superioriteit en verbittering vanwege hun eigen falen in de velden waarin zij cijfers uit delen. Vaak zijn dat juryleden, zoals in dit geval, maar vaker recensenten. Dat soort mensen moeten we zo snel mogelijk verwijderen uit posities waarin ze hun grootheidswaanzin kunnen botvieren. Als we daarvoor de sport van het schoonspringen moeten opheffen; het zij zo. Ten tweede; hoe mooi kan een sprong van een duikplank nou werkelijk zijn? Ik heb nog nooit iemand in een zwembad zien springen op zo’n manier dat ik kippenvel kreeg, tranen in mijn ogen kreeg, schreiend op de vloer viel door de pure schoonheid van het schouwspel. Ik vind het knap als iemand een achterwaartse salto van een duikplank maakt, maar mooi? Neen. Verder heeft u ooit wel eens foto’s van schoonspringers in actie gezien? Daar is niets moois aan.

Het probleem van de Olympische Spelen is de overweldigende overdaad aan deze saaie, repetitieve evenementen. Daarnaast lijkt ieder land aan ieder onderdeel mee te willen doen, het liefst met zoveel mogelijk deelnemers. Het gevolg hiervan is dat er op ieder moment van de dag een paar onderdelen tegelijkertijd bezig zijn. Al deze onderdelen moeten ook verslagen worden op televisie, waardoor het aantal zenders, waar normaal gesproken toch al zo weinig op te zien is, wordt gehalveerd. De kranten overstromen met resultaten die mij niets zeggen, behaald door mensen waar ik nog nooit van gehoord heb, op onderdelen die mij niets interesseren. Maar waar ik me vooral aan erger, is het feit dat iedereen ook de Spelen met mij wil bespreken. “Hoi Claudio, heb je gezien hoeveel medailles we al hebben?” “Nee.” “Twaalf.”  ”Goh.”
“Claudio, heb je het kogelslingeren gezien?” “Nee.” “We hebben zilver.” “Oh.” “We hebben nu al tien medailles.” “Gisteren hadden we er toch twaalf.” “…” En herhaal.

Ik zeg niet dat de Olympische Spelen afgeschaft moeten worden; ik ben een redelijk man. Nee, we kunnen het ook flink uitdunnen. Gewoon één renonderdeel, één roeionderdeel, niet meer dat gedoe met vierpersoonsboten/achtperoonsboten, licht/zwaar, mannen/vrouwen, korte/lange afstand. Gewoon één keer die sloot over en dan is het mooi geweest. Één keer die baan rond, één keer die balk over, één potje hockey. Laten we dan de stomste onderdelen helemaal afschaffen. U raadt het al, schoonspringen zal het dan niet halen, maar ik kan me ook niet voorstellen dat iemand met plezier naar boogschieten kijkt. Laat staan gewichtheffen. Met een beetje mazzel past het dan allemaal in één dag, in één stadion. Dan hebben we het maar achter de rug ook. Daarna mag op één zender, één commentator nog één slappe analyse maken.

One Comment

  1. Wouter wrote:

    Je slaat ‘em precies op z’n kop!

    Ik voeg dan graag nog het volgende toe.
    Kennissen en vrienden hebben het over “wij hebben 10 medailles gehaald voor dit en dat”, “wij hebben.. “, “wij..”.
    Wij? Nee, een mens die toevallig een Nederlandse identiteit heeft, of vaak nog niet eens, wint een medaille omdat hij/zij ergens goed in is. Dat heeft niks te doen met Nederland. WIJ winnen niks. ZIJ winnen iets.

    Geweldige beschouwing!

    woensdag, augustus 15, 2012 at 2:13 pm | Permalink

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *
*
*